Recensie

Spinners

Ellen

Zaterdag was ik omringd door kinderen in vrouwenlijven. Eerder die ochtend had mijn nicht me gebeld of ik toevallig naar zee ging. Toen ik, in al mijn weekendeuforie, daar meteen ‘ja’ op schreeuwde, scheepte ze me met haar dochter van 15 en dier vriendinnen op.

„Zodat ze niet verdrinken enzo.”

„Je bedoelt: zodat ze niet drinken.”

„Inderdaad! Superdoei!”

En zo stond ik die middag met een kwartet tieners op het brandende zand. Ik had mijn achternichtje sinds Kerst niet meer gezien en was verrast hoezeer ze in een half jaar was veranderd. Waar ze in december nog op een XL-kind leek, was ze nu opeens een jongedame.

Als tiener vond ik deze fase heel ingewikkeld. Die overgang van 14 naar 15 gaat zo snel dat je geen idee hebt hoe je je moet gedragen. Eerst vraagt de slager nog of je een plakje worst wilt en de volgende dag loopt-ie naar je te toeteren.

Op nieuwe benen stapten ze rond, met een taille zo slank dat hij gephotoshopt leek.

Het achternichtje en haar vriendinnen leken er minder van onder de indruk te zijn dan ik destijds en vonden het vooral razend interessant. Op nieuwe benen stapten ze rond, met een taille zo slank dat hij gephotoshopt leek. Mannen en vrouwen keken ernaar met open mond. De meisjes smeerden elkaar omslachtig in met kokosolie (wat binnen een straal van tien meter minstens drie huwelijkscrisissen veroorzaakte) en stoeiden in de branding. Ze waren jonge herten die nog wiebelig op hun benen stonden maar al wel in staat waren elkaar omver te beuken. Ze hadden echter nog niet de leeftijd bereikt waarop je het belang van waterproof mascara onderkent en zo zat ik even later met vier vrolijke panda’s op de handdoek. Mijn achternichtje graaide in haar strandtas.

„Ik heb er een!” lachte ze, en hield een fidget spinner omhoog. De meisjes juichten. Meteen lieten ze elkaar trucjes zien. Toen ik vijftien was, had je de tamagotchi, een digitaal huisdier dat je digitaal eten moest geven omdat het anders digitaal stierf. De jeugd van 2017 vermaakt zich echter prima met analoog speelgoed en de meiden lieten de spinner draaien op hun neus.

Aanvankelijk speels pakten ze het ding van elkaar af om te laten zien wat zij ermee konden, maar na verloop van tijd begonnen ze er echt een beetje ruzie over te maken. Uiteindelijk heb ik het geval maar ingenomen en de meiden op pad gestuurd om friet en ijs te gaan halen. Meteen weer opgefleurd huppelden ze weg. Terwijl ik de spinner op mijn neus probeerde te laten balanceren, dacht ik: een tiener is eigenlijk ook een soort fidget spinner: een wervelwind met een vaste kern vol kogellagers. Die er ook nooit om heeft gevraagd dat alles opeens om hem draait.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.