Commentaar

Journalist is geen willoze dienaar van de terrorist, net zomin als de burger

‘In Manchester werkte de journalist weer goed samen met de terrorist’, schamperde een opiniestuk van journalist Joris Luyendijk in de Weekendkrant. Daarin vatte hij een aantal gangbare bezwaren tegen berichtgeving over terreuraanslagen samen, die op zichzelf genomen, ter zake zijn. En betrekking hebben op het megafooneffect dat nieuwe en oude media kunnen hebben bij traumatisch nieuws, zoals vorige week de aanslag op het jeugdige concertpubliek in Manchester. ‘Nu ook al kinderen’ was de visuele boodschap die een nieuwe dimensie van schrik en horror aanboorde in het collectieve bewustzijn.

Als terroristen uit zijn op angst zaaien, wat veilig aangenomen kan worden, zijn ‘media’ daarvan dus de behulpzame dragers. Wat de vraag oproept naar verantwoordelijkheid en regie – wie neemt die? Het onbevredigende antwoord luidt: niemand, althans voor het geheel. Het is de consequentie van een vrije mediasamenleving waarin 24 uur per dag iedereen zelf mag kiezen wanneer, hoeveel en welke informatie hij verspreidt of tot zich neemt. Dat is overigens ook een gewenste situatie. In die zin stelt Luyendijk een onmogelijke vraag – de enige die de burger kan beschermen tegen een overdaad aan gruwelinformatie is de burger zelf. De overheid heeft hier zeker geen rol. Tussen 1988 en 1994 was het Britse journalisten door premier Thatcher verboden om IRA-aanhangers te interviewen. Publiciteit zou namelijk de ‘zuurstof van terreur’ zijn. Dat leverde niets op – behalve schade aan het vertrouwen van het publiek, zowel in de pers als in de overheid. En aanzien voorde IRA.

De tijd dat media ook als moderator fungeerden, prioriteiten bepaalden en de horror steeds binnen bepaalde bandbreedtes lieten zien, lijkt overigens niet voorbij. Facebook nam onlangs extra poortwachters aan om ‘live’ beelden van moord en verkrachting snel te kunnen schrappen. Dat lijkt verbluffend veel op redactievorming – en dus op erkenning van selectiviteit als kerntaak. Het kleine Apple News stelde vorige week zelfs een hoofdredacteur aan. Google News en Facebook ervaren intussen dat ‘nepnieuws’ op hun sites een bedreiging van de democratie vormt – en dus ook die media zelf bedreigen.

In die context past de vraag naar de verantwoordelijkheid voor het samenspel tussen terrorist en journalist. Luyendijk’s verzuchting dat een ‘appèl op terughoudendheid’ vergeefse moeite is, gezien het anarchistische karakter van internet miskent uiteindelijk het vermogen tot zelfregulering van de samenleving. Als het écht schadelijk is, zal de samenleving destructieve krachten intomen. Ook media, oud of nieuw, ontkomen daar niet aan.