Kiev weert Russische sociale media, Brussel blijft stil

Een verbod op Russische sociale media in Oekraïne heeft geleid tot een verhit debat. Kijkt de EU de andere kant op wegens het associatieverdrag?

Porosjenko. Foto Carsten Koall/EPA

Met één pennenstreek beroofde president Porosjenko half mei miljoenen Oekraïners van hun sociale media. Niet alleen het populaire platform VKontakte (het ‘Russische Facebook’) werd verboden, ook het vergelijkbare Odnoklassniki, de zoekmachine Yandex en email-provider Mail.ru werden per direct in de ban gedaan. Daarnaast werd tientallen Russische bedrijven, waaronder verschillende banken en luchtvaartmaatschappijen, toegang tot de Oekraïense markt voor een periode van 1 tot 3 jaar ontzegd.

Kiev stelt dat de sancties noodzakelijk zijn om de nationale veiligheid van het land te waarborgen. Maar de abrupte maatregel – zelfs telecomproviders waren niet op de hoogte – bracht een verhit debat op gang tussen voor- en tegenstanders. Centrale vraag: weegt het argument van nationale veiligheid op tegen de inbreuk van het recht op informatie? Een andere vraag die rijst: hoe moeten dergelijke maatregelen gezien worden in het licht van het met de EU gesloten associatieverdrag, waarin ook afspraken staan over mensenrechten?

Fundamentele rechten

Mensenrechtenorganisaties sloegen alarm. In een verklaring drong Human Rights Watch (HRW) aan op het intrekken van het verboden noemde de stap „een cynisch en politiek doelgerichte aanval op het recht op informatie, die miljoenen Oekraïners treft in hun publieke en professionele leven”. HRW-onderzoeker Tanya Cooper plaatst vraagtekens bij de argumenten van Porosjenko, die stelde dat de 223-pagina’s tellende sanctielijst nodig is om het land te beschermen tegen Russische cyberaanvallen en desinformatiecampagnes. „Deze maatregel is op geen enkele manier te rechtvaardigen”, zegt Cooper telefonisch vanuit Kiev.

Hoewel ze erkent dat dreiging vanuit Rusland serieus is, noemt ze de manier waarop de president fundamentele rechten ongedaan maakt „niet proportioneel” en „extreem zorgwekkend”. Ook wijst ze op de weinig democratische context waarin deze maatregelen worden genomen. Zo verplichtte de regering onlangs dat anticorruptie-activisten, net als ambtenaren, hun persoonlijke bezittingen openbaar moeten maken. „Cynisch en absurd, ze ontvangen geen belastinggeld dus hun persoonlijke bezit gaat niemand wat aan. Zo ontmoedig je mensen om zich in te zetten tegen corruptie”.

Onze regering stamt nog van de dinosaurus-generatie, ze is niet slim genoeg om goed te communiceren.

Politicoloog, journalist en directeur Yevhen Hlibovitsky.

Ook vanuit Brussel bleef het opvallend stil. De Europese Commissie zei „te verwachten dat de restrictieve maatregelen geen negatieve impact zullen hebben op het fundamentele recht op vrije meningsuiting”, maar erkende Oekraïense zorgen over de nationale veiligheid. Cooper noemt die lauwe reactie „teleurstellend”. Volgens haar dreigt het verwijt dat de EU, dat zich richting Turkije, Rusland of China veel kritischer opstelt, meet met twee maten. Bij Brussel vergeleken was de reactie van de Raad van Europa, dat toeziet op naleving van het Europese mensenrechtenverdrag, een stuk feller. Secretaris-generaal Jagland stelde dat het blokkeren van sociale media en websites indruist tegen „ons begrip van de vrijheid van meningsuiting” en noemde het „niet in lijn met het principe van proportionaliteit”.

Schadelijke informatie

Onder voorstanders van de sancties klinken andere geluiden. Yevhen Hlibovitsky, politicoloog, journalist en directeur van media-organisatie pro.Mova, meent dat critici teveel oordelen met een westerse blik. Veel Russische bedrijven, zoals ook VKontakte, staan onder toezicht van Russische inlichtingendiensten met de bedoeling om schadelijke informatie te verzamelen of te verzenden.

„Rusland gebruikt niet-militaire middelen voor militaire doeleinden, dus weten we nooit zeker of een Russische bank wel echt een Russische bank is, een journalistiek medium wel echt een journalistiek medium. Dat is een politieke kwestie en geen mensenrechtenverhaal.”

Daarnaast vormt VKontakte een van de grootste aanbieders van illegale content in Europa, zegt Hlibovitsky. „Films, porno, noem maar op, het is allemaal gratis te verkrijgen. In de meeste ontwikkelde landen zijn die diensten al verboden door copyright wetgeving”. De vrijheid van meningsuiting is volgens hem niet in het geding omdat mensen kunnen overstappen naar andere aanbieders als Facebook. Het Amerikaanse bedrijf zag vorige week inderdaad een stijging van 30 procent in het aantal Oekraïense gebruikers.

Maar ook Hlibovitsky is kritisch. Niet op maatregel zelf, maar op de gebrekkige communicatie erover door Porosjenko. „Onze regering stamt nog van de dinosaurus-generatie, ze is niet slim genoeg om goed te communiceren. Het doet goede dingen op de verkeerde manier.”

Opmerkelijk

Blijft over de vraag of het Oekraïense verbod juridisch wel door de beugel kan. Volgens Peter Van Elsuwege, hoogleraar internationaal recht in Gent, vindt het instellen van een algemeen verbod problematisch. Hij noemt het opmerkelijk dat Brussel zich niet harder opstelt en de kwestie met Kiev achter de schermen lijkt te willen oplossen. Daarbij kan meespelen dat de EU aarzelt zich kritisch op te stellen ten aanzien van president Porosjenko. Of dat verstandig is, is de vraag. Van Elsuwege: „Er zijn een aantal evoluties in Oekraïne waarbij de grenzen van het recht op vrije meningsuiting worden opgezocht”. Hij noemt het recente verbod op het zwart-bruine Sint-Joris lintje, dat volgens de Oekraïense autoriteiten een ‘pro-Russisch symbool’ is van onderdrukking. Volgens hem dreigt het verwijt dat de EU meet met twee maten.

„Je kunt niet enerzijds landen als Rusland en Turkije op de vingers tikken als zij media blokkeren en anderzijds niet ingrijpen als Oekraïne zoiets doet.”