Column

Het roemloos eind van twee winkelkoningen

Bij het nieuws over het voorgenomen opbreken van het verliesgevende Blokkerconcern (Blokker, Leen Bakker, Xenos, Marskramer, Intertoys) moest ik even aan Anton Dreesmann (1923-2000) denken. Hij was een jager-verzamelaar van ondernemingen op de consumentenmarkt. Van de V&D-warenhuizen, de bakermat van het concern, tot supermarkten (Edah), uitzendbedrijven (Vedior), een bank (Staal) en postorderfirma’s (Ter Meulen). Vendex International heette het conglomeraat. Wat die uiteenlopende bedrijven bond, was Dreesmann. Ook al poogde hij, Dreesmann, met economische argumenten zijn verzameldrift te rationaliseren. Hij had tenslotte een proefschrift geschreven over de detailhandel. Toen hij stopte, verweekte ook de lijm die het concern aan elkaar plakte en begon het afbraakproces.

In zijn dadendrang vertoonde Jaap Blokker (1942-2011), die met zijn broer Ab het gelijknamige concern opbouwde, de nodige overeenkomsten met Dreesmann. Zij waren de winkelkoningen. Zij leidden beiden authentieke familiebedrijven, al was Blokkers imperium meer bescheiden. Ze werkten zelf hun leven lang, dus was het vanzelfsprekend dat hun medewerkers dat ook deden. Zodat zij na een tijdje tegen een vergrijzend (en duurder) personeelbestand aankeken dan nieuwkomers als Action.

Ze hadden allebei de grootst mogelijke moeite om te stoppen en competente en voor henzelf ook acceptabele opvolgers te vinden. Zij wáren ook niet op te volgen. Dus volgden na hun vertrek periodes van onzekerheid en besluiteloosheid die de ontstane problemen aanwakkerden. Want aan het eind van hun ‘regeerperiode’ verwaarloosden zij beiden hun kernterrein. Dreesmann stond er te ver vanaf. Blokker zat er eerder te dicht met zijn neus bovenop, zoals vorig jaar bleek uit een exposé in NRC. Daarin stond ook de anekdote van de 30.000 tuinkabouters die Jaap Blokker bestelde voor Moederdag, drie maal zo veel als zijn medewerkers commercieel raadzaam vonden. Het werd een fiasco.

Blokker en Dreesmann hadden allebei de grootst mogelijke moeite om te stoppen en ze waren ook niet op te volgen

Uiteindelijk volgde ontmanteling van hun levenswerk. De opvolgers van Dreesmann lieten dat over aan de private-equityfinanciers KKR en Alpinvest. Onruststokende beleggers die klaagden over de lage beurskoers hadden de geesten al rijp gemaakt. De nieuwe eigenaren hielden snel grote uitverkoop, om te beginnen met de lucratieve panden.

De familie Blokker en Blokker Holding houden de gelijknamige keten. De andere winkelketens gaan in de verkoop. Grote kans dat er een nieuwe buitenlandse eigenaar komt. Wrang, gezien de opvattingen van Jaap Blokker. In de jaarverslagen van Blokker Holding foeterde hij jarenlang tegen buitenlandse overnames van vaderlandse kroonjuwelen. In het verslag over 2003: „Het is ronduit triest te moeten constateren dat aloud Nederlands zakelijk erfgoed verkwanseld wordt aan buitenlandse partijen, soms ver onder de waarde.” Vendex (met toen Hema, Bijenkorf en V&D), KLM en krantenconcern PCM (Volkskrant, NRC, AD, Trouw) gaan „zonder een traan te laten, zonder vlag halfstok in andere handen over”.

Daar zat wat oud zeer bij. Jaap Blokker verzette zich in 1998 tegen de overname van Hema en Bijenkorf door Vendex, maar hij deed zelf geen hoger tegenbod. Toen Vendex vervolgens werd opgekocht door de financiers KKR en Alpinvest verzette Blokker zich, nu als aandeelhouder. Tevergeefs.

Donderdag voert de Tweede Kamer een rondetafelgesprek over de bescherming van Nederlandse bedrijven tegen overnames. Ik hoop dat Jaap Blokker vanaf zijn wolk meekijkt.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.