Dankzij Macron mag het weer: nadenken over meer Europa

Nieuwe stappen Door de overwinning van Macron in Frankrijk ontstaat er in Brussel ruimte voor hervormingen die lange tijd onhaalbaar leken.

Een jonge vrouw maakt een foto van een kunstwerk van Banksy in het Britse Dover Foto Hannah McKay/Reuters

Het mag weer: nadenken over diepere, vergaande Europese integratie. Over, simpel uitgedrukt, méér Europa. De verkramptheid waarmee de laatste jaren over de EU werd gesproken, waarbij angst voor de kiezer het vaak won van de noodzaak tot hervorming, is niet weg. Maar sinds de verkiezingsoverwinning van de ongegeneerd pro-Europese Macron lijkt het denken bevrijd.

Woensdag sneuvelen er opnieuw taboes. De Europese Commissie komt dan met een ‘reflectie-paper’ over de eurozone (zie inzet). Het zijn vaak al wat oudere ideeën, maar ze komen overeen met die van Macron, en sinds zijn verkiezing worden ze niet bij voorbaat als politiek onhaalbaar afgedaan.

„Je ziet dat er in hoofden ruimte aan het ontstaan is voor nieuwe stappen”, zegt Europarlementariër Bas Eickhout (GroenLinks). „Er zit weer meer zuurstof in het debat.” De kentering begon met Brexit en Trump – gebeurtenissen waardoor Europa „zijn lot in eigen handen” moet nemen, zoals de Duitse bondskanselier Merkel het zondag zei. Maar door Macron durft Europa ook weer te dromen, waar het gevoel in 2015 nog was dat het „weleens echt zou kunnen stranden”, aldus eurocommissaris Frans Timmermans toen.

„Het proces van Europese integratie heeft vreemd genoeg een boost gekregen van al die negativiteit van afgelopen jaar”, zegt Janis Emmanouilidis van denktank European Policy Centre (EPC). „Mensen lijken meer te beseffen hoeveel er uiteindelijk op het spel staat.”

Moed om het wél te doen

Veelzeggend was de schrobbering voor Warschau twee weken terug. Lidstaten spraken de Poolse regering aan op haar aanhoudende pogingen de rechterlijke macht te beïnvloeden. Bijzonder, want lidstaten hechten aan nationale soevereiniteit en lezen elkaar niet graag de les, ook uit vrees dat dit koren op de molen zou zijn van Europese populisten. Maar nu die radicale krachten niet onoverwinnelijk blijken te zijn, vonden ze de moed om het eens een keer wél te doen.

Hordes zijn er nog genoeg. Allereerst de Franse parlementsverkiezingen over tien dagen: lukt het Macron zijn presidentstitel om te zetten in échte macht? En dan de Duitse verkiezingen, op 24 september: kan de Frans-Duitse as, de al jaren haperende motor van de EU, inderdaad herleven? Maar toch: „De politieke opportuniteit voor Europa is echt enorm”, zegt Frank Vandenbroucke, de Belgische ex-minister van Sociale Zaken, nu hoogleraar in Amsterdam.

Eveneens enorm: de uitdaging. De economische coördinatie in de eurozone is gebrekkig, waardoor landen die meer zouden kunnen uitgeven (Duitsland, Nederland) dit niet doen, en landen met een al krappe begroting (Zuid-Europa) nog meer moeten bezuinigen. Het schenden van begrotingsregels leidt tot bestraffende woorden, maar nooit tot sancties. De bankenunie, de aanleg van een brede ‘brandgang’ rondom de financiële sector, is niet voltooid. De sociale dimensie van de EU is zwak, schokdempers op Europees niveau zijn er niet, en elke crisis komt veel harder aan dan nodig.

Intellectuele ruimte

„Dit ga je niet morgen allemaal oplossen”, zegt Vandenbroucke. „Maar het is essentieel dat er intellectuele ruimte wordt gecreëerd om aan deze kwesties te kunnen blijven werken.” Behalve over de eurozone kwam de Commissie eerder met twee andere reflectie-papers, over een ‘sociale unie’ en over ‘globalisering’ – met ideeën die tot voor kort, in minder gunstige omstandigheden, zouden zijn gesneuveld.

Emmanouilidis ziet het nieuwe optimisme niet snel leiden tot „grote hervormingen en radicale veranderingen”. Daarvoor is het vertrouwen tussen lidstaten in de afgelopen jaren teveel beschadigd. De politicoloog waarschuwt ook voor te veel optimisme, en voor de grote teleurstelling die daarop kan volgen. Tegelijkertijd is er onmiskenbaar sprake van momentum. „De wil om iets samen te proberen is er weer, nog even los van de vraag of het wel lukt. Dat was in 2015 heel anders.”

Wat Eickhout betreft wordt de ruimte die er is, gebruikt voor een aantal cruciale dossiers. Om te beginnen de begrotingspolitiek. Veel te rigide en te weinig gericht op investeringen en banen. Eickhout: „Krijgt Macron de Duitsers af van hun eenzijdige, dogmatische agenda? Dat wordt de grote test.” Daarnaast moeten er significante Europese belastingafspraken komen, ook al gaat de EU daar formeel niet over. Dat de vennootschapsbelasting door fiscale concurrentie tussen lidstaten omlaag is gegaan, terwijl de lasten op arbeid zijn gestegen, is volgens de Europarlementariër niet meer uit te leggen.

Behalve ruimte ziet Vandenbroucke ook meteen een nieuw gevaar: Europa zelf. Zijn grote angst is dat EU-leiders zelfgenoegzaam worden. „We mogen nu niet gaan denken dat we de agenda die voor ons ligt wel kunnen laten liggen, omdat het nu beter gaat.” Het zou niet de eerste keer zijn dat de EU achterover leunt zodra het ergste voorbij lijkt. Dat heeft nooit goed uitgepakt.