Geluidsopnames mariniers cruciaal in proces De Punt

Molukse Gijzeling

Volgens de advocaat van de nabestaanden van twee treinkapers wijzen de opnames richting executie van de kapers.

Er zijn geluidsopnames vrijgegeven van de gewelddadige bevrijding van de door negen Molukkers gekaapte trein bij De Punt in 1977. Dat bevestigt het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) na berichtgeving van de NOS. Het NFI heeft de opnamen geanalyseerd en het transcript doorgestuurd naar het ministerie van Veiligheid en Justitie, maar wil niets zeggen over de inhoud van de opnames.

Nabestaanden van twee omgekomen kapers, Max Papilaja en Hansina Uktolseja, eisten eerder op basis van autopsierapporten schadevergoeding omdat volgens hen gebleken was dat Papilaja en Uktolseja zijn gedood terwijl ze al buiten gevecht waren gesteld. Liesbeth Zegveld, advocaat van de nabestaanden, noemt de opnames „ongelooflijk schokkend”. Het lijkt erop „dat de mariniers kapers moedwillig hebben doodgeschoten”. De staat heeft dit altijd ontkend.

In de transcripten is vastgelegd dat een marinier spreekt over een „genadeschot”. Een andere spreekt over het „kapotschieten” van kapers.

Advocaat Geert-Jan Knoops, die de belangen van de mariniers behartigt, stelt in een verklaring dat er geen conclusies kunnen worden getrokken uit de geluidsopnames. Tegen de NOS zei hij ook dat de context belangrijk is: „Het was geen politiemissie. Het was een militaire operatie, die aan het korps mariniers is toevertrouwd. Het zijn militairen die getraind zijn om in oorlogssituaties op te treden. En zo moet die context worden begrepen.”

Zegveld had gevraagd de geluidsopnames openbaar te maken. Hier was de Nederlandse staat op tegen in verband met de privacy van de mariniers die de operatie uitvoerden. De rechter besloot vervolgens dat het transcript van de opnames in het onderzoek mag worden gebruikt. De staat heeft het transcript naar de rechtbank opgestuurd, maar wil het niet zelf openbaar maken voordat de zitting heeft plaatsgevonden.

In mei 1977 kaapten negen Molukse jongeren een trein die van Assen op weg was naar Groningen. Zij protesteerden hiermee tegen het uitblijven van een onafhankelijke staat op de Molukken, iets wat de Nederlandse staat in 1950 nadat Indonesië onafhakelijk was geworden, had beloofd. De kaping duurde bijna negentien dagen. Twee gegijzelden en zes kapers kwamen om het leven door kogels van mariniers.

In februari stelde de rechtbank in Den Haag dat Nederland heeft nagelaten de zaak goed te onderzoeken en dat de betrokken mariniers moesten worden gehoord. De mariniers zijn niet degenen waarom het in deze zaak moet gaan, zegt Zegveld. „Zij handelden in opdracht van het toenmalige kabinet. We richten ons dus op het handelen van de staat.” Zegveld wil dat er nu eerst een volledige reconstructie wordt gemaakt door een onafhankelijke expert waarin de woorden van de mariniers in de context worden geplaatst van de andere beschikbare kennis. Ze hoopt dat zo kan worden bewezen dat mariniers wel degelijk de opdracht hadden om te doden.