Longreads

Deze vrouw verdient een fortuin met de verkoop van potten stof

Een hilarisch artikel in The New York Times analyseert de aantrekkingskracht van een lifestylegoeroe

Foto Moon Juice

Als Amanda Chantal Bacon ‘s ochtends wakker wordt begint ze met een kop silver needle calendula-thee, genuttigd tijdens een sessie Kundalini-yoga en een 23 minuten durende ademroutine. Rond de klok van 8.00 volgt een chi drink, aangelengd met ho shou wu en parelpoeder, afgeblust met een shot quinton. Het ontbijt volgt om 09:30 uur: 473 milliliter green juice, drie lepels bijenpollen, een handje cashewnoten en een shot versgeperst grapefruitsap met kurkuma. Het lunchmenu bestaat uit rauwe stroken courgette met basilicum, pijnboompitten, zongedroogde tomaten en citroen. En een kop groene thee, uiteraard.

Als je deze informatie tot je neemt terwijl je de kruimels van je toetsenbord veegt, de achtste kop espresso binnen handbereik, onverantwoord krom achter je bureau, dan ben je waarschijnlijk precies Bacon’s ‘ijkpersoon’ - een term die Bacon waarschijnlijk ook losjes zou kunnen laten vallen. Bacon verkoopt potten “stof”, precies de ietwat gevatte naam voor een voedingssupplement waardoor je er met gemak 30 dollar per pot (14 doses) voor kunt vragen. Zo zijn daar Beauty Dust, Spirit Dust, Sex Dust en Brain Dust - allemaal met een pastelkleurig label en boordevol onheilspellend ingrediënten als Organic Eleuthero, Schisandra, Zizyphus, waarvan de naam alleen al je een moeilijk gevoel in je darmen bezorgt.

Maar wie ís Amanda Chantal Bacon nu dan? Schrijfster Molly Young voelde de onweerstaanbare drang een pot Brain Dust te kopen en dook voor The New York Times in de vrouw achter de mythe. Want hoewel Bacon geen model-, zang- of acteercarrière heeft waar ze haar merk aan op kan hangen, slaagde ze er kennelijk wel in potten met ondefinieerbaar stof aan de vrouw te brengen en daar een bekende lifestyle-goeroe mee te worden. Eigenlijk, zo realiseerde Young zich, was Bacon het summum van alle lifestyle- en voedselgoeroes die ons tegenwoordig on- en offline omringen. Erachter komen wat Bacons aantrekkingskracht is zegt daarom veel over waarom we allemaal massaal achter deze adviezen aanlopen, al koffiedrinkend en kruimelend achter het bureau.

Wat volgt is een hilarische ontmoeting met Bacon en een analyse van haar merk Moon Juice, een naam die ze overigens niet zelf verzon maar die “uit het universum tot haar kwam”. Lifestylegoeroes, schrijft Young, zijn zo succesvol en aantrekkelijk omdat ze het idee verkopen dat het niet alleen oké is om je de hele dag met neurotische precisie op jezelf te richten, maar dat dat zelfs nastrevenswaardig is. “Wat ze verkopen is volledig geabsorbeerd zijn door jezelf als het ultieme luxe-product.”

Young komt er uiteindelijk ook achter dat veel van wat in Bacons potten zit precies gelijk is aan de proteïnepoeders die complotdenker en Trump-aanhanger Alex Jones in zijn webshop verkoopt. Waar hij, rancuneus boegbeeld van het wantrouwen in de overheid, zich met de poeders afzet tegen de machten die je proberen te ondermijnen, verkoopt de rustieke Bacon feitelijk hetzelfde sentiment.