Opinie

Goed idee van Kamp: een jaar bedenktijd bij overname

Even nadenken bij een buitenlandse overname is in het belang van alle partijen, schrijven , en .

Illustratie Hajo

Het voorstel van minister Kamp om Nederlandse bedrijven de wettelijke mogelijkheid te bieden een jaar bedenktijd te nemen bij een overnamebod is verstandig en gebalanceerd, ondanks de kritiek erop. Nederlandse bedrijven werken onder de Corporate Governance Code, die hen verplicht de belangen van alle stakeholders te behartigen en waardecreatie op lange termijn na te streven. Dat staat haaks op het Angelsaksische model, waarbij waardecreatie voor aandeelhouders op de korte termijn vooropstaat. Kamps voorstel slaat een brug tussen die twee invalshoeken van bedrijfsvoering en verschaft bestuur en commissarissen de middelen hun rol naar behoren te vervullen bij een vijandig overnamebod, zonder dat bod van tafel te halen. Bovendien zorgt het voorstel ervoor dat de leiding van het bedrijf zich kan concentreren op haar bestuurstaak en geen energie en tijd hoeft te stoppen in rechtszaken van activisten met eigen kortetermijnbelangen.

Veel grote Amerikaanse bedrijven hebben beschermingsconstructies, ondanks een hoge waardering. Dat is niet zómaar gedaan. Ook Amerikaanse bedrijven achten het belangrijk dat zij bij een overnamebod mogelijkheden hebben om óf tijd te kopen óf een heroverweging van strategie of operationele bedrijfsvoering door te voeren. Tijd geeft ruimte om onderhandelingen voor te bereiden. En, als men tot een overname besluit, betere voorwaarden te bedingen voor aandeelhouders en andere belanghebbenden. Een aantal staten, waaronder Pennsylvania, heeft additionele wetgeving ingesteld die overnames verder bemoeilijkt.

Vetorecht

Ook Europese landen kennen regels en praktijken die de kans op slagen van vijandige overnames sterk beperken. Bekende voorbeelden zijn: extra stemrecht voor langetermijnaandeelhouders (Frankrijk) of A- en B-aandelen, waaraan verschillend stemrecht toekomt (Scandinavische landen). Denemarken laat stichtingen van algemeen belang toe die met beperkte percentages aandelen vetorecht hebben bij belangrijke besluiten. In Duitsland heeft Nedersaksen met 20 procent van de aandelen een vetorecht over alle belangrijke besluiten bij Volkswagen.

Hoe goed zijn Nederlandse bedrijven beschermd tegen overnames? In principe zijn alle beursgenoteerde bedrijven uiteindelijk te koop. De belangrijkste beschermingsconstructies die hier gangbaar zijn, kennen een beperkte tijdsduur. Een vasthoudende bieder met een gefundeerd overnamebod, doordacht in strategie en uitvoering, deskundig geanalyseerd op mededingingsregels en voorzien van een goed prijskaartje, kan uiteindelijk succesvol zijn. Het is echter juist dan en daarom van het grootste belang dat een overgenomen vennootschap de belangen van alle betrokkenen bij die onderneming optimaal kan behartigen en dat een overname gericht is op de lange termijn. De middelen om dat te bereiken zijn echter lang niet altijd gegeven. Zo heeft ABN Amro in 2007 een ongewenste overname niet kunnen voorkomen. Ook de Ondernemingskamer heeft dat niet verhinderd. Gelukkig heeft deze in de casus AkzoNobel nu wel een gunstig besluit genomen.

Gebrekkig boekenonderzoek

De meeste overnames leveren niet het resultaat op dat men had verwacht. Veel overnames gaan fout door gebrekkig boekenonderzoek, haast, veronachtzaming van cultuurverschillen of onderschatting van de complexiteit van integratie. Is een overname eenmaal aangekondigd of gelekt, dan gaat het proces vaak een eigen leven leiden. Activisten komen aan boord, alsmede arbiters en aandeelhouders die hun slag willen slaan en weinig op hebben met de Nederlandse Corporate Governance Code. Die zegt dat bestuur en commissarissen de belangen van alle aandeelhouders evenwichtig moeten behartigen. Men wil geld – en liefst zo snel mogelijk. Lukt dat niet dan komen er juridische gevechten die de druk opvoeren.

Bij overnames dreigen emoties nog weleens de overhand te krijgen en wordt winnen soms een doel op zichzelf. Het hele proces van overname zowel aan de overnemende als aan de overgenomen kant is juist níét gebaat bij die emoties, maar bij wat men noemt ‘slow thinking’. Grote beslissingen van belangrijke strategische aard vragen om doordachte processen en voldoende tijd.

Bedenktijd dik terugverdiend

Dit betekent niet dat wij overnames niet zien zitten als deel van een goede bedrijfsstrategie. Dat kan wel degelijk het geval zijn. Maar het is belangrijk dat tijd en gepaste bescherming wordt geboden om overnames goed voor te bereiden, te doordenken en te zorgen dat optimaal rekening wordt gehouden met de belangen van alle stakeholders. Die extra tijd wordt later, mocht de overname doorgaan, dik terugverdiend.

Kamps voorstel om een bedenktijd van een jaar mogelijk te maken, is daarvoor bij uitstek geschikt. Die tijd verhindert geen enkel bod, maar zorgt er wel voor dat bestuur en commissarissen hun taak naar behoren kunnen uitoefenen zonder belaagd te worden door activistische aandeelhouders en rechtszaken. In vrijwel alle andere landen is die ruimte er al. Het voorstel van minister Kamp verdient het dan ook om wet te worden.