Amsterdam belooft burgemeester op zijn stad te zullen passen

Ziekte Eberhard van der Laan

Burgemeester Eberhard van der Laan maakt de emoties los bij de Amsterdammers. Er is een bijzondere video voor hem gemaakt.

Amsterdammers uit de video voor burgemeester Van der Laan. Ze beloven dat „het terrein van voetbalvereniging Swift op het Olympiaplein altijd een voetbalveld blijft” (presentator Matthijs van Nieuwkerk, linksboven), dat elke Amsterdammer doordrongen raakt van „het belang van kunst” (Rijksmuseumdirecteur Taco Dibbets, eronder), dat het volgende voetbalseizoen „de schaal speciaal voor u is”, (Ajacied Joël Veltman, daaronder) en dat „ik altijd een Amsterdamse dichter zal blijven”, (Hilmano van Velzen, ‘de dakloze dichter’, boven, tweede van links). Foto's uit Amsterdam doet belofte

Ze hebben zitten huilen voor hun computer, mensen die het filmpje Amsterdam doet belofte aan Eberhard van der Laan bekeken. Productiebedrijf Wefilm vroeg aan twintig meer of minder bekende Amsterdammers of zij voor de camera een belofte wilden uitspreken aan hun ernstig zieke burgemeester – een belofte voor het moment dat hij niet meer leeft.

In het twee minuten durende filmpje belooft Rijksmuseumdirecteur Taco Dibbets „iedere Amsterdammer en iedere bezoeker van Amsterdam te overtuigen van het belang van kunst”. Tv-presentator Matthijs van Nieuwkerk belooft dat het terrein van voetbalvereniging Swift op het Olympiaplein eeuwig een voetbalveldje zal blijven. Een marktkoopman belooft, zittend voor zijn boordevolle container op het Waterlooplein, dat hij „nooit meer met justitie in aanraking zal komen”.

Vrijwel alle landelijke media zetten het filmpje op hun website. Stadskrant Het Parool vroeg de lezers erbij hun eigen belofte aan de burgemeester te doen. En daar lees je van die tranen en van de trots. Burgemeester Van der Laan blijft sterke emoties losmaken bij de Amsterdammers.

„Hoe gaat het met de burgemeester?” is een veelgestelde vraag sinds Van der Laan vier maanden geleden – in een brief aan de „lieve Amsterdammers” – bekendmaakte dat hij ernstig ziek is en dat er „weinig reden tot optimisme” was over de prognose. „Ik blijf graag nog een poosje uw burgemeester”, schreef hij erbij.

Sindsdien was Van der Laan misschien iets minder dan voorheen, maar toch nog regelmatig te zien bij publieke optredens. Steevast met zijn linkerarm in een mitella, de ene keer met een wat blekere teint dan de andere.

Tijdens de Dodenherdenking van 4 mei op de Dam hield hij een toespraak met daarin de vermaning: „Laten wij juist op 4 mei onze zegeningen tellen, en daaruit de hoop en het zelfvertrouwen putten om voort te gaan op de weg van vrede.” Het bracht mensen tot nieuwe uitingen van hun bewondering.

In de vraag naar zijn gesteldheid schuilt een bezorgdheid die verder gaat dan het verdriet-bij-voorbaat. Er zit ook nieuwsgierigheid in naar hoe hij het volhoudt. Óf hij het volhoudt. Het stadhuis verstrekt geen bulletins over de gezondheidstoestand van de burgemeester. Hij is onder behandeling – verder gaan de mededelingen niet.

En wie mocht twijfelen aan de bestuurlijke slagkracht van Eberhard van der Laan moet vooral via de gemeentelijke website even terugkijken naar het raadsdebat van 10 mei. Daarin trok de burgemeester als een jonge hond van leer tegen enkele raadsleden die – niet voor de eerste keer – probeerden de condities van de bed-bad-broodopvang voor uitgeprocedeerde asielzoekers te verruimen. Een motie van die strekking zou hij „furieus ontraden”, zei de burgemeester. Hij noemde argumenten „niet verstandig” of zelfs „bedenkelijk” en zei dat hij „bijna hopeloos” werd bij het idee alles wat in de raad werd geopperd te moeten weerleggen. Ja, natuurlijk had de fractievoorzitter van GroenLinks het volste recht te proberen zijn idealen op dit dossier te verwezenlijken, zei van der Laan. Maar: „Als u dat probeert door de raad op het verkeerde been te zetten, dan word ik kwaad. Dat mag ik vinden, hè. Dat is dan mijn recht.”

Het is duidelijk: deze burgemeester werkt niet op halve kracht. „Hij is nog erg bereikbaar”, zegt een van de raadsleden. „Hij neemt monter de telefoon op.” Zonder hem, zeggen ambtenaren, zou de Amsterdam Arena nooit de naam van Johan Cruijff krijgen. Zonder hem hadden 100.000 Ajax-fans nooit samengepakt op het Museumplein, in het centrum van Amsterdam, kunnen meekijken naar de finale tegen Manchester United.

Ja, Van der Laan leunt zwaarder dan vroeger op zijn staf en op de wethouders in het college. „Ze zijn magistraal aardig”, zei de burgemeester daarover in een gesprek met de lokale tv-zender AT5. Maar hij liet er in hetzelfde gesprek geen twijfel over bestaan: mocht Amsterdam doelwit van terroristen worden, „dan ben ik in charge”.

„Er is de stilzwijgende consensus dat we hem die ruimte gunnen”, zegt een Amsterdams politicus. Dat is het krediet dat Van der Laan sinds 2010 in de Stopera heeft opgebouwd.

Waarmee hij dat heeft verdiend? Als je het politici en ambtenaren vraagt, zijn ze eenduidig: met zijn inzet en dienstbaarheid. „Het is een wonderlijke combinatie van intellectuele superioriteit en bijna volkse aandoenlijkheid”, zegt een van hen. „Hij is een rots. De verhalen dat hij driftig kan uitvallen tegen ambtenaren, kloppen wel, maar ze geven maar de helft van het plaatje. Hij staat ook vóór hen, als het lastig is.”