Het kalifaat van Islamitische Staat brokkelt in hoog tempo af

Islamitische Staat Als Mosul en Raqqa vallen, blijft er voor Islamitische Staat weinig over. Alleen met terreur kan IS nog zijn macht tonen.

Een deel van het westen van Mosul. Foto Alkis Konstantinidis/Reuters

De schrik voor Islamitische Staat blijft er inzitten. Na de aanslagen in Manchester, Stockholm, Londen en Berlijn vragen velen in Europa zich af: is onze stad de volgende, waar willekeurige voorbijgangers door een bom worden gedood of door een vrachtwagen worden weggemaaid?

Hoewel vaak onduidelijk is of de daders op eigen houtje of in opdracht van IS handelden, blijven IS’ers in hun propagandafilmpjes zingen: „We zullen hun hoofden afhakken, met de scherpste messen, we zullen hun bloed drinken, zo smakelijk en donkerrood.”

Zulke stoere taal kan niet verhullen dat het door IS uitgeroepen kalifaat in hoog tempo afbrokkelt. Terreur is langzamerhand de enige manier geworden voor de beweging om haar macht en invloed nog te tonen.

Een lid van de Irakese organisatie voor terrorismebestrijding patrouilleert op 29 mei 2017 in de buurt al-Saha tijdens het gevecht om de stad over te nemen van IS.
Foto Karim Sahib/AFP
Een militair van het Irakese leger in al-Saha.
Foto Karim Sahib/AFP

Illustratief is de situatie in het Noord-Iraakse Mosul, de grootste stad die IS ooit wist te veroveren. Met de moed der wanhoop verzetten IS’ers zich daar in een snel kleiner wordend kringetje tegen de opmars van het Iraakse leger. Dit staat nu op een steenworp van de grote Al-Nuri-moskee in de oude stad, waar IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi in de zomer van 2014 blakend van zelfvertrouwen het kalifaat uitriep en zichzelf tot kalief Ibrahim verhief. De zwarte vlag van IS wappert nog boven de al eeuwen vervaarlijk overhellende minaret, maar het lijkt nog een kwestie van hooguit weken voor IS uit Mosul is verdreven.

De ‘kalief’ zelf is de stad volgens westerse inlichtingendiensten ontvlucht en huist nu – naar zij aannemen – ergens in de woestijn. In een van zijn schaarse openbare boodschappen zinspeelde Abu Bakr er vorige herfst al op dat de tijd van de opmars van IS voorbij was: „Weet dat het duizendmaal beter is om te blijven, met jullie eer intact, dan je terug te trekken met schaamte”, hield hij zijn mannen voor. Ook riep hij hen op de strijd voort te zetten in Saoedi-Arabië, Turkije, Libië en elders.

Naar Raqqa, de stad in het oosten van Syrië die IS als zijn hoofdstad beschouwt, kan Abu Bakr ook niet meer vluchten. De plaats is aan alle kanten omsingeld en wordt met grote frequentie gebombardeerd. Syrische Koerden, bijgestaan door Amerikaanse militairen, bevinden zich op minder dan 40 kilometer afstand.

NRC studio

Groot terreinverlies

„IS kampt met een drastische achteruitgang in zowel territorium als bevolking en inkomsten. Niet alleen in Irak en Syrië maar ook daarbuiten in landen als Libië en Afghanistan”, zegt Seth Jones, directeur internationaal veiligheids- en defensiebeleid van de Rand Corporation, een Amerikaanse denktank.

Eind vorig jaar al was IS volgens de internationale coalitie die IS bestrijdt bijna tweederde van het gebied dat het op zijn hoogtepunt in 2014 in Irak controleerde kwijt, in Syrië ongeveer een derde deel. Over hoeveel mensen ze nu nog de scepter zwaaien valt, mede door strijdgewoel en vluchtelingenstromen, niet precies te zeggen. Maar als ze ook hun belangrijkste steden, Mosul en Raqqa, nog verliezen, blijft er weinig over.

Verschuif het balkje om het verschil te zien tussen IS-gebied in 2014 en 2017:

 
NRC studio

Leiding gedecimeerd

Wie IS leidt op dit moment is evenmin duidelijk. Was IS een jaar geleden nog aantoonbaar in staat complexe aanslagen in westerse landen te coördineren, zoals die in Parijs in november 2015, het is onzeker of ze dat na een reeks nieuwe tegenslagen nog steeds kunnen.

De afgelopen jaren zijn leiders van IS, militaire maar ook andere, bij bosjes geëlimineerd door drone-aanvallen of anderszins. Een jaar geleden trof dat lot ook Omar al-Shishani, bijgenaamd ‘de Tjetsjeen’, een soort minister van Defensie van IS. Begin april dit jaar zou de nummer twee van de beweging, Ayad al-Jumaili alias Abu Yahya, bij een luchtaanval van het Iraakse leger zijn gedood.

Volgens sommige schattingen is al ruim de helft van de oorspronkelijke IS-leiders gedood. „De levensverwachting van een militaire leider in Mosul is betrekkelijk kort”, zei een Amerikaanse officier vorige herfst al droogjes tegenover CNN.

Een Irakees meisje is samen met haar vijf dagen oude broertje in veiligheid gebracht. Foto Karim Sahib/AFP

Inkomsten opgedroogd

In 2014 beschikte IS over zoveel geld, dat de beweging de rijkste terroristische groep ter wereld werd genoemd. Haar strijders roofden geld uit banken in door hun veroverd gebied en genoten inkomsten uit belastingen. Ook verdienden ze aan de levering van olie en elektriciteit, ironisch genoeg onder meer aan de Syrische regering. Maar de meeste van deze inkomstenbronnen zijn opgedroogd. Volgens een studie van King’s College in Londen uit februari had IS in 2016 nog jaarinkomsten van 870 miljoen dollar (779 miljoen euro), vergeleken met 1,9 miljard dollar in 2014.

Nelly Lahoud, specialist voor de politieke islam bij het International Institute for Strategic Studies in Londen, is niet verbaasd over de neergang van IS. „Ik was meer verrast door hun snelle opkomst en het feit dat ze het nog zo lang uitzingen”, zegt ze. „Dat is vooral te danken aan de incompetentie van hun vijanden, met name van de regering van de toenmalige Iraakse premier Maliki.”

Maar ook de coördinatie van de internationale coalitie tegen IS liet volgens Lahoud lang te wensen over. „Pas door het afsluiten van de grens met Turkije verminderde de instroom van strijders uit het buitenland aanzienlijk. In Syrië speelde ook mee dat daar de strijd tegen IS niet als een prioriteit werd beschouwd. Daar lag de nadruk meer op de bestrijding van andere groepen.”

Bekijk hieronder de video: hoe Islamitische Staat opstond en weer ondergaat

Loon gehalveerd

Vast staat dat de strijd steeds moeizamer wordt voor de resterende manschappen van IS. Hun voorheen relatief hoge loon – uiteenlopend van 400 tot 1.200 dollar per maand volgens Amerikaanse bronnen – was een jaar geleden al gehalveerd, toen de inkomsten van IS begonnen te slinken. De strijd wordt intussen steeds gevaarlijker. Bijna dagelijks richten luchtbombardementen door vliegtuigen van de VS en andere landen van de internationale coalitie een inferno aan in Raqqa en andere plaatsen. Hoewel ook burgers te lijden hebben, zijn bovenal IS-strijders doelwit.

Onderlinge wrijving

Er is ook wrijving tussen buitenlandse en lokale IS-strijders. Een gevluchte Syrische IS-strijder vertelde een journalist van persbureau AP onlangs hoe een Saoedische sjeik hem in zijn IS-tijd vernederde door te spotten dat hij zeker bang was te vechten tegen Koerdische vrouwelijke peshmerga’s. Er is veel wederzijds wantrouwen. „We praten niet met elkaar en zitten niet bij elkaar”, zei de jonge Syriër. Volgens hem kwamen de buitenlanders voor de zekerheid altijd met schietklare geweren bij hen aan.

Uitgedunde gelederen

Hoeveel strijders er nog in Syrië en Irak over zijn, is onduidelijk. In het westen van Mosul – het oosten hebben ze in januari verloren – zouden zich minder dan 2.000 IS-strijders hebben verschanst. In december 2016 schatte een hoge Amerikaanse militaire functionaris in Washington dat IS nog zo’n 12.000 tot 15.000 man over had. In Syrië en Irak waren volgens de woordvoerder van het Pentagon de voorgaande twee jaar liefst 50.000 IS-strijders gedood. Volgens een schatting van een jaar geleden van het Haagse International Centre for Counter-Terrorism waren er toen 4.300 Europese moslims naar Irak en Syrië gereisd, van wie 30 procent inmiddels zou zijn teruggekeerd.

Volgens sommige analisten was IS in werkelijkheid altijd al kleiner. „Het was juist een wonder met hoe weinig man ze in dat eerste jaar van succes naar succes snelden”, zegt Lahoud, die zelf echter evenmin over cijfers beschikt.

Dat de animo voor het kalifaat te vechten snel afneemt, is zeker. Op een congres in Washington over de aanpak van IS stelde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Rex Tillerson, in maart tevreden vast dat de stroom buitenlandse vrijwilligers om te vechten in Syrië en Irak met 90 procent was verminderd. Ook zei hij dat 75 procent van de online propaganda van IS was verwijderd. Beweringen die niet makkelijk zijn te checken.

Sommige IS-strijders die al in Syrië of Irak zitten, proberen te ontkomen, als ratten die een zinkend schip verlaten. De Britse Financial Times meldde in januari dat er een levendige mensensmokkel is ontstaan van gedesillusioneerde strijders die IS-gebied willen verlaten. Niet alleen voor de smokkelaars maar ook voor andere rebellengroepen, wier medewerking vaak onmisbaar is, is dit een lucratieve aangelegenheid.

De kosten van zo’n ontsnapping kunnen oplopen tot 10.000 dollar. Er wordt bovendien in gevangen genomen IS-strijders gehandeld. Sommige landen, met name uit de Golf, zijn bereid forse bedragen neer te tellen voor IS-strijders die uit hun land afkomstig zijn. De prijs kan oplopen tot 50.000 dollar. „Elke groep handelt in IS-strijders”, zei een rebel tegen de Britse krant. „Geloof niemand die zegt dat ze dat niet doen.”

Nog niet zo lang geleden waren het de IS-strijders zelf – toen goed bij kas – die geld betaalden voor gevangenen die interessant voor hen waren, in het bijzonder westerse journalisten en hulpverleners. Die verkochten ze voor veel losgeld door aan het land waar de gegijzelden vandaan kwamen of ze onthoofdden hen, een praktijk die uitgroeide tot hun handelsmerk.

Maar weinig IS-strijders – vooral buitenlanders – kunnen zich echter veroorloven zich zo vrij te ‘kopen’. Zo’n vlucht is echter riskant. Als je in handen valt van een rebellengroep, is de kans niet denkbeeldig dat je een kopje kleiner wordt gemaakt. Juist doordat IS zelf zo wreed is omgesprongen met zijn tegenstanders, hoeven ze niet op mildheid te rekenen. Wie bovendien door de IS-leiding wordt gesnapt bij een poging tot desertie, wordt meteen gedood.

De meeste analisten denken dat IS het leeuwendeel van zijn territorium spoedig zal verliezen. „De beweging zal niet meer zo aan territorium zijn gebonden”, zegt Jones van de Rand Corporation. „Het is ook denkbaar dat andere jihadisten zich meer zullen begeven naar andere gebieden als Libië of Afghanistan.”

Ook nu al bedient IS zich veel van terreur. Vooral in Bagdad laat IS regelmatig bommen afgaan in shi’itische wijken, dinsdag nog bij een populaire ijssalon.

Een voertuig van Irakese strijdkrachten in Al-Saha.
Foto Karim Sahib/AFP
De uitrusting van Irakese strijdkrachten in al-Saha.
Foto Karim Sahib/AFP

Is er nog toekomst voor IS, zonder territorium? Lahoud: „Nu ze glans verliezen, is het moeilijk voorstelbaar dat het zo succesvol blijft als voorheen. Het hangt er ook van af of de sunnieten in Irak, die de kern van IS uitmaakten, ditmaal na de val van Mosul op meer steun en begrip vanuit Bagdad kunnen rekenen. In Syrië zal de toestand nog wel lange tijd instabiel blijven, dus daar heeft de beweging misschien kansen, al kwam ze eigenlijk meer uit Irak dan Syrië voort. Maar we hebben zo’n opleving eerder gezien. Nadat de Al-Qaeda-tak van Abu Musab al-Zarqawi in Irak, in veel opzichten de voorloper van IS, in 2007 volkomen was gedecimeerd, flakkerde ze enkele jaren later bij de volgende gelegenheid in Syrië in iets andere gedaante meteen weer op.”