Cultuur

Interview

Interview

Mark Wotte: „Het doet pijn te zien hoe het Oranje vergaat, maar ik ben met Marokko bezig.”

Foto Youssef Boudlal

‘Als het aan de familie ligt, valt de keuze vaak op Marokko’

Bondscoach Jong Marokko

Mark Wotte kijkt woensdag op zijn eigen manier naar de interland Marokko-Nederland. Hij is de man die talenten uit de eredivisie strikt voor Marokko en daar heeft de Nederlander geen enkele moeite mee. „Nee, waarom zou ik? Spelers maken uiteindelijk zelf hun keuze.”

Abdelhak Nouri moet toch wel even vreemd hebben opgekeken toen hij uitgerekend door een Nederlander werd gevraagd te overwegen voor Marokko te kiezen. De 20-jarige Ajacied legde het schriftelijke verzoek naast zich neer en heeft vooralsnog de voorkeur aan Oranje gegeven. „Als bondscoach van Jong Marokko had ik Nouri er natuurlijk graag bij gehad, maar ik kwam niet eens met hem in gesprek”, zegt Mark Wotte in een hotellobby in Rabat. „Je moet het sowieso altijd proberen. Anders krijg je later het verwijt dat Marokko nooit naar hem om heeft gekeken.”

Wotte (56) zal op woensdagavond met gemengde gevoelens de vriendschappelijke interland tussen Marokko en Nederland op de tribunes van het stadion van Agadir bekijken. In de Marokkaanse selectie zitten in Nederland opgeleide profs als Karim El Ahmadi, Sofyan Amrabat, Yassin Ayoub en Mimoun Mahi. Wotte is anderhalf jaar in dienst van de Marokkaanse bond, maar het Nederlandse voetbal ligt hem nog altijd nauw aan het hart. „Het doet mij ook pijn te zien hoe het met Oranje gaat, maar ik ben met Marokko bezig. Mijn opdracht is om het voetbal hier naar een hoger plan te tillen. Dus hoop ik dat de grootste talenten voor Marokko kiezen.”

De oud-speler en voormalige coach van Jong Oranje en clubs als ADO Den Haag, FC Utrecht, FC Den Bosch, Willem II en RKC sloeg het laatste decennium zijn vleugels uit. Wotte reisde over de wereld en deelde in landen als Egypte, Qatar, Engeland, Roemenië en Schotland zijn kennis. „Na drieënhalf jaar bij de Schotse bond was het genoeg. Ik wilde even rust nemen, maar plots kwam Marokko via mijn oude kennis Nasser Larguet met een aanbieding. Mijn voorganger Pim Verbeek was heel positief. Toen heb ik de Schotse hooglanden maar verruild voor de zon van Rabat”, zegt hij met een lach op zijn gebruinde gezicht.

Marokkaanse voetbalacademie

Wotte had Larguet leren kennen toen hij eind jaren negentig als hoofd opleidingen actief was bij Southampton. De Marokkaanse Fransman verzamelde destijds kennis om in het Noord-Afrikaanse land een voetbalopleiding neer te zetten. Die staat er inmiddels: Académie Mohammed VI de football. In 2009 werd die door de koning zelf geopend. „Toen ik op mijn beurt bij Larguet een kijkje wilde nemen, stond hij erop dat ik hem zou helpen. Dat deed ik graag, het is een mooie uitdaging.”

Als bondscoach van Jong Marokko heeft Wotte twee belangrijke opdrachten: zich plaatsen voor de Olympische Spelen van 2020 in Tokio, en talenten klaarstomen voor de nationale A-selectie. „Vooral de kwalificatie voor de Zomerspelen in Tokio is een zeer lastige klus”, legt Wotte uit. „Die verlopen via drie play-offs voor de Afrika Cup. Alleen de beste drie van dat toernooi mogen naar Japan. Dat is een helse klus. Het voetbal van die Afrikaanse ploegen is enorm fysiek en intens. Als het misloopt kan het volgend jaar al afgelopen zijn voor me hier.”

Het zijn nu eenmaal de wetten van het voetbal. Wotte weet hoe het werkt. Hij bouwt aan de verre toekomst, maar heeft daarbij resultaten uit het heden nodig. Een lastige spagaat. „Ik heb te maken met spelers uit de nationale Marokkaanse competitie en met profs die hun geld verdienen bij Europese clubs. Daarbij moet ik de juiste balans proberen te vinden. Je kunt niet alleen met buitenlandse Marokkanen spelen. Als je er geen goede eenheid van weet te maken, dan wordt het niks.”

Wotte werkt bewust met een lokale technische staf en past zich zoveel mogelijk aan. Zijn voertaal is Frans met hier en daar een woordje Arabisch. „Het beeld van Marokko is heel negatief, maar het leven is hier goed voor mijn partner en mij. Mijn zonen van 21 en 25 jaar staan op eigen benen. Ik krijg vaak de opmerking: ‘Wat moet je nou in Marokko?’ Wat moet ik met al die vooroordelen? Die mensen zijn misschien een keer in Marrakesh geweest en hebben zich laten afzetten door een slangenbezweerder. Marokko is veel groter en diverser dan mensen denken. Neem Rabat. Ik vergelijk deze stad wel eens met Den Haag. Ook een koningsstad aan zee. Een moderne internationale stad. Het klimaat is er goed, de mensen zijn aardig. Iedereen is voetbalgek. Natuurlijk is hier ook veel armoede. Als ik van de rand van de stad naar het trainingscomplex rijd moet ik soms wachten voor wat koeien of schapen. De tegenstellingen zijn enorm. Dat hoort er allemaal bij. Het is anders. Het leven is losser. Meer relaxed.”

Spelers met slippers en koptelefoon

Het laisser-faire werkt volgens Wotte niet altijd even goed in een topsportcultuur. „Consequent zijn is heel belangrijk”, stelt Wotte. „Anders nemen ze een loopje met je. Bij de eerste ontmoeting liepen spelers met slippers en een koptelefoon op hun hoofd het trainingsveld op. ‘Gaan jullie naar het strand?’, vroeg ik ze. Ze keken me een beetje verbaasd aan. Dachten dat ze allemaal Mario Balotelli’s waren. Dat gaat nu wel anders. Ze moeten wel beseffen dat voetbal hun werk is. Zonder dat je kadaverdiscipline doorvoert. Maar op tijd komen is wel belangrijk. Le temps est le temps.” En dan lachend: „Maar ik heb nog niet meegemaakt dat een wedstrijd op het juiste tijdstip begon.”

Wotte ziet wel een verschil in professionaliteit tussen de ‘nationale’ Marokkanen en de ‘Europese’ Marokkanen. „De Marokkaanse bond steekt enorm veel geld en energie in de eigen opleiding, maar steunt verder ook de clubs daarbij financieel. Stapje voor stapje wordt het beter. Het is echter nog steeds heel moeilijk voor een jonge speler door te breken. Dat is nu juist de kracht van Nederland. Daar worden spelers technisch en tactisch geschoold tot complete spelers. En ze krijgen de kans door te stromen naar een eerste elftal.”

Kiezen tussen Nederland en Marokko

Nederland is dan ook één van dé kweekvijvers voor Marokko. De voetbalbond heeft geleerd van het verleden toen internationals voor de eer bedankten als zaken slecht geregeld waren. Maar soms is er simpelweg onvoldoende chemie tussen coach en speler. Zoals tussen bondscoach Hervé Renard en Hakim Ziyech het geval lijkt. De Ajacied is er niet bij in Agadir, nadat hij voor het eerst sinds Renards beslissing om Ziyech niet mee te nemen naar de Afrika Cup afgelopen winter weer een uitnodiging kreeg. De aanvallende middenvelder sloeg die af.

Wotte houdt zich er afzijdig van. „Dat is iets tussen die twee. Daar bemoei ik me niet mee. Mijn mening is ook niet gevraagd”, stelt Wotte diplomatiek. „Eén ding staat vast: Ziyech heeft het Marokkaanse shirt gedragen. Hij kan nooit meer voor Nederland spelen.”

Wotte heeft er geen moeite mee talenten voor Oranje weg te kapen. „Nee, waarom zou ik? Spelers maken uiteindelijk zelf hun keuze. Als bondscoach van Jong Oranje zat ik ooit aan de andere kant. Daar heb ik Ali Boussaboun in laten spelen. Later koos die toch voor Marokko. Dat kan. Als het aan de familie ligt dan valt de keuze vaak op Marokko, maar zaakwaarnemers en clubs zien liever dat ze voor Oranje spelen.”

Wotte lijkt de slag om Ajacied Nouri en Feyenoorder Mo El Hankouri te verliezen. Deze twee talenten hebben voorlopig voor Oranje gekozen. Er blijven genoeg anderen over. Zo werkt Wotte bij Jong Marokko met Noussair Mazraoui van Ajax, Faris Hammouti van Feyenoord en Karim Loukili van FC Utrecht.

Daarnaast komen er tal van spelers uit andere landen. „De communicatie is nog wel eens een probleem”, legt Wotte uit. „Ik had laatst een Duitse jongen die alleen Berbers sprak, een Nederlandse speler die geen Frans verstond en anderen die vooral Arabisch spraken. In het veld moet je elkaar toch begrijpen. Dan leg ik die gasten bij elkaar op een kamer en verplicht ze dertig belangrijke begrippen in hun hoofd te stampen. Voetbaltaal kan iedereen leren.”