Albumoverzicht: Sevdaliza is intens persoonlijk, Benjamin Booker is bezeten

De muziekrecensenten van NRC bespreken de nieuwe albums van deze week, met onder andere Kondi Band en Los Straitjackets.

  • ●●●●●

    Los Straitjackets: What’s So Funny ‘bout Peace, Love And Los Straitjackets

    What’s So Funny ‘bout Peace, Love And Los Straitjackets Pop: Op tournee als Amerikaanse begeleidingsband van Nick Lowe vroeg de altijd achter Mexicaanse vechtmaskers verscholen surfrockgroep Los Straitjackets zich af hoe de songs van hun Britse collega zouden klinken als instrumentals.

    In een naar Lowe’s Jesus Of Cool knipogende hoes voegen ze de daad bij het woord op What’s So Funny About Peace, Love and Los Straitjackets. Dat werkt vooral goed in herkenbare nummers als ‘Cruel to be Kind’, ‘Half a Man and Half a Boy’ en ‘(What’s so Funny ‘Bout) Peace, Love and Understanding’. De twangende gitaren en de authentiek galmende surfsound doen recht aan het superieure popgevoel van Nick Lowe, al mis je in woordloze versies van ‘All Men are Liars’ en ‘I Live on the Battlefield’ de humor van de man die het totaalpakket van popteksten en pakkende melodieën tot hogere kunst verhief. Jan Vollaard

  • ●●●●

    Sevdaliza: ISON

    ISON Pop: ‘In darkness I reside, where thoughts can’t cope to mark their growth” fluistert Sevdaliza op ‘When I Reside’, vlak voordat strijkers vloeien met haar bloed in een meer. Van de korte film Formula tot debuutalbum ISON, alles wat de Iraans-Nederlandse multidisciplinair kunstenaar uit Rotterdam maakt is intens persoonlijk, doordacht, broeierig en donker.

    Neem ‘Human’, waarin ze paardenbenen heeft en danst als exotisch vermaak. Het is niet haar sensualiteit, maar de blik van de gluurders die ze ons toont. De nummers gaan over grootse emoties (depressie) die ze overdraagt via ingetogen composities. Je hoort haar Iraanse wortels als ze zingt met lange trillende uithalen op ‘Angel’.

    De poëtische dichtregels en de triphop beat, gemaakt door producer Mucky, worden op ISON soms vervangen of aangevuld door strijkers. De nummers zweven tussen zwoel en traag, sensueel en triest. Het album is misschien wat lang, maar Sevdaliza raakt op verschillende fronten en dat maakt haar zo goed. Rolinde Hoorntje

  • ●●●●

    Joke Bruijs: Young at heart

    Young at heart Jazz: Joke Bruijs speelde toneel, cabaret, komedie en revue. Maar haar debuut maakte ze vijftig jaar geleden, op haar vijftiende, als zangeres bij het VARA-Dansorkest. En nu viert ze haar artiestenjubileum in het genre waarin ze ooit begon: met een album vol Amerikaanse songklassiekers en een achttienkoppige big band onder leiding van arrangeur-producer Frits Landesbergen, die soepel swingend samengaat met haar gevoileerde voordracht.

    Alles wat Joke Bruijs hier zingt, is al duizenden keren door anderen gezongen. En toch weet ze geregeld nieuw licht op die oude nummers te werpen. Zo krijgt het goudgerande ‘There’s no business like show business’ in haar jazzy versie verrassend spannende intervallen, terwijl ze de titelsong ‘Young at heart’ nog lichtvoetiger laat huppelen dan haar vele voorgangers deden. Het album is gekoppeld aan een jubileumconcert dat Joke Bruijs op 25 juni geeft in de Doelen in Rotterdam. Henk van Gelder

  • ●●●●

    Benjamin Booker: Witness

    Witness Pop: Net als Alicia Keys op haar album Here (2016), overrompelt Benjamin Booker met dwingende en energieke soul. Op Witness, Bookers tweede album, valt niet te ontkomen aan zijn bezetenheid, zoals verwerkt in de zang en in de liedjes zelf. Nummers als ‘Truth Is Heavy’ en opener ‘Right On You’ combineren op gewiekste manier de ruwharige gitaren van rockmuziek, met de lome swing van zuidelijke soul.

    De uit Virginia afkomstige Booker schreef eigenzinnige melodieën en speelt mooi knerpend gitaar. Maar de hoofdrol is voor zijn doorleefde stem, die met zijn laatste kracht de woorden lijkt te geselen. De kloof tussen die stem, en de soms zoetgevooisde achtergrondkoortjes (in ‘Believe’, en door Mavis Staples in ‘Witness’) of de languissant tussen het leed door wervelende violen, wordt vloeiend overbrugd. Booker schreef het nummer ‘Witness’ naar aanleiding van Black Lives Matter. Hier wordt woede omgezet in edelmetaal. Hester Carvalho

  • ●●●●●

    Kondi band: Salone

    Salone World: De interesse van danceproducers voor Afrikaanse muziek bleef jarenlang beperkt tot het gebruik van samples. Steeds vaker wordt nu ook de combinatie gezocht met bands en zijn het Afrikaanse producers zelf die de link leggen tussen traditionele en elektronische muziek. Vorig jaar nog was Batida meets Konono No1 een geweldige product van zo’n ‘afro-electronic’ project.

    Kondi Band haalt dat niveau niet. De samenwerking tussen de Amerikaanse DJ Chief Boima die wortels heeft in Sierra Leone en de traditionele duimpianomuzikant Sorie Kondi uit datzelfde land wordt met veel bombarie aangekondigd, maar de tracks blijven hangen in midtempo, nooit worden de beats echt interessant. De duimpiano en zang zijn trance-opwekkend, maar niet dans-opwekkend en als luisterplaat is er te weinig variatie.

  • ●●●●

    Ralph van Raat: Theo Loevendie - Strides

    Theo Loevendie - Strides Klassiek: Het piano-oeuvre van Theo Loevendie omspant meer dan een halve eeuw, maar past met elf titels gemakkelijk op één cd. De opname die Ralph van Raat maakte voor het Nederlandse label Attacca heeft daardoor iets weg van een compact componistenportret, waarin onvermijdelijk echo’s van Loevendie de jazzmusicus en improvisator doorklinken.

    Zo vinden de vroege, op Bach en Bartók geïnspireerde ‘Drie inventies’ een tegenhanger in de swingende ritmes van de ‘Four easy pieces’. Tegenover de virtuoos-mechanische ‘Toccata’ staat de kroegmuziek van ‘The Barpianist’, compleet met geroezemoes en rinkelend glaswerk. In ‘Strides’ en ‘Walk’ gaan jazzy baslijnen een grillig verbond aan met duistere nachtmuziek en avantgarde-klanken.

    Van Raats spel is al even kameleontisch en reikt van een elastische swing-timing tot vlijmscherp gearticuleerde klankcascades. Magisch: zijn subtiele kleuring van dat onaardse openingsakkoord uit ‘Oxymoron’. Joep Christenhusz