Column

Zwembad

We reden met twee gillende dochters (0 en 1) naar mijn bejaarde moeder. Onderweg belde ze een paar keer om te vragen waar of we bleven. „We zijn onderweg!”, riep ik dan boven het geluid uit.

„Ik versta er niets van!”

Ze zei ook dat het in haar ommuurde achtertuintje op het zuiden steeds warmer werd. De thermometer tikte de hoogst mogelijke stand aan. Ze was speciaal voor ons met parasols aan het slepen en ze had al haar ventilatoren buiten gezet. Ik besloot spontaan tot de aanschaf van een zwembad voor in haar tuin.

We reden Velp binnen, een dorp waar het vanwege de hoge gemiddelde leeftijd van de inwoners – dus heel veel opa’s en oma’s – barst van de speelgoedwinkels. Maar opblaasbare zwembadjes hadden ze nergens.

„Dat weet je natuurlijk van tevoren dat we die niet meer hebben als het zonnetje schijnt”, zei een verkoper me heel wijsneuzerig in het gezicht. „Die moet je aanschaffen als het koud is.”

Alleen bij Intertoys hadden ze er nog een, maar die was niet opblaasbaar. Wij met een doos vol buizen en plastic zeil naar mijn moeder.

Het romantisch ideaal was dat we met haar in haar achtertuin zouden zitten en dat we dan samen zouden genieten van het gespetter en gegil van de oudste dochter.

Even later lag ik op mijn buik op de tegels van haar gloeiende achtertuin buizen in elkaar te schuiven, terwijl zij de constructie achter mijn rug weer uit elkaar trok.

„Nee, dat moet anders.”

Gek hoe het geheugen werkt. Opeens zag ik mijn vader en moeder weer worstelen met de voortent van de caravan op een camping aan de Schelde. Trekkend aan elkaars tentstokken. Ik zei wat mijn vader toen had moeten zeggen: dat het beter was als ik het alleen deed.

Toen het zwembad dan eindelijk stond en ik het ding met een tuinslang had gevuld, vond ze het water te koud. Op haar gezag sleepte iedereen emmers warm water van haar keuken naar het zwembadje. Ze zat er inmiddels naast op een krukje, de gerimpelde hand in het water.

„Nog steeds te koud.”

Toen het water dan eindelijk bijna op temperatuur was vond ze het buiten toch te warm. We gingen binnen zitten, waar ze in het donker – alle gordijnen waren dicht – een voetbal naar haar kleindochter gooide. Dat gaf een hoop rommel. Af en toe keek ze naar buiten om te zien of het mooie weer al voorbij was.