Burgemeester Van der Laan werkt niet op halve kracht

De burgemeester van Amsterdam blijft sterke emoties losmaken bij de Amsterdammers. De video die voor hem werd gemaakt, zorgt voor tranen en trots. “Het is een wonderlijke combinatie van intellectuele superioriteit en bijna volkse aandoenlijkheid.”

Ze hebben zitten huilen voor hun computer, mensen die het filmpje ‘Amsterdam doet belofte aan Eberhard van der Laan’ bekeken. Productiebedrijf Wefilm vroeg aan twintig meer of mindere bekende Amsterdammers of zij voor de camera een belofte wilden uitspreken aan hun ernstig zieke burgemeester – een belofte voor het moment dat hij niet meer leeft.

In het twee minuten durende filmpje belooft Rijksmuseumdirecteur Taco Dibbets ,,iedere Amsterdammer en iedere bezoeker van Amsterdam te overtuigen van het belang van kunst”. Tv-presentator Matthijs van Nieuwkerk belooft dat het terrein van voetbalvereniging Swift op het Olympiaplein eeuwig een voetbalveldje zal blijven. Een marktkoopman belooft, zittend voor zijn container op het Waterlooplein, dat hij ,,nooit meer met justitie in aanraking zal komen”.

Vrijwel alle landelijke media zetten het filmpje op hun website. Stadskrant Het Parool vroeg de lezers erbij hun eigen belofte aan de burgemeester te doen. En daar lees je van die tranen en van de trots. Burgemeester Van der Laan blijft sterke emoties losmaken bij de Amsterdammers. Dat is het krediet dat hij sinds 2010 in zijn stad heeft verdiend.

‘Hoe gaat het met de burgemeester?’ is een veelgestelde vraag sinds Van der Laan vier maanden geleden – in een brief aan de ,,lieve Amsterdammers” – bekend maakte dat hij ernstig ziek is, en dat er ,,weinig reden tot optimisme” was over de prognose. ,,Ik blijf graag nog een poosje uw burgemeester”, schreef hij erbij.

Sindsdien was Van der Laan misschien iets minder dan voorheen, maar toch nog regelmatig te zien bij publieke optredens. Steevast met zijn linkerarm in een mitella, de ene keer met een wat blekere teint dan de andere. Tijdens de Dodenherdenking van 4 mei op de Dam hield hij een toespraak met daarin de vermaning: ,,Laten wij juist op 4 mei onze zegeningen tellen, en daaruit de hoop en het zelfvertrouwen putten om voort te gaan op de weg van vrede.”

In de vraag naar zijn gesteldheid schuilt een bezorgdheid die verder gaat dan het verdriet-bij-voorbaat. Er zit ook nieuwsgierigheid in naar hoe hij het volhoudt. Of hij het volhoudt. Het stadhuis verstrekt geen bulletins over de gezondheidstoestand van de burgemeester. Hij is onder behandeling – verder gaan de mededelingen niet.

Nog altijd vurig

En wie mocht twijfelen aan de bestuurlijke slagkracht van Eberhard van der Laan moet vooral via de gemeentelijke website even terugkijken naar het raadsdebat van 10 mei. Daarin trok de burgemeester als een jonge hond van leer tegen enkele raadsleden die – niet voor de eerste keer – probeerden de condities van de bed-bad-brood opvang voor uitgeprocedeerde asielzoekers te verruimen. Een motie van die strekking zou hij ,,furieus ontraden”. Hij noemde argumenten ,,niet verstandig” of zelfs ,,bedenkelijk” en zei dat hij ,,bijna hopeloos” werd bij het idee alles te moeten weerleggen. Ja natuurlijk had de fractievoorzitter van GroenLinks het volste recht te proberen zijn idealen te verwezenlijken, maar: ,,Als u dat probeert door de raad op het verkeerde been te zetten, dan word ik kwaad. Dat mag ik vinden hè. Dat is dan mijn recht.”

Nee, deze burgemeester werkt niet op halve kracht. ,,Hij is nog erg bereikbaar”, zegt een van de raadsleden. Zonder hem, zeggen ambtenaren, zou de Arena nooit de naam van Johan Cruijff krijgen, zonder hem hadden 100.000 Ajax-fans nooit kunnen meekijken naar de finale tegen Manchester United. Ja, hij leunt zwaarder dan vroeger op zijn staf en op de wethouders in het college. ,,Er is de stilzwijgende consensus dat we hem die ruimte gunnen”, zegt ene van hen. Dat is het krediet dat Van der Laan sinds 2010 in de Stopera heeft verdiend.

Waarmee? Als je het aan politici en ambtenaren vraagt zijn ze eenduidig: met zijn inzet en dienstbaarheid. ,,Het is een wonderlijke combinatie van intellectuele superioriteit en bijna volkse aandoenlijkheid”, zegt een van hen. ,,Hij is een rots. De verhalen dat hij driftig kan uitvallen tegen ambtenaren, kloppen wel, maar ze zijn maar de helft van het plaatje. Hij staat ook voor hen als het lastig is.”