Commentaar

Winnaars wordt alles vergeven

Tom Dumoulin

Het scheelde weinig of hij was de nét-niet-man geworden. Nét niet de eerste Nederlander die de Giro d’Italia won. Nét niet de eerste Nederlandse wielrenner sinds Joop Zoetemelk in 1980 die een grote ronde won.

Wat zijn 31 seconden op drie koersweken? Met dat verschil versloeg Tom Dumoulin de nummer twee, routinier Nairo Quintana. En dus vallen alle mogelijke superlatieven hem toe. Voor de Belgen is hij ‘Turbo Tom’, voor de Italianen de ‘koning van de Giro’. De Limburger is vereeuwigd in een indrukwekkend rijtje: Vincenzo Nibali, Alberto Contador, Ivan Basso, Bernard Hinault.

Dumoulin maakte het zichzelf de afgelopen weken vaak moeilijk. Zoals het moment dat hij met darmproblemen de berm in dook om te poepen – en twee kostbare minuten verloor. Of die dag dat hij zat „te keuvelen”, terwijl het peloton in tweeën scheurde. „Een beginnersfout”, zou hij later toegeven.

Ook zijn sneer naar Nibali – die het vertikte met hem de achtervolging op de concurrentie in te zetten, in de slotfase bij Ortisei – had hij beter achterwege kunnen laten. Als een kleine jongen maakte hij excuses. Het gekibbel haalde hem uit zijn concentratie.

Maar winnaars wordt alles vergeven. Tegenslag maakt hun verhaal aantrekkelijk. „Het lijkt me ook typisch iets waar sportliefhebbers ontzettend van zouden kunnen genieten”, schreef columnist Paulien Cornelisse over het poepincident. „De zelfopoffering. Alles loslaten om te winnen. Poepen voor je sport is de ware heroïek en Tom Dumoulin moet de volgende keer gewoon op die fiets blijven zitten. Poepen moet!”

Hadden zijn sterke benen hem in de slotetappe niet kunnen dragen, dan waren al die zaken uitvergroot. Dan was Dumoulin ‘die poepende wielrenner’. De ‘wijsneus’, zoals Nibali hem noemde. De man die zichzelf in de wielen reed.

Zeker in deze tijd van social media zijn oordelen snel geveld. Een grap of bijnaam blijft lang kleven.

Hoe zwaar het lot van de nummer twee is, weet tennisser Martin Verkerk, die in 2003 na twee indrukwekkende tennisweken de finale van Roland Garros bereikte. Nog ieder jaar wordt hij rond deze tijd door journalisten gebeld over zijn nét-niet-optreden in Parijs. Hij besefte onvoldoende wat er op het spel stond, zei hij in het Radio 1 Journaal. Pas toen hij de baan op liep voor de wedstrijd van zijn leven, werd hij „bevangen door hoe groot het eigenlijk was”.

Tom Dumoulin mag onbezonnen zijn, hij is een winnaar die niets aan het toeval overlaat. De man van nét wel. Voor eeuwig.