Strenger Europees toezicht voor automakers

De EU-ministers van Economische zaken stemden in met het voorstel dat de EC zelf auto’s mag controleren en boetes aan fabrikanten op mag leggen.

Foto Miles Willis/Bloomberg

Europa blijkt toch leervermogen te hebben. Maandag koos de EU-raad vóór strenger toezicht op autofabrikanten. De gezamenlijke ministers van Economische zaken stemden in met het voorstel dat de Europese Commissie zelf auto’s mag controleren en boetes aan fabrikanten op mag leggen. Over dat plan is lang gestreden – niet elk land hevelt blijmoedig meer macht over naar Europa. Maar uiteindelijk sprak alleen Duitsland zich publiekelijk uit tegen de nieuwe regels.

Terwijl Duitsland nota bene het land is waar het dieselschandaal begon. Bijna twee jaar geleden bleek dat Volkswagen op grote schaal fraudeerde met de uitstoot van dieselauto’s. Ook werd duidelijk dat auto’s van andere fabrikanten massaal veel meer schadelijke stikstofoxiden uitstoten dan toegestaan. Falend toezicht van de lidstaten is één van de redenen waarom dit allemaal kon gebeuren, concludeerde de speciale enquêtecommissie van het Europees Parlement eind vorig jaar. De toezichtinstanties – de RDW in Nederland – zochten niet actief naar fraude, legden geen boetes op en trokken geen goedkeuringen in.

Uitstootfraude

Dat moet anders, vonden de Europese Commissie en het Europees Parlement al. Nu volgen de lidstaten. Het belangrijkste punt van het voorstel is de introductie van ‘markttoezicht’. Om uitstootfraude te detecteren moeten landen niet alleen een gloednieuw, speciaal geprepareerd exemplaar uit de fabriek testen, maar gewoon auto’s die al op de weg rijden. Minstens één op de 50.000 auto’s, staat in het voorstel, al stuit dat op weerstand van diverse landen. Ook mag de Europese Commissies boetes opleggen, tot 30.000 euro per auto, als het land dat de auto goedkeurde dat nalaat. Het plan voor één Europees agentschap, de wens van eurocommissaris Elzbieta Bienkowska, was al eerder gesneuveld.

Het verbeterde toezicht is nog geen feit. De drie partijen – Parlement, Commissie en lidstaten – moeten nog samen een definitief plan formuleren. Maar op de hoofdlijnen zijn de drie het al eens.