Recht & Onrecht

Het is nog te vroeg voor de hoofddoek bij de politie

De hoofddoek bij het politieuniform is zo omstreden dat we vooral erg behoedzaam moeten zijn. In de Politiecolumn schrijft Kees van der Vijver dat er ook nadelen aan zijn.

Een agente deed op eigen initiatief een proef met de hoofddoek - en werd teruggefloten door het korps.

Hoofdcommissaris Aalbersberg van Amsterdam wilde een maatschappelijke discussie over de vraag of vrouwen met een hoofddoek geüniformeerd politieagent moeten kunnen worden. Dat is een belangrijk thema. Het verdient waardering dat Aalbersberg deze discussie is gestart. Te lang hebben politiechefs zich gehuld in stilzwijgen. Zijn oproep heeft tot heel wat reacties geleid. En die reacties liepen, zoals te verwachten was, uiteen. Als laatste deed korpschef Akerboom een duit in het zakje.

Voorstanders betogen dat de politie een afspiegeling hoort zijn van de samenleving en dat die samenleving nu eenmaal veel vrouwen kent die een hoofddoek dragen. Ook die hebben het recht om bij de politie te werken. Dat niet alleen, een politie die wil laten zien dat zij van en voor alle burgers is, moet hen omarmen. Een divers samengestelde politie zorgt voor beter contact met de bevolkingsgroepen waaruit deze nieuwe agenten voortkomen, en dat komt het functioneren en de legitimiteit van de politie ten goede. Die diversiteit mag best blijken uit het uniform, als dat een voorwaarde is om bepaalde minderheden bij de politie te krijgen.

Nieuwe stap

Het uniform is over de afgelopen decennia al een aantal keren aangepast aan maatschappelijke ontwikkelingen, waarom niet een nieuwe stap? De Engelse politie heeft al jaren een uniform dat is aangepast aan verschillende geloofsovertuigingen. Waarom niet hier?

Tegenstanders wijzen erop dat van de politie wordt verwacht dat zij neutraal is en voorkomt dat zij het verwijt krijgt dat het optreden wordt beïnvloed door persoonlijke voorkeuren.  De beroepskleding hoort het symbool te zijn van die neutraliteit te zijn. Het heet niet voor niets uni-form. Als je een (geloofs)voorkeur kunt afleiden uit het uniform, dan kan dat leiden tot een afname van de acceptatie van het optreden, zeker in tijden van polarisatie. Het heeft dus negatieve gevolgen voor het functioneren van de politie. Net als in Frankrijk moeten geloof en staat gescheiden blijven.

Diversiteit prima, maar binnen grenzen. Als je in Nederland bij de politie wilt werken, dan moet je je aanpassen, net zoals in veel andere beroepen.

Afspiegeling

Dat de politie een afspiegeling van de samenleving moet zijn wordt breed onderschreven. Te lang is het een organisatie geweest die vooral werd gevuld door jonge blanke mannen uit nogal conservatieve milieus met een mulo/mavo-opleiding. Vanaf de jaren zeventig werd serieus begonnen de instroom uit andere bevolkingscategorieën te stimuleren. Het begon met vrouwen, later aangevuld met mensen met een allochtone achtergrond, met een havo-opleiding, met levenservaring, met een andere godsdienst, een andere seksuele geaardheid, en nog weer later academici en ‘dwarsdenkers’.

Dat is overigens niet van een leien dakje gegaan, ondanks de aanpassingen die de politie zich getroostte. Velen bleken zich niet thuis te voelen en verlieten na kortere of langere tijd de organisatie. De afgelopen decennia zijn enorme investeringen gedaan om de afspiegeling van de samenleving te bereiken, en eigenlijk is dat nog steeds maar beperkt gelukt.

Resistent

Naast de vraag hoe het komt dat de organisatie zo resistent tegen de instroom van minderheden, levert dat ook de vraag op waarom men die afspiegeling nu precies zo belangrijk vindt. Gaat het om gelijke rechten of kansen voor iedereen? Of om de effectiviteit en de legitimiteit van de politie? Het eerste is een politieke, normatieve keuze. Overigens wèl een keuze met mogelijke implicaties voor de toekomst. Als we nu de hoofddoek voor de politie toestaan, krijgen we dan straks op basis van datzelfde argument ook vrouwelijke rechters in niqaab? Waarom zou het één wel moeten kunnen en het andere niet?

Overreactie

Als het om verbetering van de effectiviteit en legitimiteit gaat ligt de zaak ingewikkelder. In de beginjaren van de instroom van minderheden heeft onderzoek laten zien (overigens vooral in de USA) dat zowel een verbetering mogelijk was als een verslechtering. Opvallend was dat agenten uit minderheden vaak harder optraden tegen de eigen bevolkingsgroep. Overreactie om de kritiek van voorkeursbehandeling te voorkomen.

Maar daarover leest men weinig meer. Tegenwoordig overheerst de mening dat diversiteit de politie meer mogelijkheden biedt in te spelen op allerhande maatschappelijke ontwikkelingen en op de verwachtingen van de omgeving. Het kennen van culturele achtergronden, talen van minderheden beheersen, anders kijken naar de samenleving door een andere opleiding, het zijn allemaal voordelen.

Even goed

Toch moet men dit niet overdrijven – veel politiemensen die dergelijke achtergronden missen functioneren vaak even goed op basis van hun professionaliteit en sociale handigheid.

Hoe dan ook, er zijn forse meningsverschillen over de hoofddoek. Daarom is er alle reden behoedzaam te manoeuvreren. Voorafgaand aan keuze lijkt het mij van groot belang een traject van beleidsvoorbereiding op te zetten waarin het minderhedenbeleid en de consequenties daarvan in een breder kader wordt geplaatst en waar alle argumenten behoorlijk worden uitgewerkt. We kunnen nog best even wachten met de beslissing.

 

De Politiecolumn wordt geschreven door deskundigen uit de politiewereld.

Blogger

Kees van der Vijver

Kees van der Vijver (1948), was hoogleraar Politie- en Veiligheidsstudies aan de Universiteit Twente, tevens directeur Instituut voor Maatschappelijke Veiligheidsvraagstukken van de UT. Daarvoor werkte hij als directeur Stichting Maatschappij en Veiligheid, commissaris van politie in Amsterdam, wetenschappelijk onderzoeker ministerie van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties en inspecteur van politie in Velsen.