Het afhandelen van een klacht door het OM duurt ‘dramatisch lang’

Volgens de procureur-generaal bij de Hoge Raad duurt de behandeling van bezwaren tegen strafbeschikkingen van het OM veel te lang. Het gaat onder meer om taakstraffen en boetes voor geluidsoverlast of verkeersdelicten.

Foto Lex van Lieshout/ANP

De afhandeling van bezwaren van verdachten tegen een strafbeschikking die door het Openbaar Ministerie is opgelegd, duurt „dramatisch lang”. Dat concludeert de procureur-generaal bij de Hoge Raad vandaag na een onderzoek naar de toepassing van strafbeschikkingen door het OM.

Strafbeschikkingen zijn sancties die het OM zelf, dus zonder tussenkomst van de rechter, kan opleggen in het geval van veel voorkomende strafbare feiten. Dat zijn misdrijven en overtredingen waarvoor niet meer dan zes jaar gevangenisstraf kan worden opgelegd. Het gaat om uiteenlopende zaken als fraude, diefstal, mishandeling, het verkeerd aanbieden van huisvuil, vissen zonder visvergunning, het veroorzaken van geluidsoverlast, het besturen van een voertuig onder invloed en andere verkeersdelicten. De sanctie kan bestaan uit een boete, taakstraf, maatregel of een aanwijzing.

Als een verdachte het niet eens is met een strafbeschikking kan hij in verzet gaan. De doorlooptijden van dergelijke zaken is volgens de PG veel te lang. In meer dan 75 procent van de zaken wordt de redelijke termijn van twee jaar overschreden. De conclusie staat in het onderzoeksrapport Beproefd verzet van de procureur-generaal bij de Hoge Raad dat maandag aan de minister van Justitie en Veiligheid is aangeboden. Door de lange doorlooptijden worden veel zaken geseponeerd.

Lagere straffen bij rechter

Uit het onderzoek blijkt dat de rechter na verzet vaak lager straft dan het Openbaar Ministerie. Dat komt deels door de lange doorlooptijden. Er zijn volgens de PG aanwijzingen dat de rechter vindt dat het OM te hoge tarieven hanteert en te weinig rekening houdt met de persoonlijke omstandigheden van een verdachte. Als het OM meer maatwerk zou leveren en zijn richtlijnen beter zou afstemmen op die van de rechter, heeft een verdachte minder reden om zich tegen een strafbeschikking te verzetten, aldus de procureur-generaal.

De uitkomsten van dit onderzoek bevestigen het beeld dat uit het vorige onderzoek in 2015 Beschikt en Gewogen naar voren kwam: in de onderzochte periode werd bij de oplegging van OM-strafbeschikkingen onvoldoende zorgvuldig gekeken naar het bewijs. Veel vrijspraken waren het gevolg van twijfel aan de betrouwbaarheid van het bewijs. En het is aannemelijk dat die twijfel al aanwezig was bij het opleggen van de strafbeschikking.

De procureur–generaal beveelt een zorgvuldiger beoordeling bij de strafoplegging aan waardoor het verzet direct, zonder dat het OM de zaak eerst integraal opnieuw beoordeelt, aan de rechter kan worden voorgelegd. De doorlooptijden kunnen hierdoor worden verkort.