Column

Google krijgt Facebook-trekjes

Column Marc Hijink

De datahonger van Google is nog niet gestild.

Laten we beginnen met een disclaimer, want de advertenties voor een privacycampagne die Google inkoopt bij de grote dagbladen en websites betalen deels mijn boterham. Hartelijk dank daarvoor.
Al twee maanden doet Google moeite om uit te leggen hoe je je persoonlijke gegevens kunt beheren. Deze campagne, die alleen in Nederland en in Duitsland is uitgezet, moet het vertrouwen van gebruikers verbeteren. Of beter gezegd: wantrouwen wegnemen.

Vaak als Google het nieuws haalt, gaat het over privacyschendingen, machtsmisbruik of zelflerende computers die een menselijke kampioen vermorzelen in een potje Go. Dat is niet hoe het bedrijf zichzelf ziet. Google streeft niet naar werelddominantie – het probeert de wereld beter en efficiënter te maken en daar ondertussen een centje aan bij te verdienen (89,46 miljard dollar om precies te zijn).

In ruil voor advertenties op maat krijg je gemak terug: sneller navigeren van A naar B, de kortste weg naar informatie en ‘makkelijk vrienden en familie vinden op uw foto’s’. De campagne moet gebruikers het gevoel geven dat ze de controle houden over hun persoonlijke gegevens.

Ik heb de instellingen nagelopen en kreeg de indruk dat Google mij beter kent dan ik mezelf. Het lijstje Onderwerpen die U Interessant Vindt was helemaal raak, alleen bij de categorieën ‘Traditionele en Folkmuziek’ en ‘Huishoudelijke Services’ zat Google ernaast.

Je zou denken dat Google na twintig jaar genoeg gegevens in huis heeft om gepersonaliseerde advertenties aan te bieden. Maar de datahonger is nog niet gestild.

Lees ook een vorige column van Marc Hijink over Google: Geniet, maar Google met mate

Afgelopen week kondigde het bedrijf aan online-advertenties te koppelen met databases die 70 procent van alle Amerikaanse creditcardbetalingen bevatten. Google verbindt zo de advertentie die jij zag op Google Maps met de aankoop die je daarna in de winkel deed. Je werkelijke identiteit zou daarbij verborgen blijven, maar locatiedata krijgen op deze manier wel een extra dimensie.

Ook Facebook werkt samen met databoeren om de brug tussen de off- en onlinewereld te slaan; dit is de heilige graal van adverteerders. Locatie + advertentie + aanschaf = kassa!

Er is nog een manier waarop Google meer gegevens verzamelt: Google Photos is een briljante app die je fotoverzameling met zelflerende software doorzoekbaar maakt. Met één druk op de knop stuur je je plaatjes de Google-cloud in, klaar voor analyse. Handig: automatisch alle zonsopgangen bij elkaar, nooit meer zoeken naar die ene foto van ome Rob met die zeehond, toen – ach, wanneer was het ook al weer…

Photos krijgt er straks een nieuwe functie bij: je kunt fotoalbums delen en de app gaat zelf suggesties doen om foto’s met anderen te delen (Googles software herkent wie je vrienden zijn). Het zal me niets verbazen als Google overweegt om met Photos nog eens een poging te wagen een sociaal netwerk op te zetten. Immers; ook Snapchat en Instagram werden groot met het delen van plaatjes en er zijn nu al 500 miljoen Photos-gebruikers (vorig jaar 200 miljoen).

Google weet veel van individuele gebruikers, maar kan vergeleken met Facebook minder goed inschatten wie je vrienden of familieleden zijn. Als Photos de sociale context weet te destilleren uit je afbeeldingen, kan Google die data haast niet laten liggen.