Recensie

Een lyrische mijlpaal in de geschiedenis van de zwarte cinema

Regisseur Julie Dash vertelt haar verhaal over onderdrukking en de wil tot overleven op een manier die dichter bij de Afrikaanse orale traditie staat dan bij de westerse traditie.

Nana (Cora Lee Day) pleit er wanhopig voor om op Dawtuh te blijven in Daughters of the Dust.

Gaan we of blijven we? Dat is de vraag die een zwarte familie zich anno 1902 stelt. Ze wonen op het eiland Dawtuh, vlak bij South Carolina en Georgia. Afgezien van grootmoeder Nana - „we kwamen in kettingen” - zijn ze de eerste generatie die geen slaaf meer is. Op Dawtuh is de Afrikaanse Gullah-cultuur nog relatief onaangetast. De leden van de Peazent-familie spreken in dialect, bereiden een gumbo-maaltijd, eren hun voorvaderen, tonen respect voor de oudsten, geloven in geesten en zwarte magie.

Nana heeft de familie bijeengeroepen en pleit er wanhopig voor om op Dawtuh te blijven, maar de meesten willen naar Amerika om daar „een beter leven op te bouwen” - ze zijn onderdeel van de net in gang gezette ‘Grote Migratie’ naar het Noorden. Nana’s protest dat Amerika „geen land van melk en honing is” resoneert vooral bij de hedendaagse kijker, die weet heeft van de black lives matter-beweging en het persistente racisme van (niet alleen) Amerikanen.

Het fraai gefotografeerde Daughters of the Dust, grote inspiratiebron voor Beyoncés Lemonade-clips, stamt uit 1991 en was destijds de eerste speelfilm van een Afro-Amerikaanse filmmaakster, Julie Dash, die een bioscooprelease kreeg. De film werd vorig jaar gerestaureerd ter gelegenheid van het 25ste jubileum en komt nu in de Nederlandse bioscoop. Hij geldt als mijlpaal in de historie van de zwarte cinema, maar ook als ijkpunt in discussies over de representatie van etniciteit en vrouwen. Kwesties die nu 26 jaar na dato later weer volop in de belangstelling staan.

Het lyrische, maar soms ook wat cryptische Daughters of the Dust heeft een contemplatief tempo en laat in een van zijn eerste scènes een caleidoscoop zien die symbool staat voor wat Dash beoogt: een veelkleurig en reflecterend portret van een Afro-Amerikaanse gemeenschap waarvan de geschiedenis nauwelijks bekend is.

Naast Nana is er een andere verteller, het nog ongeboren kind van Eli en Eula, wellicht het resultaat van een verkrachting door een blanke man. Andere personages die worden opgevoerd zijn een tot het christendom bekeerde vrouw en twee prostituees die een verhouding hebben. Een van hen heeft een licht getinte huid, waardoor zij wordt uitgesloten door de groep.

Dash vertelt haar verhaal over onderdrukking en de wil tot overleven op een manier die dichter bij de Afrikaanse orale traditie staat, met uitweidingen naar toekomst en verleden, dan bij de westerse traditie. In academische termen: Daughters of the Dust is niet Eurocentrisch maar Afrocentrisch. Ook in shotkeuze is de film anti-Hollywood. Dash laat de groep vrouwen, en af en toe de mannen, altijd zien als ze bij elkaar zijn en kiest niet voor één hoofdpersoon. Het harmonieus samenbrengen van deze verschillende vrouwen bekrachtigt zo ook het thema, over het belang van familie, saamhorigheid en gedeelde ervaringen.