Een film vol bravoure, maar het is alsof je naar een videogame kijkt

Het Nederlandse ‘Kill Switch’ wordt volledig door de ogen van de held gefilmd. Maar met de implicaties van de setting wordt weinig gedaan.

Natuurkundestudent Tim Smit ging in 2009 viral: zijn korte film What’s in the Box? werd 2,6 miljoen maal aangeklikt. Knap, wat Smit visueel uit simpele software wist te toveren.

Negen jaar na dato volgt de speelfilm: Kill Switch.

Het is een ‘point of view’-film: door de ogen van de held gefilmd, alsof je toekijkt bij een ‘first person shooter’-videogame. Je hebt dan wel een sluw script nodig om dreigende monotonie te doorbreken, en acteurs die zich staande houden tussen de visuele effecten. Op beide punten schiet Kill Switch iets tekort.

Het decor is geweldig: een apocalyptisch Amsterdam in augmented reality, waar galactische tornado’s schepen en tramstellen uitbraken. Een energieconcern heeft een perpetuum mobile uitgevonden dat een exacte kopie van ons universum maakt en uit dat parallelle universum gratis energie zuigt.

Maar de universums raken fataal verstrengeld en de held, William Porter, moet aan gene zijde een noodstopschakelaar overhalen: het ene universum verdwijnt dan opdat het andere overleeft. Drones, huurlingen en milieuterroristen hinderen die missie danig.

De implicaties zijn boeiend, want aan gene zijde moeten ze - misschien terecht - ook denken dat ze ons zijn. En daar zou óók een William Porter op missie zijn gestuurd. Maar met dat gegeven wordt weinig gedaan, waarschijnlijk omdat de ‘point of view’-stijl slechts directe actie verdraagt.

Dus kijk je naar een videogame: Porter die rent en schiet, gewond raakt en geneest, wapens oppikt en instructies ontvangt. Dat gaat op den duur vervelen, maar de visuele ambitie en bravoure van Kill Switch zijn prijzenswaardig.