Duurzaam doodgaan doe je zo

Sterven Ook na onze dood vervuilen we het milieu, maar het kan groener.

Foto's Sake Elzinga

Op nummer 26 in de uitvaart-top- 50 van Dela: ‘Dust in the wind’ van Kansas. Of, de Bijbel indachtig: stof zijt gij,en tot stof zult gij wederkeren. Maar dat stof vormt een probleem, want zelfs na onze dood zijn we milieuvervuilend.

In het TNO-rapport Milieueffecten van verschillende uitvaarttechnieken uit 2014 blijkt bijvoorbeeld dat crematies voor veel fijnstof en broeikasgassen zorgen. Het rapport komt op een gemiddelde van 208 kilo CO2 per persoon. Ter vergelijking: een enkeltje met het vliegtuig van Amsterdam naar Istanbul zorgt voor ongeveer 188 kilo CO2.

TNO-hoofdonderzoeker Elisabeth Keijzer: „Het getal is de optelsom van alle emissies in het hele uitvaartproces, dat wil zeggen het produceren van de kist, verbranden van de kist, persoon, productie van een urn, et cetera.” Verbranding van lichaam en kist stoot in totaal ongeveer 100 kilogram CO2 uit (een enkeltje van Amsterdam naar Genève).

Deze nummers staan onder andere in de uitvaart-top-50.

En dat terwijl de voortrekkers van de crematie nog wel zulke goede bedoelingen hadden. De ‘Vereeniging voor Lijkenverbranding’ die in 1874 werd opgericht propageerde verassing als een weinig milieubelastende methode. Dat viel tegen: toen op 1 april 1914 de eerste crematie plaatsvond, bleken er veel schadelijke rookgassen vrij te komen. Daarom werden filterinstallaties verplicht.

Niet dat begraven per definitie een betere optie is. Ook daar kom je algauw uit op 95 kilo CO2 per persoon, vooral vanwege de productie en het vervoer van de grafsteen. Bovendien zorgt begraven voor intensiever landgebruik: voor één begraven persoon is een plek van circa 10 vierkante meter nodig en die blijft gemiddeld genomen bijna 40 jaar bezet.

De begrafenis van het lichaam of de as wordt beschouwd als ‘een ongebruikelijke afvalstorting’ en de begraafplaats als ‘een speciaal soort stortplaats waar menselijke overschotten op natuurlijke wijze kunnen ontbinden’, staat in een recentelijk verschenen katern van funerair erfgoedstichting Terebinth. Doodskisten kunnen milieuonvriendelijke lijm bevatten en met het stoffelijk overschot gaat soms ook metaal mee – denk aan vullingen en kunstheupen.

Niet alleen de manier waarop het stoffelijk overschot wordt verwerkt heeft invloed op de duurzaamheid, ook de uitvaartplechtigheid kan milieuvriendelijker. Tips voor een duurzaam afscheid.

1. De methode

In de Wet op de lijkbezorging staan drie mogelijke bestemmingen voor het stoffelijk overschot van mensen: begraven, cremeren of ter beschikking stellen aan de wetenschap (de resten worden gecremeerd en op zee verstrooid). Uit het TNO-onderzoek blijkt dat een andere optie eigenlijk milieuvriendelijker is: resomeren, afgeleid van het Griekse resoma (wedergeboorte van het lichaam). Hierbij vindt het natuurlijke ontbindingsproces in versnelde vorm plaats, doordat het lichaam oplost in een bad met kaliumhydroxide. Door hoge druk en hoge temperatuur (180 graden Celsius) ontbindt het lichaam in pakweg drie uur.

De vloeistof die overblijft kan door het riool en de broze botten (pakweg 3 procent van het aanvankelijke lichaamsgewicht) kunnen tot as worden vermalen. In totaal is er zo’n 500 liter water per lichaam nodig.

Chirurgisch staal (zoals schroeven en pacemakers) wordt gerecycled.

2. De locatie

Wie toch een traditionelere uitvaart wil, kan kiezen voor een duurzame locatie. Op een natuurbegraafplaats wordt het lichaam vaak zonder kist (zie punt 4) en zonder steen (punt 5) begraven. Wel kan het graf worden gemarkeerd met bijvoorbeeld een zwerfkei of een boomstamschijf, afhankelijk van de locatie. Ook kunnen de nabestaanden de GPS-coördinaten opvragen. Er zijn in Nederland zo’n twintig natuurbegraafplaatsen, en de komende jaren gaan er naar verwachting nog zo’n vijftig open. Er is veel discussie over natuurbegraven. Je bezet immers permanent een stuk land dat niet voor ‘pure’ natuur gebruikt kan worden en stopt een menselijk afvalpakketje in de bodem.

Een graf met gedenksteen op de natuurbegraafplaats in Eext, Drenthe.

Foto Sake Elzinga
Foto Sake Elzinga

Niet elk natuurgebied is voor begrafenissen of asverstrooiing geschikt. Heidegebieden zijn bijvoorbeeld ongeschikt voor verstrooiing, omdat de bodem heel voedselarm is. As bevat zo veel voedingsstoffen dat de schrale heidegrond eronder zou lijden. In water kan door asverstrooiing algengroei ontstaan. In 2009 onderzocht Alterra de invloed van begraven en verstrooien in de natuur. Naast heide bleek oud loofbos het kwetsbaarst. Productiebos en voormalige landbouwgrond zijn minder gevoelig.

3. De kleding

Wie op een natuurbegraafplaats wil eindigen, mag daarbij geen nylonkousen aan. De kleding en eventuele sieraden of grafgiften moeten volledig composteerbaar zijn. Kleren van katoen, linnen of hennepvezels mogen dus wel. Maar ook op een reguliere begraafplaats is het niet wenselijk als overledenen met panty en al de kist ingaan. Kunststof verteert immers niet, en remt de lijkontbinding. Heel onprettig voor grafdelvers als het graf op den duur geruimd moet worden.

4. De kist

Het vervaardigen en transporteren van een houten kist kost heel wat energie: naast een kettingzaag is er onder meer een vrachtwagen nodig. Omdat er in Nederland niet genoeg hout voorradig is om aan de vraag naar doodskisten te voldoen komt het hout vaak van ver. In 2013 is de stichting GreenLeave opgericht door zes uitvaartondernemers. Inmiddels zijn er vijftien uitvaartbedrijven bij aangesloten, die duurzame uitvaarten organiseren. Zo bieden ze kisten aan van lokaal populierenhout of wilgentenen. Er zijn zelfs kisten van karton in omloop. Sowieso zijn kisten zonder lak, verf of lijm beter voor het milieu dan kisten met chemische stoffen. In het geval van crematie-as is een urn van ongebakken klei een optie – die vergaat na vijf jaar in de bodem. Wie toch begraven wil worden, kan ook kistloos de grond ingaan: dan wordt je lichaam gewikkeld in een lijkwade van bijvoorbeeld linnen.

5. Het grafmonument

Een nadeel van begraven in Nederland is het gebrek aan natuursteen uit eigen land. Evert de Niet, voorzitter van GreenLeave: „Vaak denken mensen bij duurzaam begraven toch vooral aan de kist en de plek. Maar ook door grafstenen te recyclen kun je een hoop energie besparen.” Als een graf nu wordt geruimd, is de beheerder van de begraafplaats eigenaar van de steen, vertelt hij. Vaak wordt de steen vermalen en als wegverharding onder asfalt gebruikt. „Veel milieuvriendelijker is het om de tekst eraf te slijpen en de steen te gebruiken als nieuwe grafsteen, of anders bijvoorbeeld als tafelblad.”

6. De rouwstoet

Het vervoer is verreweg het meest vervuilende onderdeel van een uitvaart, blijkt uit onderzoek van de TU Delft. De wetenschappers gingen in hun onderzoek uit van een uitvaart met honderd genodigden, die deels carpoolen en samen in totaal zo’n 600 kilometer afleggen op de dag van de plechtigheid. Lopen, fietsen of OV-vervoer is een stuk energiezuiniger: als mensen op alternatieve wijze naar de uitvaart zouden reizen, kan dat tot 70 procent CO2-uitstoot schelen.

Het vervoer van de overledene zelf valt qua uitlaatgassenuitstoot nog wel mee. Toch zijn daar ook milieuvriendelijke alternatieven voor te verzinnen: een draagbaar van wilgentenen, een bakfiets, een paardenkoets of een elektrische rouwauto. Dit jaar heeft het Nederlandse bedrijf RemetzCar een Tesla Model S omgebouwd tot de eerste elektrische rouwauto ter wereld, met een actieradius van 350 kilometer.

7. Het rouwboeket

Je hoeft natuurlijk niet per se bloemstukken rond de grafkist te plaatsen, maar voor wie bang is voor een te sobere uitstraling zijn er voldoende duurzame oplossingen: een zelfgeplukt bosje met veldbloemen, of op z’n minst een onbespoten, biologisch geteeld boeket. Een andere optie: zaadjes inzaaien op het graf, of bloembollen planten.

Naast het rouwboeket kunnen ook rouwkaarten milieuvriendelijker: GreenLeave tipt condoleancekaarten van gerecycled papier met milieuvriendelijk drukwerk. Een alternatief voor kringlooppapier is FSC-papier, gemaakt van houtvezels uit duurzaam beheerde bossen. Voor de tekst is er speciale plantaardige inkt verkrijgbaar, zoals soja-inkt.