Dumoulin in het voetspoorvan Janssen en Zoetemelk

Nederlandse ronderenners

Eindelijk levert Nederland weer een winnaar van een grote wielerronde. Maar Tom Dumoulin is zeker niet de enige ster van de huidige generatie.

Joop Zoetemelk wordt na zijn zege in de Tour de France in 1980 gefeliciteerd door de toenmalige burgemeester van Parijs, Jacques Chirac. Foto EPA

Gedoodverfde rondewinnaars, ja, die waren er genoeg. Van Eddy Bouwmans tot Robert Gesink had Nederland steeds opnieuw ‘eindelijk’ weer een klassementsrenner die de Tour de France of anders minstens de Giro d’Italia of Vuelta a España kon winnen.

Maar uiteindelijk duurde het tot 37 jaar na de Tourzege van Joop Zoetemelk (in 1980) voordat Tom Dumoulin de Ronde van Italië won. De laatste Nederlandse wielrenner die ooit een podiumplaats haalde in een grote ronde was Erik Breukink, die als derde eindigde in de Giro van 1990.

Na Jan Janssen (winst in de Vuelta van 1967 en de Tour van 1968) en Zoetemelk (Vuelta 1979, Tour 1980) is Dumoulin pas de derde Nederlandse winnaar van een grote ronde. De allereerste Girowinnaar bovendien.

Lange periode van droogte

Komt de eindzege van de 26-jarige Limburger uit de lucht vallen, na zo’n lange periode van droogte voor het Nederlandse wielrennen?

Na het gouden tijdperk van Zoetemelk en Hennie Kuiper volgden in de jaren tachtig nog Peter Winnen, Johan van der Velde, Steven Rooks, Gert-Jan Theunisse en Erik Breukink. IJzersterke ronderenners, maar geen eindzege.

Bouwmans pakte de witte trui in de Tour van 1992 maar brak nooit echt door. Het verboden wondermiddel epo, grif gebruikt door Italianen en Spanjaarden, wierp de Nederlandse renners ver terug in de klassementen. Michael Boogerd werd tegen wil en dank vooruitgeschoven, was dertien keer de beste Nederlander in het klassement van een grote ronde (elf keer in de Tour, een keer in de Giro en Vuelta) en haalde als hoogste klassering een vijfde plaats in de Tour van 1998.

Wondertalent Thomas Dekker raakt het spoor al bijster voordat hij één ‘kort’ klassement in een grote ronde kan rijden.

Na hem staat een jonge ronderenner klaar die bij testen in de training zelfs hogere scores haalt dan op dat moment nog zevenvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong. Als iemand Zoetemelk kan opvolgen, dan Robert Gesink. Maar pech kost hem podiumplaatsen in de Vuelta. In de Tour blijkt de subtop het hoogst haalbare voor hem.

Gesink (30) is inmiddels bijna klassementsrenner-af. Na zijn overwinning in een bergrit in de Vuelta van vorig jaar wil hij zich ook in de Tour op dagsucces richten. Maar onderschat Gesink niet als wegberijder voor een nieuwe lichting Nederlandse renners, stelde oud-bondscoach Aart Vierhouten al in 2011. „Talent plus hard werken, Robert laat andere renners zien dat daarmee veel mogelijk is.”

Dumoulin is niet alleen

Anno 2017 rijden er in het peloton zoveel goede Nederlandse klassementsrenners, dat bij de start van de Giro niemand praat over de wegens een knieblessure afwezige Wout Poels. Vorig jaar was Poels winnaar van Luik-Bastenaken-Luik en reed hij ijzersterk als adjudant van eindwinnaar Chris Froome in de Tour, vol ambitie om eens voor eigen kans te rijden in de Giro of Vuelta.

Gesink richt zich op de Tour, Wilco Kelderman viel tijdens deze Giro – in blakende vorm – uit na een val in rit 9. Bleven nog altijd drie Nederlanders vooraan. Steven Kruijswijk, vorig jaar bijna-winnaar in de Giro en nu ziek uitgevallen na rit 19. Bauke Mollema, vorig jaar bijna op het Tourpodium en nu zevende in de Giro. En Tom Dumoulin, die in 2015 op de voorlaatste dag de eindzege verspeelde in de Vuelta. Dan komt die Nederlandse eindoverwinning in deze Giro niet langer uit de lucht vallen.