De anti-IS-campagne van de overheid

Strijd om ideeën

Terrorismebestrijding is óók een strijd om de beste boodschap. Daarom wordt IS-propaganda beantwoord met een ‘tegenverhaal’ . Of dat helpt tegen overtuigde jihadi’s is echter de vraag.

Twee islamexperts geven in 2015 een prikkelende presentatie aan een zaal vol veiligheidsambtenaren. Zij vergelijken Nederland met terreurorganisatie Islamitische Staat: wie heeft moslims het meest te bieden?

Nederland heeft een land te bieden waarin de islam steeds meer onder vuur komt te liggen en wordt geassocieerd met geweld, overlast en gebrekkige integratie.

IS heeft moslims een eigen ‘staat’ te bieden waarin zij na jarenlange onderdrukking eindelijk kunnen leven onder de wetten van de sharia.

Nu mogen de ambtenaren kiezen: welke boodschap spreekt meer aan?

Wat deze experts willen laten zien, is dat de strijd tegen terrorisme niet gewonnen kan worden met alleen straaljagers of gevangenisstraffen. Het is óók een strijd om de beste boodschap. Jongeren worden beïnvloed door jihadistische propaganda van IS. Westerse landen zouden daar een alternatieve boodschap tegenover moeten stellen. Een counternarrative.

Terrorismebestrijders zijn er de laatste jaren druk mee bezig. Het Britse parlement schreef vorig jaar in een onderzoeksrapport dat de regering „sterke counternarratives moet opstellen” om „leugens en bedrog van extremisten te bestrijden”. Ook in Nederlandse beleidsnota’s sijpelt de term langzaam door. Het ministerie van Veiligheid en Justitie laat op dit moment onderzoek doen naar effectieve counternarratives. Utrechtse studenten wonnen onlangs een internationale prijs met hun socialemediacampagne Dare to be grey, bedoeld als een geluid tegen extremisme.

Extremistische boodschap

Het doel van counternarratives is het verzwakken van de aantrekkingskracht van extremistische bewegingen, zegt Daan Weggemans, terrorismeonderzoeker aan de Universiteit Leiden. „Dat kan op verschillende manieren. De AIVD bracht vorig jaar een rapport uit over hoe vreselijk het leven in het IS-kalifaat is. Een counternarrative dat zich heel specifiek richt op de aantrekkingskracht van IS. Maar er zijn ook tegengeluiden in bredere zin, die moeten voorkomen dat jongeren vatbaar raken voor de extremistische boodschap.” 

Maar wat is dan die boodschap die moet worden ‘gecounterd’? Het jihadistische verhaal komt er kort gezegd op neer dat westerse landen een kruistocht voeren tegen de ware islam. Seculiere dictators als de Syrische president Assad zijn door het Westen aangesteld op islamitisch grondgebied om moslims onder de duim te houden. De enige manier om deze onderdrukking te stoppen is terugvechten. En dat kan volgens IS ook door aanslagen.

Dat de islam wordt onderdrukt door het Westen, is een gedachte die niet alleen jihadisten omarmen. Ze vindt ook breder weerklank in de moslimgemeenschap. Sommige moslimjongeren vinden het bijvoorbeeld hypocriet dat het Westen wél IS en Al-Qaeda bombardeert in Syrië, maar niet het seculiere leger van dictator Assad, die veel meer burgerslachtoffers op zijn geweten heeft. Deze jongeren zien hier een aanwijzing in dat het Westen het op de islam heeft gemunt.

Video: Hoe Islamitische Staat opstond en weer ondergaat

Zulke grieven vormen volgens experts een belangrijke voedingsbodem voor extremisme. Nederland onderneemt daarom actieve pogingen die grieven te weerleggen, zo valt te vernemen bij de landelijke overheid. Zo let de regering er in haar communicatie over het Syriëconflict op dat Assad altijd scherp wordt veroordeeld, om beeldvorming tegen te gaan dat het Westen stiekem met hem samenspant. Ook zijn er pogingen om het beeld te weerleggen dat Nederland Israël de hand boven het hoofd houdt. Toen de Gazaoorlog een aantal jaren geleden onder Nederlandse moslims veel verontwaardiging opriep, nodigde antiterrorismedienst NCTV een groep islamitische opiniemakers uit. Zij kregen uitleg over de Nederlandse houding ten opzichte van Israël, in de hoop dat hier meer begrip voor zou ontstaan, bevestigen bronnen aan NRC.

De meeste counternarratives worden op veel kleinere schaal verspreid. Een jongerenbijeenkomst in Amsterdam waar een vader van een gesneuvelde IS-strijder zijn verhaal deed, is daar een voorbeeld van. De politie probeert het eveneens, door teruggekeerde jihadisten te vragen hun verhaal te doen in de media. Door hun negatieve ervaringen over IS te openbaren, zouden potentiële jihadgangers aan het denken worden gezet, dacht de politietop. Geen van de terugkeerders was echter bereid een interview te geven.

Averechts effect

Hebben counternarratives zin? Daar is weinig onderzoek naar gedaan. Een Canadese studie stelt dat overheden er vooral heel voorzichtig mee moeten omspringen. Een staat die gedachten van burgers probeert te beïnvloeden, is immers weinig geloofwaardig. Bovendien lijken mensen juist te volharden in hun standpunten zodra zij doorkrijgen dat iemand hen probeert te overtuigen. In dat geval zou de inzet van de overheid een averechts effect hebben. Maar wanneer een tegenverhaal afkomstig is van een „geloofwaardige boodschapper”, zou dit volgens de Canadese onderzoekers wél effect kunnen sorteren.

Daarom legt Nederland de laatste jaren de nadruk op het opleiden van ‘rolmodellen’ en ‘sleutelpersonen’. Gerespecteerde figuren uit de islamitische gemeenschap zouden geloofwaardig het jihadistische verhaal kunnen weerspreken.

Het Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN) is zo’n organisatie die de afgelopen twee jaar subsidie ontving om sleutelpersonen te trainen in weerwoord bieden. „Het draait om het wegnemen van frustraties”, zegt SMN-trainer Habib el Kaddouri. „Als je met jongeren in gesprek bent, hoef je kritiek op het Midden-Oosten-beleid van Nederland niet weg te praten. Maar domme aannames kun je wel weerleggen. Bijvoorbeeld als jongeren zeggen dat de Syriëoorlog een complot van Joden en het Westen is tegen de islam. In zo’n geval kun je uitleggen hoe ingewikkeld de geopolitieke situatie is, en waarom er helemaal geen oorlog tegen de islam aan de gang is.”

Ook jongerenwerkers en docenten worden getraind in het bieden van een weerwoord. De Handreiking democratisch weerwoord beschrijft hoe zij dit kunnen doen. Zij zouden „enige nuance” kunnen aanbrengen in het „zwart-witte verhaal” van radicalen, door bijvoorbeeld uit te leggen hoe goed de Nederlandse rechtsstaat in elkaar zit. Doel is de jongere te laten inzien dat er in plaats van geweld ook democratische alternatieven zijn om iets te doen tegen onrecht, aldus de handreiking.

Is promoten van de rechtsstaat of weerspreken van complottheorieën wel iets waar de overheid zich mee moet bemoeien? „Een lastig punt”, vindt onderzoeker Weggemans. „Het garanderen van de veiligheid is een belangrijke taak van de staat. Onderdeel daarvan is het wegnemen van de aantrekkingskracht van extremisme. Aan de andere kant moet de overheid zich niet al te veel bemoeien met de overtuigingen van mensen. Waar ligt die grens?” 

Volgens El Kaddouri mag van de overheid worden verwacht dat ze onwenselijk gedachtengoed probeert tegen te gaan. „Als moslimjongeren bijvoorbeeld denken dat joden de wereld in handen hebben, draagt dat bij aan zondebokdenken en kan het geweld legitimeren. Het idee van PVV’ers dat moslims hier een vijfde colonne vormen, kan overigens even schadelijk zijn.”

Waarom heeft de overheid dan geen beleid om PVV’ers ‘weerbaar’ te maken, maar wel voor moslims? El Kaddouri: „We zien om ons heen veel aanslagen. De dreiging die van jihadisten uitgaat, is groter.” 

‘Denk aan je vrouw’

Weggemans vindt de vraag minstens zo belangrijk of counternarratives werken en voor wie ze bedoeld zijn. Veel hangt volgens hem af van wie de boodschap afkomstig is. „Als iemand écht invloed heeft op een jongere, dan is de kans het grootst dat er naar zijn of haar verhaal wordt geluisterd.”

Daarom zet de overheid bij het ‘deradicaliseren’ van jongeren vaak ouders, echtgenoten, vrienden of kennissen in. Hun wordt gevraagd als tussenpersoon „op het geweten” in te spreken als een geradicaliseerde moslim wil uitreizen naar Syrië. Hoe zij dit moeten doen, staat beschreven in een vertrouwelijke instructie die de gemeente Utrecht in 2013 heeft opgesteld en in bezit is van NRC. Die geeft persoonlijke argumenten om niet in Syrië te gaan strijden: „Denk aan je vrouw”; „Luister naar je moeder”; „Je ouders kunnen je niet begraven als er iets misgaat.”

Dan zijn er nog praktische argumenten: „Denk aan je studieschuld

Ook stelt de ambtelijke notitie een aantal religieuze argumenten voor: „Gehoorzaam de geleerden, er is geen sprake van jihad in Syrië”;  „Een goede moslim gehoorzaamt zijn ouders”; „Dit is niet jouw oorlog.” En dan zijn er nog praktische argumenten: „Denk aan je studieschuld.” Inmiddels is de instructie vervangen, blijkt uit navraag bij de gemeente.

Weggemans, die voor zijn onderzoeken veel jihadsympathisanten heeft gesproken, vindt de argumenten uit de instructie niet heel overtuigend. „Bij deze mensen moet je niet aankomen met argumenten als ‘dit is niet jouw oorlog’ of ‘denk aan je studieschuld’. Het bieden van een counternarrative zal bij extremisten weinig zin hebben. Zij hebben al een eigen frame op de werkelijkheid ontwikkeld.” Ook terrorismecoördinator NCTV gelooft niet dat dit soort „vooruitgeschreven narratieven” zin hebben, laat een woordvoerder weten.