Bang? Een boze baas is slechts een deel van het probleem

Angstcultuur

Dreigt de baas vaak met ontslag of word je op je werk afgerekend op vage criteria? Grote kans dat er sprake is van een angstcultuur. Peter Fijbes wil met zijn boek het thema bespreekbaar maken.

Foto's iStock

Terwijl je aan het werk bent, hoor je hoe je leidinggevende in een kantoorruimte een collega uitscheldt. Een felle tirade die voor de hele afdeling te verstaan is. Als de collega daarna met rode konen naar buiten komt, doe je, net als de rest, alsof er niets aan de hand is. Een herkenbaar scenario? Dan ben je waarschijnlijk onderdeel van een angstcultuur.

Erkennen dat je bang bent op kantoor is een taboe, constateert organisatieadviseur en teamcoach Peter Fijbes (31), die deze week een boek uitbrengt over het onderwerp: Angstcultuur. Ervaringen zat, want Fijbes komt regelmatig over de vloer bij disfunctionele organisaties. Al wordt hij wel altijd onder een andere vlag uitgenodigd: bijvoorbeeld om advies te geven over vergaderingen die stroef lopen, of te onderzoeken hoe het komt dat een afdeling de maandelijkse doelstellingen steeds niet haalt.

Om te beginnen: angst komt in iedere organisatie voor. Maar over een echte angstcultuur heb je het volgens Fijbes pas wanneer er sprake is van een „collectieve, belemmerende angst”, die heel prominent aanwezig is en met regelmaat wordt ingezet om loyaliteit, gehoorzaamheid en inzet af te dwingen bij medewerkers.

Hoe dat tot uiting komt verschilt: van veranderingen in de organisatie die heel laat worden gecommuniceerd en leiders die vaak met ontslag of repercussies dreigen, tot prestaties die op een vage manier beoordeeld worden. Mensen in een angstcultuur voelen zich vaak onrechtvaardig of onwaardig behandeld.

Dat blijkt onder meer uit de berichten die hierover opduiken in de media. Zo klaagden Ikea-medewerkers in 2015 over harde beoordelingssystemen, vertelden medewerkers van het UMC Utrecht in 2016 dat gemaakte fouten niet besproken konden worden en meldden ambtenaren van de gemeente Dronten onlangs dat problemen in de gemeenteraad onbespreekbaar zijn. Anonieme meldingen over frustraties die kennelijk wél met een journalist, maar niet met een eigen leidinggevende kunnen worden besproken.

Dubbele signalen

Dat taboe wil Fijbes doorbreken met zijn boek, dat overigens niet gaat over de boze baas versus de zielige, geïntimideerde medewerker. Nee, zegt Fijbes: álle mensen die ervoor kiezen in een angstcultuur te blijven werken, zijn er debet aan. Door je niet te verzetten doe je eraan mee.

Maar in opstand komen is nog niet zo simpel, als je constant bang bent voor repercussies. Een gevoel dat bijvoorbeeld kan ontstaan wanneer een leidinggevende je dubbele signalen geeft. Fijbes: „Een vormgever vertelde me laatst dat haar baas twee eisen had. Hij verwachtte enerzijds dat ze razendsnel werkte, anderzijds moesten al haar projectvoorstellen vernieuwend en creatief zijn. Het probleem: creativiteit kost tijd. Dus was ze iedere presentatie bang dat ze of te langzaam had gewerkt of dat haar voorstel niet spectaculair genoeg was.”

Wat Fijbes ook vaak tegenkomt, is dat organisaties niet duidelijk zijn over wat zij verwachten van hun werknemers. „Zo kwam ik eens bij een elektronicabedrijf waar een goede verkoper niet alleen een telefoon, maar meteen een verzekering erbij verkocht. Wat bleek: de beste verkopers hadden vaker klanten die later boos terugbelden als ze merkten dat ze opeens aan een verzekering vast zaten. En dat was iets waar ze vervolgens weer op afgerekend werden.” Een patstelling, zegt Fijbes. „Op die manier konden ze het eigenlijk nooit goed doen en ontstond er per ongeluk een stelselmatige angst.”

Soms wordt ook bewust ingespeeld op angst – het wordt dan gezien als effectieve maatregel. Fijbes vertelt over een jonge manager die het maar niet lukte zijn afdeling de maandelijkse doelen te laten behalen. „Hij wilde graag gelijkwaardig met zijn team omgaan, geen geschreeuw van bovenaf.” Maar dat bleek niet te werken. „Zijn mensen draaiden niet genoeg omzet. Uit frustratie uitte hij daarom een dreigement: denk maar niet dat ik jullie de hand boven het hoofd houd als er straks ontslagen dreigen. Het had meteen effect. Ineens voerde iedereen zijn taken wél uit. Vervolgens kreeg hij complimenten van collega-managers: goed gedaan, je moet ze af en toe even aanpakken, dat werkt vaak het beste.”

Die positieve bevestiging van collega’s is nu precies wat maakt dat angst in een organisatie normaal wordt, legt Fijbes uit. En hoewel het effect heeft, is dat vaak alleen op de korte termijn. Als je verder in de tijd kijkt zie je dat medewerkers niet per se harder werken, maar vooral beter worden in het verbergen van fouten. Of ze krijgen een burn-out.

Fijbes: „Leidinggevenden zouden daarom vaker moeten praten over wat zij moreel verantwoordelijk gedrag vinden: hoe ver mag je gaan? Als jij hoort hoe een collega-leidinggevende iemand afbrandt terwijl het hele team meeluistert, neem die persoon dan apart en vraag of hij doorheeft wat daarvan het effect is. Het is belangrijk dat er wordt benoemd dat het opmerkelijk is dat zoiets gebeurt.”

Te trots

Het gebeurt nog te weinig dat werknemers zelf aankaarten dat ze zich angstig of geïntimideerd voelen, zegt Fijbes. „Wat je wel hoort: ‘Ik voel me genaaid’ of ‘De manager is een eikel.’ Maar praten over emoties is nog steeds geen logisch onderdeel van het gesprek.” Met name hogeropgeleiden praten vaak rationeel over communicatieproblemen, processen of structuren. „Over wat ze voelen gaat het maar zelden. Als jij praat over je angst, geef je toe dat er iemand anders is die jou bang maakt. Daar zijn veel mensen te trots voor.”

Is zo’n angstcultuur eigenlijk te herkennen, bijvoorbeeld bij een sollicitatiegesprek? Waar je volgens Fijbes op kunt letten, is wat er gebeurt als je aangeeft dat je heel initiatiefrijk bent of de ambitie hebt om vernieuwing te brengen. „Daar zit een angstig bedrijf niet op te wachten. Voel je ongemak? Dan zou je daar op door kunnen vragen.” In het algemeen ligt een angstcultuur volgens Fijbes het meest op de loer bij bedrijven die met strakke doelstellingen werken. Mensen zijn daar sneller bang voor een afrekening op het moment dat ze die niet halen.

Ontslag is nog erger

Als je elke dag met angst naar je werk gaat, waarom zou je dan niet gewoon ontslag nemen? Het korte antwoord van Fijbes: omdat het nog niet erg genoeg is. „Het vooruitzicht van ontslag zorgt vaak voor nog meer angst. Iemand moet z’n hypotheek betalen, noem maar op. En vaak voelen mensen zich wél verbonden met collega’s.”

Fijbes’ belangrijkste tip: heb de moed om de angst die je voelt te benoemen. Bespreek het bijvoorbeeld eerst met een collega waar je het goed mee kunt vinden, en uiteindelijk met de persoon waar het om gaat. „Op het moment dat jij in al je kwetsbaarheid aangeeft dat je graag voor het bedrijf werkt, maar dat je je bijvoorbeeld onder druk voelt staan, is het essentieel om te zien hoe daarop gereageerd wordt. Als jouw gevoelens er niet mogen zijn, of zelfs worden afgestraft, kun je jezelf de vraag stellen of je er wel wilt blijven werken.”