Recensie

Taal, geweld, vliegtuigen: Fiona Banner is bezeten door macht

Tentoonstelling

Fiona Banner is bezeten door macht. In De Pont in Tilburg schrijft ze haar teksten op stukken vliegtuig en op de rotors van helikopters. Maar wat ze eigenlijk wil zeggen blijft vaag.

Zaalbeeld De Pont. Peter Cox

Fiona Banner, die nu in De Pont haar eerste grote Nederlandse solotentoonstelling heeft, is bekend van twee soorten werk. Allereerst zijn er de vliegtuigen. In 2010 bijvoorbeeld, exposeerde ze in de hal van Tate Britain twee bijna-complete vliegtuigen, een Sea Harrier Jet en een RAF Jaguar – wat een indrukwekkend en vervreemdend gezicht was, in die klassieke museumzalen.

Maar Banner is nog bekender van haar grote tekstwerken. Daarin vertelt ze op enorme vellen papier of in boeken volledige (Vietnam)films uit het hoofd na – zeeën, landschappen van taal die in de praktijk nauwelijks leesbaar zijn, maar wel bijna de fysieke sensatie oproepen hoe moeilijk het is om grip te krijgen op zo’n grootste wereld. Tussen deze twee categorieën is met enige moeite ook een verband te destilleren: Banner is gefascineerd door macht, door beheersing van de werkelijkheid en de middelen die je daarvoor kunt inzetten: autoriteit, taal, geweld.

En inderdaad: die thema’s keren allemaal terug in De Pont, maar op een andere manier dan je zou verwachten. Neem het grote, centrale plein van het museum: dat is voor de gelegenheid schemerig verlicht en tussen de vaste ‘zuilen’ staan nu een stuk of zes, zeven rotorbladen van helikopters rechtop in de ruimte. Even verderop bungelen drie vleugels van een Harrier aan het plafond, en er staan en hangen nog andere vliegtuigonderdelen (zoals een staartdeel). Vaak zijn er teksten op geschreven, korter dan we gewend zijn van Banner, en die zijn nog steeds moeilijk te lezen of thuis te brengen.

Toch is dat niet het grootste probleem: dat is dat Banner in De Pont een onzekere, zoekende indruk maakt, zeker als je het vergelijkt met oude werken als de voornoemde vliegtuigen (dat waren nog eens ready-mades!) of tekstwerken. Die waren stellig en zelfverzekerd, maar ook dubbelzinnig, wat goed past bij Banners krachtige thematiek. Maar kijk nu bijvoorbeeld naar die vleugels. Die moeten totempalen voorstellen (op zich al niet een heel sterke associatie), maar er zitten ook ovale gaten waar je je hoofd in mag steken, er staan (soms) teksten op en dan blijken ze ook nog aan camouflagetechnieken te refereren. Of neem de vele werken die verwijzen naar tekst en boeken, zoals het door Banner zelfontworpen lettertype waarin de tekstbordjes zijn gezet, of het ISBN-nummer in neon – niet slecht, origineel ook wel, maar wat wil Banner er toch mee zeggen? En dan komen er nog verwijzingen naar mode bij, naar de macht van de Londense City, naar Joseph Conrads’ Heart of Darkness…

Zaalbeeld De Pont. Foto Peter Cox

Hoe langer je op de tentoonstelling rondloopt, hoe meer je de indruk krijgt dat Banner haar eigen thematiek heeft opgesoupeerd en nu met moeite de laatste uiteinden ervan onderzoekt – terwijl ze er niet zo heel veel meer aan heeft toe te voegen.

Eigenlijk maken alleen de pronte, met diepgrijs potlood betekende vliegtuig-neuskegels indruk: die zijn hard en ongenaakbaar en fysiek – de ene keer lijken ze op fallussymbolen, de andere keer op priemende borsten. Die genderdubbelzinnigheid is goed gezien, maar die is ook verwarrend, want nóg een thema erbij, daar zat ik in De Pont niet echt op te wachten. Banner is een interessante kunstenaar met krachtige vormen, maar op dit moment lijkt ze even, nou ja, de weg kwijt.