‘Accountants leren te weinig van fouten’

Therese Grohnert

De hiërarchische en formele bedrijfscultuur is volgens onderzoek een belangrijke oorzaak van de vele fouten die accountants maken.

Foto iStock

Niet een veelheid aan „papieren” maatregelen, niet een belonings- en bestraffingssysteem, maar een bedrijfsklimaat waarin van elkaar en van fouten wordt geleerd kan de kwaliteit van accountantskantoren flink verbeteren. Door onder meer efficiencydruk en strikt hiërarchische verhoudingen is de sfeer daar nu vaak niet naar. Dat is de uitkomst van onderzoek door Therese Grohnert, waarop ze onlangs promoveerde aan de Universiteit Maastricht.

De vier grote accountantskantoren, met name KPMG, figureerden de afgelopen jaren in een reeks schandalen. Eind vorig jaar concludeerde de Monitoring Commissie Accountancy dat de sector weliswaar beterschap heeft beloofd, maar in de praktijk nog onvoldoende maatregelen neemt.

Op alle niveaus kwetsbaar

Grohnert onderscheidt in de teams die een klant namens accountantskantoren doorlichten juniors, seniors en partners. „De juniors hebben door hun gebrek aan ervaring de neiging om heel veel informatie op te vragen, maar hebben nog niet zo’n goed oordeelsvermogen. Bij de seniors is dat meer in balans. Partners, die vaak meerdere teams tegelijk aansturen, hebben de neiging om wel erg te vertrouwen op hun oordeelsvermogen en ervaring, en vragen weinig informatie op. Die routineuze aanpak kan maken dat ze zaken over het hoofd zien. De seniors op het tussenniveau bespreken daarentegen weer het minst van allemaal de zaken met anderen. Mogelijk door alles wat van alle kanten op hen af komt.”

Het maakt volgens Grohnert dat de teams op alle niveaus kwetsbaar zijn. Ze legde onder meer 252 in de branche werkzame respondenten een casus voor waarin in het kader van een jaarverslag moest worden beoordeeld of twee debiteuren nog snel zouden betalen.

„41,5 procent van hen kwam tot een accuraat oordeel en maar 30,2 procent deed dat op basis van alle relevante informatie. Velen vertrouwden op het geruststellende oordeel van een CFO van het te beoordelen bedrijf. Terwijl bij het opvragen van extra informatie duidelijk werd dat een van de twee debiteuren over onvoldoende cashflow beschikte en dat daarvoor dus een voorziening moest worden getroffen.”

De onderzoekster relativeert deze bevindingen een beetje. Respondenten konden in dit geval niet overleggen met anderen. Het was geen gemiddelde casus, maar een die om extra alertheid vroeg. Toch sluiten de resultaten aan bij eerdere harde oordelen over de sector. De Autoriteit Financiële Markten (AFM), die toezicht houdt op de accountants, noemde in 2014 45 procent van de door haar onderzochte jaarrekeningcontroles door de vier grote kantoren onvoldoende.

Weinig ruimte voor leren

Grohnert bevroeg de respondenten ook over de ruimte voor leren op de werkplek binnen hun bedrijven. Dat liet volgens velen te wensen over. Volgens de promovenda kan een leidinggevende die het goede voorbeeld geeft, die durft te vragen en zich niet onfeilbaar toont, al veel veranderen.

Sommige andere ingrepen zijn verbazingwekkend simpel, vindt ze. „Op een van de kantoren, waarmee ik contact had, gingen teams na succesvolle afronding van een audit met elkaar eten. Bij zo’n gelegenheid werden dan na enige tijd als vanzelf de verhalen over minder succesvolle cases verteld.”

Vooral jonge medewerkers leerden daar volgens de onderzoekster van, terwijl meer ervaren medewerkers ermee lieten zien dat ze ook niet onfeilbaar zijn. „Zulke bijeenkomsten maken het makkelijker om onderling over zaken en ook over missers te praten. Ook de wat informelere sfeer tijdens de etentjes maakte de drempel om in het vervolg op iemand af te stappen lager.”

Want juist met dat soort contacten kan de accuratesse van accountantskantoren worden verbeterd, is de overtuiging van de onderzoekster. „Het kan werken om tijdens reguliere vergaderingen van het team een moment te creëren waar problemen kunnen worden besproken. Maar met iedereen erbij kan de drempel om je dan te uiten hoog zijn. Bovendien moeten mensen dan wachten met hun vragen of behoefte aan feedback tot zo’n bijeenkomst.”

De medische wetenschap is veel verder met het leren van fouten en elkaar bevragen dan de wereld van accountants. „Logisch”, vindt Grohnert. „Fouten in die sector kunnen echt mensenlevens kosten. Tegelijkertijd hebben zich in de accountancy ook veel fatale en bijna fatale ongelukken voorgedaan in de afgelopen jaren. Bij kantoren merk je nu het urgentiegevoel. De wil om te veranderen, te verbeteren is groot. Het leidt ook tot veel uitnodigingen van kantoren en instanties om te komen vertellen over het onderzoek en tot het houden van workshops.”

Grohnert doet de komende twee jaar vervolgonderzoek vanuit de Universiteit Maastricht. Ze wil duidelijk krijgen welke invloed de samenstelling van auditteams heeft op het vermogen om te leren. „Eén partner stuurt bijvoorbeeld vaak meerdere auditteams aan. Het is interessant om te bekijken of de ene beter functioneert dan de andere en waar dat dan precies aan ligt.”