Verstappen werd het offer van Monaco

Formule 1

Max Verstappen werd in Monaco opgeofferd door zijn team. Hij was woest. Zo blijft zijn woonplaats een plek vol slechte herinneringen.

Max Verstappen loopt na de race boos weg van het circuit in Monaco.Foto Frits van Eldik/ANP

Crisismanagement achter de schuifdeuren van het drijvende Red Bull-vertrek in de haven van Monaco. Prins Albert had racewinnaar Sebastian Vettel amper de hand geschud, of Max Verstappen was er al, met zijn helm nog op, naar binnen gestormd. Teambaas Christian Horner was vervolgens achter de schermen verdwenen, adviseur Helmut Marko ook, vader Jos, zijn manager. Na meer dan een half uur kwam de Nederlander naar buiten, in korte broek, om als laatste coureur voor de tv-camera’s te verschijnen.

Verstappen was boos, en goed ook. Of het nou in eerste instantie de bedoeling was of niet, hij was net opgeofferd door Red Bull. De strategie hem vroeg binnen te halen voor zijn pitstop – vanwege de smalle straten is op een andere manier plekken winnen vrijwel onmogelijk – om zo de Mercedes van Valtteri Bottas achter zich te houden, pakte mede door de niet vlekkeloze poging slecht uit. Verstappen was op plek vier gebleven, de plek waarvandaan hij startte. Maar toen kon teamgenoot Daniel Ricciardo opeens een poging wagen Bottas voorbij te gaan met zijn eigen pitstop. Zo reed de Australiër vanaf dat moment zonder problemen naar het podium. Slim van Red Bull, dat zo toch een klein succes kon boeken in een seizoen waarin er nog te weinig te vieren valt, maar zuur voor Verstappen, die als vijfde zou eindigen. „Is Daniel gestopt?”, vroeg hij zijn team vlak na het bewuste moment. „Ja, en het spijt ons, maar hij is jullie beiden voorbij.” Daarna konden de mannen van de bliepjes aan het werk. „What a f******, f****** disaster.

Lokaas of niet?

Daar was even wat kalmeren voor nodig. Niet dat hij daarna minder teleurgesteld was. Horner snapte het natuurlijk best, ook die scheldpartij wel, zo zei hij twee uur na de race aan tafel in het Red Bull-vertrek. Maar de strategie had ook in Verstappens voordeel uit kunnen pakken, dat had hij hem nog proberen duidelijk te maken. Toch leek het erop dat de Nederlander niet meer dan lokaas was om Bottas naar binnen te krijgen voor een pitstop. Horner ontkende dat. „Bij Mercedes konden ze sowieso maar één van onze auto’s in de gaten houden.” Goed, laat dat nou net de bedoeling zijn van aas. Belangrijker, vond Horner: een prima resultaat voor het team én Verstappen begreep het uiteindelijk best.

Dat leek optimistisch, want voor de verschillende tv-camera’s – voor de geschreven pers was geen aparte vragensessie op zondag – zei hij het nog steeds niet te snappen, zelfs na uitleg. Hij was vooral heel erg teleurgesteld, meer kon hij er niet van maken.

Wat overbleef, was een nieuwe onprettige herinnering aan Monaco, dat hem de afgelopen twee jaar al onprettige herinneringen had gegeven. In 2015 reed hij als coureur van Toro Rosso tegen het einde van een knappe race de bandenstapel in na een duel met Romain Grosjean, vorig jaar crashte hij liefst drie keer: in een vrije training, de kwalificatie én de race zelf. Nou bleek uit alles de afgelopen dagen dat hij sowieso niet veel heeft met het circuit in Monaco, hoe historisch en romantisch ook. Hij noemde het „gewoon een race op de kalender” en de bochten met namen als Saint-Devôte, Casino en Rascasse waren voor hem simpelweg 1, 4 en 16. Maar het hielp niet dat het de enige race was die hij nog nooit in zijn carrière uitreed.

Tot zondag dus. Maar dat kon hem even helemaal niets schelen.