Column

Seconden tikken weg in Milaan

Zijn hoofd was weg. Zelfs van de helm geen spoor. Op de tijdritfiets reed alleen een romp met twee armen en benen. Zo van achteren leek Tom Dumoulin op een trapmachine. Nummer 181 reed feilloos en snoeihard.

Even later gleed Nairo Quintana van het startpodium in Monza. Hij droeg de kleur roze waar het maar kon. Roze kousen, roze schoenen, roze helm. Het was iets te veel van het goede, de klassementsleider zag er eerder kinderachtig uit dan onoverwinnelijk.

De strijd om de seconden tussen de twee mannen was in volle gang.

Dumoulin verscheen weer in beeld, vanaf de zijkant nu. Zijn hoofd zat goed weggestopt tussen zijn schouderbladen.

Waar zou hij naar kijken op lange, rechte stukken? Naar het asfalt? Naar zijn benen? Of naar een zweetdruppel die op het stuur valt om met een snelheid van 52 kilometer per uur tot een zoutstreepje te worden geblazen door hete Lombardische lucht.

Even zag ik door zijn tijdrithouding – de handen gevouwen voor een gebogen lichaam – een biddende man in de Limburgse coureur.

Drie weken was Dumoulin door Italië geraasd. Altijd maar vooruitkijken. Niet stilstaan bij monumenten en kerken, paarden in de wei, vluchtelingen op Sicilië, onaffe maffiaflats langs de kust of een stadje met aardbevingsschade.

Altijd maar doorrijden, behalve die ene keer. De sanitaire stop kostte hem veel tijd, het dreigde een verhaal te worden dat aan hem zou blijven kleven, zeker als hij de Giro zou verliezen.

Even zag ik door zijn tijdrithouding – de handen gevouwen voor een gebogen lichaam – een biddende man in de Limburgse coureur. Maar eerbied is hem vreemd. Dumoulin had openlijk kritiek geuit op Nibali en Quintana en hij verlangde onderweg hulp van Kruijswijk en Mollema.

Dumoulin buigt alleen voor zijn teamgenoten.

Op hoge snelheid reed hij het historische deel van Milaan binnen en daarmee ook de geschiedenis van de Giro. Dumoulin ging een grote ronde winnen waarin renners elkaar dagelijks hadden bevochten, zelfs als hun lichamen protesteerden. De pijngrens werd keer op keer verlegd.

Vlak voor de finish pakte Dumoulin de stuurgrepen stevig beet; het bloed verdween uit zijn vingers en onder de nagels zag ik wit, afgeknepen vlees. Hij stapte van zijn fiets, deed zijn helm en zonnebril af en ging bij een monitor zitten.

Quintana slingerde te ruim door een bocht. Dat scheelde kostbare seconden. Nog even en de oudjes Jan en Joop konden eindelijk – na 37 jaar wachten – een plek vrijmaken op het erebankje.

Daar was het moment al: de klok tikte door in het voordeel van de Nederlander.

Die kop met dat zwarte haar, de zachte lach, zijn vuisten, de handdoek over het hoofd en dan weer die lach, nu uitbundiger en bevrijd van zenuwen.

Ik moest de woorden opschrijven om ze te geloven: Tom Dumoulin wint op zondag 28 mei de Giro d’Italia 2017.