Nederlandse volleyballers na zestien jaar terug op WK

Volleybal

De Nederlandse volleybalmannen hebben zich voor het eerst sinds 2002 weer geplaatst voor het WK. Eindelijk zijn ze op de weg terug.

Nederland plaatst zich voor het eerst in 16 jaar voor het WK na een 3-2 overwinning Slowakije. Foto Ronald Hoogendoorn/CEV

Confronteer de volleyballers van het Nederlands team niet met het verleden. Dat irriteert. Ze willen niet voortdurend herinnerd worden aan het olympisch goud van 1996. Een prachtmedaille, daar niet van, maar wel een prestatie uit de vorige eeuw. Aan ambitie geen gebrek, wel aan kwaliteit. Althans, gemeten naar de norm van 21 jaar terug. De internationals van nu mogen in 2018, na zestien jaar absentie, weer meedoen aan een WK. En dat telt, zegt aanvoerder Jasper Diefenbach. „Het verleden is grijs, van die vergelijking wordt dit team niet beter. Wij moeten vooruitkijken.”

Dat deed Diefenbach zondag in Apeldoorn na afloop van het door Nederland gewonnen WK-kwalificatietoernooi. De opluchting was groot. Na de geslaagde plaatsing voor het EK, vorig jaar, is volgend jaar deelname aan het WK in Italië/Bulgarije verzekerd. Nederland telt weer mee. Die internationale podia zijn belangrijk voor een ploeg in ontwikkeling, redeneert Diefenbach. ,,Wij moeten weten hoe het voelt EK’s en WK’s te spelen. Daar worden we kerels van. En die grote toernooien bieden ook uitzicht op Olympische Spelen. Geen garanties, natuurlijk niet, maar als we nooit tot de beste acht van Europa doordringen hoeven we helemaal niet aan de Spelen te denken.”

Nog niet van olympisch niveau

Olympische Spelen, een gretige sportman wil niets liever. Begrijpelijk, maar om het huidige Nederlands volleybalteam olympisch te linken is tamelijk aanmatigend. Van dat niveau is de huidige ploeg nog lang niet. De vraag is zelfs of Nederland in de huidige samenstelling ooit zover komt. Daarvoor zijn cruciale posities onderbezet, erkent ook Diefenbach. Hij vindt dat er goede passers/lopers opgeleid moeten worden opgeleid en ook de spelverdeling kan nog wel een kwaliteitsinjectie gebruiken. Maar dat is toekomst. Het heden leert dat Nederland met plaatsing voor grote kampioenschappen een nieuwe stap heeft gezet. Een stap op weg naar sportief herstel.

De vreugde om WK-kwalificatie was groot, zondag in de half gevulde Dynamohal. Terechte blije gezichten, maar wel over een resultaat met een kleine kanttekening. Nederland had het ontzettend getroffen met de loting. Eigenlijk waren alleen Slowakije en Oostenrijk serieuze tegenstanders, Griekenland, Moldavië en Luxemburg staan lager in de hiërarchie. Die gunstige vooruitzichten bleken in de praktijk nog tamelijk weerbarstig. Nederland speelde eigenlijk niet één makkelijke wedstrijd, met ter afsluiting moeizame overwinning in de laatste twee wedstrijden. Zaterdag wed Oostenrijk met hangen en wurgen (3-2) verslagen en zondag moest de laatste krachten uit de tenen worden gehaald om Slowakije met 3-2 (25-27, 26-24, 22-25, 25-16 en 15-9) eronder te krijgen.

Even geen kanttekeningen

Hoe terecht ook, kanttekeningen waren zondag aan de volleyballers even niet besteed. Zij vierden hun feestje. „Hèhè, een beloning voor dat harde werken”, verzuchtte routinier Jeroen Rauwerdink, die voor het eerst aan een WK kan deelnemen. Hij ervaart dat als een beloning voor maanden van huis zijn zonder vrouw en kinderen en voor de daarop aansluitende zesurige werkdag bij het Nederlands team. Hij had amper tijd gehad om na de Turkse competitie, waaraan hij zich zonder gezinsleden had onderworpen, op adem te komen. Bij terugkeer in Nederland even zijn vrouw en twee kinderen knuffelen om bijna in één adem door te gaan met de nationale ploeg. En dan moet de reis om de wereld in de World League en het EK in Polen nog komen.