Cultuur

Interview

Tom Dumoulin op het moment dat hij beseft dat hij de Ronde van Italië heeft gewonnen.

Foto Bas Czerwinski/ANP

Dumoulins lange weg naar Milaan

Ronde van Italië Hij had er zijn seizoen op afgestemd: de honderdste Giro d’Italia was Dumoulin op het lijf geschreven. Een nabeschouwing van drie weken koersen: van de start tot aan de trofee.

De Basis

Vanaf de allereerste keer dat Tom Dumoulin op een tijdritfiets zat, is het duidelijk: de man kan enorm hard op de pedalen duwen, plat voorovergebogen, klievend door de wind. Een deel van wat hij deze Giro heeft laten zien, is aangeboren. Longinhoud, hartfunctie, het vermogen van de spieren om zuurstof op te nemen. En er zit een harde kop op, om in de termen van teammaat Tom Stamsnijder te blijven – zijn kopman heeft het vermogen om pijn te lijden als niemand anders, alleen op een fiets, zonder hulp van ploegmakkers. Sterker: hij vindt het nog lekker ook, dat afzien. Geeft hem een kick.

Hoe Dumoulin een tijdrit fietst, zo benadert hij ook een Alpencol, een berg in de Dolomieten, de Pyreneeën. Dertien van de zestien overwinningen die hij als profrenner boekte, zijn eenzame gevechten tegen een tikkende klok. In 2015, het jaar van zijn doorbraak, een kentering. In de negende etappe van de Vuelta verslaat hij in een sprint bergop niemand minder dan Chris Froome. Vorig jaar rijdt hij de Arcalis in Andorra als een tijdrit omhoog, niemand die hem nog terug kan halen als het gat aan de voet eenmaal is geslagen. En deze Giro: etappe veertien, naar Oropa. Een moordend tempo tot iedereen leeg is, en dan nog een beetje extra. De bergritten die hij won hebben iets gemeen: ze eindigen gelijkmatig, met een ‘loper’, in wielerjargon. Voor een tijdrijder met verstopte klimmerscapaciteiten is dat ideaal.

Tempowisselingen verteert hij lastiger. Een beklimming met herhaaldelijk aanvallen, gaten die moeten worden dichtgereden, gaan hem duidelijk lastiger af. Vaak besluit hij in een hoog maar strak tempo omhoog te fietsen. Hij weet dat zijn tegenstanders piekbelastingen eens moeten bekopen.

Het is het eerste seizoen dat Dumoulin voltijdsklassementsrenner is. Niet langer heeft hij alleen de aspiraties om kortstondig in een leiderstrui te fietsen, nee, in 2017 gaat het hem om een goed klassement. Topvijf, dat was het doel deze Giro.

Vanaf de winter is Dumoulin met dat doel bezig. Hoogtestages in Zuid-Afrika, de Sierra Nevada in Spanje, en dan nog een derde op de El Teide-vulkaan van Tenerife. Allemaal achter de schermen, het oog van de wereld is in de wintermaanden niet op de renners gericht. Maar daar ligt wel de basis.

Op Tenerife heeft Dumoulin het even zwaar, vertelde zijn coach Adriaan Helmantel. „Hij kon in de laatste week van die stage nog geen 300 watt bergop trappen [nu doet hij hele stukken à 440 /red]. Dat maakte hem onzeker, hij wilde blokken overslaan. Maar omdat Bauke [Mollema] er ook was, sprong hij toch op de fiets om een extra trainingsblok te draaien. Bauke heeft hem dus eigenlijk geholpen.”

De Giro start voor Dumoulin volgens plan. Geen noemenswaardige problemen op Sardinië. Wat opvalt is zijn blik op oneindig, zelfs op het moment dat hij zich naar de start van een vlakke etappe begeeft. Onverstoorbaar, een heilig doel nastrevend.

Foto: Luk Benies/AFP

In de korte verplaatsing per vliegtuig naar Sicilië ligt hij heerlijk te slapen, laat ploegleider Aike Visbeek trots zien op een foto. Getuigde van grote ontspanning, vond hij, perfect voor een man van het klassement. De etappe naar de Etna is een eerste testcase: doorstaat hij met de besten, veilig in een groep met Nairo Quintana en Vincenzo Nibali.

Vijf dagen later de etappe naar Blockhaus, een skioord in de Apennijnen. Quintana wint, maar Dumoulin laat zich niet opjutten. Zij aan zij met Thibaut Pinot finisht hij op 24 seconden. Een eerste schifting is een feit: Dumoulin schuift op naar de derde plek, een meer dan ideale uitgangspositie voor de tijdrit van een dag later. Tegelijkertijd een aderlating: meesterknecht Wilco Kelderman valt uit met een gebroken vinger na een botsing met een motor. Dat zou hem in de derde week, het zwaartepunt deze Giro, nog wel eens op kunnen breken.

De eerste tik

Het roze is vlak voor de eerste tijdrit wel ingecalculeerd, Dumoulin is immers ’s werelds beste op die discipline. Maar dat het in de wijnstreek van Montenero di Bisacca naar Montefalco, veertig kilometer op en af, zo knetterhard zou gaan, verwacht niemand. De concurrentie rijdt hij al na tien kilometer op grote achterstand, en gaandeweg de tijdrit neemt het ongeloof over wat er gebeurt alleen maar verder toe. Het ‘Monster uit Maastricht’ pakt veel meer tijd dan gedacht. Stevig slikken voor Quintana, die uit het roze wordt gebeukt alsof hij niet twee grote ronden achter zijn naam heeft staan.

Drie relatief makkelijke dagen in het roze volgen, tot een nieuw huzarenstuk in de bergrit naar Oropa. Een ongekende vertoning van veerkracht, in het roze ook nog. De Rus Ilnur Zakarin lijkt te gaan winnen, maar Dumoulin komt telkens terug en wint de etappe. Een schreeuw van geluk. De rechterhand in de lucht. Hij weet zelf ook: dit is een visitekaartje van jewelste. Fans huilen van geluk, achter hun tv. Is dit een voorschot op een eindzege?

Dumoulin in actie tijdens de achttiende etappe.Foto Bas Czerwinski/ANP

De tegenslag

Een grote ronde zonder tegenslag is als een fiets zonder wielen – het bestaat niet. Iedereen krijgt er mee te maken, vroeg of laat. De vraag is vaak of er een ploeg klaarstaat ter ondersteuning bij een valpartij, of de materiaalwagens in de buurt zijn voor een fietswissel. Niets van dat al aan de voet van de Umbrailpas, dinsdagmiddag.

Al tientallen kilometers knokt Dumoulin tegen een aanval van buikkramp, tot het niet meer te houden is. Een blauw verkeersbord is zijn markeringspunt, hij springt een klein dijkje af, trekt belemmeringen van zijn lijf en doet zijn behoefte in het gras. De favorieten rijden een minuut bij hem vandaan. Weg roze trui? Niet als je Dumoulin heet en in deze vorm verkeert. Eten, veel bijdrinken, en in het eigen tempo de pas over, vol gas afdalen en de schade beperken. Aan de streep in Bormio is van zijn riante 2,5 minuut voorsprong nog 31 seconden over. En dan komen er nog vier bergritten aan. Maar de Giro is nog verre van verloren. En dat heeft hij op eigen kracht voor elkaar gekregen. Bewondering alom.

De fout

Een heksenketel is de achttiende etappe. Vijf Dolomietenpassen, de adrenaline spuit uit zijn oren, bij het binnenrijden van finishplaats Ortisei. Op de klim naar de Passo Gardena hadden ze ‘m bijna tuk, maar Dumoulin panikeerde niet, hield zijn eigen tempo vast en reed een gat dicht vlak voor de top. Aan het slot rijden renners weg, en Dumoulin wil samenwerken met zijn directe concurrenten. Hij is boos, snapt niet waarom ze dat niet met hem willen. Aan de finish klinkt klare taal: „Ik hoop dat ze hun podium verliezen.” Zoiets moet je Vincenzo Nibali niet flikken. „Hier zal hij voor boeten”, is diens antwoord. De messen zijn geslepen.

De volgende ochtend komt Dumoulin het goedmaken voor het oog van de camera’s. Hij had niet zo van leer moeten trekken. Vergeten en vergeven, denkt hij, maar hij heeft het mis. Als hij achterin het peloton hangt om te keuvelen over het voorval van een dag eerder – een rookie-mistake vindt hij zelf – breekt het peloton. Dumoulin op achterstand, en uiteindelijk uit het roze. En dan heeft hij ook nog een slechte dag. Hij had de voorbije dagen moeite met eten, en dat zou hem ergens gaan opbreken. Dat is nu. „Gewoon een slechte dag”, is zijn nuchtere lezing. Toch beperkt hij de schade. Een kwestie van ervaring, zegt hij. Hij is altijd rustig gebleven. Achterstand op Quintana: 38 tellen.

Het herstel

Zaterdag is D-day. Herstelt hij op tijd, zowel fysiek als mentaal, en krijgt hij het voor elkaar om binnen een minuut van Quintana te blijven? Dat kan-ie goedmaken in de afsluitende tijdrit, in theorie. Maar wat is dat nog waard na drie weken gekkenhuis? Op de slotklim naar Foza kraakt en piept het. Dan komt er hulp. De klok stop op 53 seconden. Opluchting op zijn gezicht. Hij weet dat het kan, maar durft er niet aan te denken.

De genadeklap

Dat gezicht, op het startpodium. Gefocust zoals de hele Giro. Geen grimas, geen glimlach. Niets dan pure concentratie. Een hellinkje af, en dan maar stampen. Dan liggen op het stuur, het hoofd naar beneden, zoals zwemmers doen als ze door het water snijden, kijkend naar de bodem, af en toe checken of de koers die ingezet is nog wel de juiste is. En rap die twilight zone in, waar pijn wel voelbaar is maar geen betekenis heeft.

De TU Delft maakte een pop van Dumoulin, al vorig jaar. Precies zo zit hij op de fiets, alleen de benen pompen dat het een lieve lust is. Traag bewegingsritme deze zondag. Gaat dat wel goed? Welzeker, dat reusachtige tandwiel krijgt hij rond, met die benen als twijgjes maar met machinale macht.

De eerste chicane is onwennig, nerveus, maar als de straten het toelaten zich klein te maken, gaat de turbo aan. Turbo Tom is los, zelfs Lance Armstrong heeft het gezien. ‘Allez 181’, twittert de zondaar. De gunfactor is voor Tom. De RAI brengt live de verschillen in beeld. Eerst valt Thibaut Pinot weg, dan ook Vincenzo Nibali. Als laatste start de leider, Nairo Quintana, de man met de meeste fans op de Piazza Duomo, dat er magnifiek bijligt deze loeihete zondag. Zon, opwinding, extase. Met de kilometer verliest Quintana terrein. Om 17.13 uur is het gebeurd – dan passeert Dumoulin hem virtueel. 53 tellen, dat oploopt tot dik boven de minuut. Het lag in lijn der verwachting, maar dan moet het ook nog even gebeuren. Visbeek had er op aan gedrongen, vooraf: doe nou alles zoals we het gewend zijn. Rustig blijven, geen gekke dingen. En dan moet het lukken.

Dumoulin komt over de streep in de afsluitende tijdrit.Foto Bas Czerwinski/ANP

Op de plek waar zich honderden journalisten hebben verzameld, wordt er met seconden gesmeten. Twee, drie, vijf. Hij gaat het halen. Over de finish stuurt hij naar links, naar de plek waar hij zijn lot moet afwachten. Een zwerm duiven vliegt over het plein in Milaan, alsof er krachten gaande zijn die niemand begrijpen kan. Bij de jurytent naast een huldigingspodium vliegt Dumoulin Jos van Emden in de armen. Die huilt, want wint zijn eerste tijdrit in een grote ronde. Dumoulin lacht, met zijn ogen dicht gooit hij zijn hoofd in zijn nek.

Het duurt nog zeker negen minuten voor Quintana binnen is. Op een groot scherm wordt een aftelklok gestart, maar die blijkt niet accuraat. Honderden Colombianen rekenen zich rijk, maar Quintana gaat het niet halen, bij lange na niet. Even benauwde momenten, paniek in de ogen. Quintana lijkt terug te komen, drie seconden is het verschil. Colombia wordt gek. Maar het blijkt vals alarm. De roze trui behoort maar aan één man toe. En die komt uit Nederland.

Dumoulin wint de Giro d’Italia, even na half zes. De honderdste uitgave nog wel. In alle opzichten is dat bizar. Een knuffelfestijn barst los. Mensen met Sunweb-shirts vliegen elkaar in de armen, er worden flessen bier geopend.

De huldiging is een surreëel schouwspel. De verslagenen, Nibali en Quintana, hebben er zichtbaar moeite mee. Wat staat er op het gezicht van Dumoulin, als roze confetti en daarna ook gouden op hem neerdaalt? Ongeloof, blijdschap, gelatenheid, dan weer pure euforie. Hij weet van gekkigheid ook niet waar hij kijken moet.

Tom Dumoulin houdt de trofee van Giro omhoog in Milaan.

De trofee is een roze, vanwege het jubileum. Een zwaar ding, met moeite houdt hij ’m boven zijn hoofd. Hij kijkt er graag naar tijdens de afsluitende persconferentie. Hij heeft het geflikt. Hij is de eerste Nederlander die de Giro wint, in een uitgave die echt iedereen had willen winnen. Een kampioen voelt hij zich niet, zegt hij, en ook geen superheld. Hij vindt het een eer om tussen de allergrootsten te staan. En hij hoopt dat iedereen normaal blijft doen. Want zelf blijft hij gewoon Tom Dumoulin.