Dumoulin in voetspoor van Janssen en Zoetemelk

Nederlandse ronderenners Eindelijk levert Nederland weer een winnaar van een grote wielerronde. Maar Tom Dumoulin is niet de enige ster van zijn generatie.

Foto Bas Czerwinski/ANP

Gedoodverfde rondewinnaars, ja, die waren er genoeg. Van Eddy Bouwmans tot Robert Gesink had Nederland steeds opnieuw ‘eindelijk’ weer een klassementrenner die de Tour of anders minstens de Giro of Vuelta kon winnen. Maar uiteindelijk duurde het tot 37 jaar na de Tourzege van Joop Zoetemelk voordat Tom Dumoulin de Ronde van Italië won. De laatste Nederlandse wielrenner die een podiumplaats haalde in een grote ronde was Erik Breukink, derde in de Giro van 1990.

Na Jan Janssen (winst in de Vuelta van 1967 en de Tour van 1968) en Zoetemelk (Vuelta 1979, Tour 1980) is Dumoulin pas de derde Nederlandse winnaar van een grote ronde. De allereerste Girowinnaar bovendien.

Komt de eindzege van de 26-jarige Limburger uit de lucht vallen, na zo’n lange periode van droogte?

Gouden tijdperk van Zoetemelk

Na het gouden tijdperk van Zoetemelk en Hennie Kuiper volgden in de jaren tachtig nog Peter Winnen, Johan van der Velde, Steven Rooks, Gert-Jan Theunisse en Erik Breukink. IJzersterke ronderenners, maar geen eindzege. Bouwmans pakte de witte trui in de Tour van 1992 maar brak nooit door. Het verboden wondermiddel epo, grif gebruikt door Italianen en Spanjaarden, wierp de Nederlandse renners ver terug in de klassementen. Michael Boogerd werd tegen wil en dank vooruitgeschoven, was dertien keer de beste Nederlander in een grote ronde (elf keer in de Tour, een keer Giro en Vuelta) en haalde als hoogste klassering een vijfde plaats in de Tour van 1998.

Wondertalent Thomas Dekker raakt het spoor al bijster voordat hij één ‘kort’ klassement in een grote ronde kan rijden.

Na hem staat een jonge ronderenner klaar die bij testen in de training zelfs hogere scores haalt dan op dat moment nog zevenvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong. Als iemand Zoetemelk kan opvolgen, dan Robert Gesink. Maar pech kost hem podiumplaatsen in de Vuelta, in de Tour blijkt subtop het hoogst haalbare. Gesink (30) is inmiddels bijna klassementsrenner af, na zijn bergritzege in de Vuelta van vorig jaar wil hij zich ook in de Tour op dagsucces richten. Maar onderschat Gesink niet als wegbereider voor een nieuwe lichting, stelde oud-bondscoach Aart Vierhouten al in 2011. „Talent plus hard werken, Robert laat andere renners zien dat daarmee veel mogelijk is.”

Dumoulin is niet alleen

Anno 2017 rijden er in het peloton zoveel goede Nederlandse klassementsrenners, dat bij de start van de Giro niemand praat over de wegens een knieblessure afwezige Wout Poels. Vorig jaar winnaar van Luik-Bastenaken-Luik en ijzersterk als adjudant van eindwinnaar Chris Froome in de Tour, vol ambitie om eens voor eigen kans te rijden in Giro of Vuelta. Gesink richt zich op de Tour, Wilco Kelderman viel in blakende vorm uit na een val in rit 9. Bleven nog altijd drie Nederlanders vooraan. Steven Kruijswijk, vorig jaar bijna-winnaar in de Giro en nu ziek uitgevallen na rit 19. Bauke Mollema, vorig jaar bijna op het Tourpodium en nu zevende. En Tom Dumoulin, die in 2015 pas op de voorlaatste dag de eindzege verspeelde in de Vuelta. Dan komt die Nederlandse eindzege niet langer uit de lucht vallen.