VS erkennen schuld bloedbad in Mosul

Luchtaanval Irak

Een Amerikaanse luchtactie in maart pakte desastreus uit. Onder president Trump blijken er meer doden onder burgers te vallen dan eerst.

Het Pentagon heeft toegegeven dat een Amerikaanse luchtaanval op 17 maart wel degelijk aan tientallen burgers het leven heeft gekost in de Iraakse stad Mosul. Volgens een donderdag vrijgegeven rapport kwamen 101 mensen om het leven in het gebouw dat het doelwit was van het bombardement, en nog eens vier in een belendend gebouw.

Onmiddellijk na de luchtaanval deden verschillende versies de ronde. Iraakse militairen zeiden eerst dat het een Amerikaanse luchtaanval was, vervolgens dat een bomvrachtwagen van Islamitische Staat (IS) de schuldige was.

Volgens het rapport heeft een Amerikaans vliegtuig wel degelijk een bom gedropt op het gebouw om twee sluipschutters van IS op het dak uit te schakelen. Die bom was niet krachtig genoeg om het gebouw te doen instorten. Maar IS had explosieven geplaatst op de tweede verdieping die door de bominslag tot ontploffen werden gebracht.

Uit het onderzoek blijkt ook dat de coalitie over gebrekkige informatie beschikte toen zij tot de aanval overging: de Amerikanen noch het Iraakse leger wisten dat honderden burgers hun toevlucht hadden gezocht tot het gebouw.

Meer slachtoffers onder Trump

De luchtaanval van 17 maart was het eerste ernstige incident sinds de verkiezing van Donald Trump. Volgens de organisatie Airwars, die onderzoek verricht naar de effecten van de luchtaanvallen tegen IS in Syrië en Irak, is er een ‘duidelijke trend’ van hogere aantallen burgerslachtoffers sinds Trumps aantreden.

Airwars kwam vrijdag met een eigen rapport waaruit blijkt dat niet alleen de VS maar ook de overige bondgenoten in de anti-IS-coalitie burgerslachtoffers hebben gemaakt. Landen als Groot-Brittannië en Frankrijk hebben dat tot nu toe altijd ontkend.

„Er was ons een zin opgevallen in het laatste rapport van Centcom”, [U.S. Central Command] zegt Eline Westra van Airwars in Amsterdam. „Er stond: ‘Bijkomend is vastgesteld dat 80 burgerdoden die toe te schrijven zijn aan luchtaanvallen door de Coalitie van augustus 2014 tot heden niet eerder zijn bekendgemaakt.’ Wij vonden dat opmerkelijk en dus zijn we gaan doorvragen.”

Drie Amerikaanse functionarissen hebben vervolgens toegegeven dat de tachtig doden niet door Amerikaanse luchtaanvallen waren gevallen maar door die van andere bondgenoten. Westra: „Dat was een onthulling want tot nu toe heeft de Coalitie geen informatie vrijgegeven over andere dan Amerikaanse bondgenoten.”

Wie van de bondgenoten verantwoordelijk is voor de 80 doden is onbekend. Airwars heeft een rondvraag gedaan bij alle 12 leden van de coalitie. De antwoorden varieerden van formele ontkenning tot dubbelzinnigheid of geen antwoord. Nederland valt in de laatste categorie: negen verzoeken van Airwars bleven onbeantwoord.

Nederland voert momenteel geen luchtaanvallen uit in Syrië en Irak maar verleent wel logistieke steun aan de Belgische luchtmacht. Ook lopen er sinds 2014 twee onderzoeken naar mogelijke burgerdoden door eerdere Nederlandse luchtaanvallen.

Geruchten over rol van België

In België heeft de minister van Defensie het parlement achter gesloten deuren geïnformeerd naar aanleiding van mediaberichten over Belgische betrokkenheid bij de luchtaanval in Mosul op 17 maart. Meerderheid en oppositie zeiden achteraf tevreden te zijn over de verstrekte inlichtingen.

Westra: „Het probleem is dat veel landen niet transparant zijn, en dat de Coalitie geen inlichtingen geeft over individuele landen. Dat creëert een vicieuze cirkel die ervoor zorgt dat niemand verantwoordelijkheid aflegt voor de burgerdoden.”

Airwars schat dat bij de luchtaanvallen in de strijd tegen IS meer dan drieduizend burgers om het leven zijn gekomen. De Coalitie geeft toe dat wellicht 352 burgers onopzettelijk zijn gedood sinds het begin van anti-IS-operatie Inherent Resolve.