Taalunie

Ook het Nedersaksisch wordt genegeerd

Onlangs verscheen de rapportage van een recent Taalunie-onderzoek naar de staat van het Nederlands, over de taalkeuzes van Nederlanders en Vlamingen in het dagelijks leven – in te zien op de website van het Meertens Instituut.

Het staat er goed voor, het Nederlands hoort met 24 miljoen sprekers ‘bij de 40 grootste talen ter wereld’ – zij het als veertigste.

Leuk om te weten. Maar er ontstond irritatie over het doodzwijgen van het Limburgs in het rapport. Respondenten zijn tot het Nederlands gerekend als zij ‘dialect’ spreken. Tot het laatste rekent de Taalunie kennelijk ook het Limburgs en noemt die taal niet, zeker niet als officieel erkende taal. Dat is in lijn met oude reflexen – de Taalunie wilde eerder al het Limburgs niet erkend zien.

Ook in het noorden en oosten van Nederland is er ongenoegen, want de Taalunie heeft het evenmin over het Nedersaksisch. Maar wij doen dat wel en willen net als de Limburgers ook onze taal expliciet in het onderzoek betrokken zien. Wij steunen de Limburgers in hun protest.

Inmiddels kwam de Taalunie met sussende woorden: men wil praten met een selectie van verontruste personen die voor het Limburgs in de bres gesprongen zijn. Citaat: „De Taalunie vindt aandacht voor taalvariatie binnen Nederland en Vlaanderen van groot belang en wil deskundigen daar uiteraard bij betrekken.”

Dat belooft wat, zou je denken, maar dit is het punt natuurlijk niet. De Taalunie heeft iets recht te zetten. Ze moet het Nedersaksisch en Limburgs expliciet betrekken in het onderzoek.

Het Europees Handvest van de Raad van Europa erkent immers het Limburgs en het Nedersaksisch als regionale talen en de Nederlandse overheid heeft dat handvest geratificeerd.


voorzitter resp. secretaris van SONT (Streektaalorganisaties Nedersaksisch Taalgebied)
hoogleraar Friese Taal en Cultuur/Hoofd van het Bureau Groninger Taal en Cultuur
voorzitter Europeesk Buro foar Lytse Talen

Gezond leven

Het verkeerde voorbeeld

Aansluitend bij het artikel De stad is een lopend buffet van zout, vet en suiker (19/5) van Walt van der Linde verbaas ik me telkens weer over ziekenhuisrestaurants. Daar op die plek waar mensen beter gemaakt moeten worden als ze bijvoorbeeld door een slecht voedingspatroon ziek zijn geworden, kun je broodjes kroket, saucijzenbroodjes en chocoladebollen kopen. Natuurlijk zijn deze restauraties geoutsourced, maar dan nog. Ziekenhuizen zijn de instanties bij uitstek om het goede voorbeeld te geven. Zij behoren heldere en vooral gezonde voorwaarden te stellen.

PS. Wonend in het centrum van de stad herken ik het geschetste beeld. Je maakt het de mens niet makkelijk in het huidige fastfoodklimaat.