Column

Stoelpotenrammer

Column Youp van ‘t Hek

Afgelopen woensdag was het door Ajax zo druk in Amsterdam dat de politie een zogenaamd NL-Alert uitzond. De boodschap was simpel: niet naar Amsterdam komen. Of mensen zich eraan gehouden hebben weet ik niet. Maar inmiddels gaan er in de hoofdstad stemmen op om de politie te vragen voortaan elke dag zo’n alert uit te zenden. Niet meer naar Amsterdam komen. Vooral de grachtengordelbewoners worden gek van de toeristische rolkoffertjesparade en de buitenlandse fietskneuzen die iedereen van zijn sokken rijden. Ik woon niet meer in dat deel van de stad dus ik heb nergens last van. Ik vind het vooral topamusement. Ik zet me graag op een terras in het centrum en kijk dan met veel plezier mijn ogen uit mijn bril. Te veel en te vol is de enige conclusie die je na twee minuten kunt trekken.

Donderdag moest ik, of ik wilde of niet, naar een meisjesgesprek aan het tafeltje naast me luisteren. De dames, beiden hooguit 20, spraken hard, schel en Twents. Alsof ze allebei stokdoof waren. Hun gesprek ging over het verdriet van Manchester en ze waren het roerend met elkaar eens dat iedereen veel te jong was. De vraag was of die jonge mensen deze klap ooit te boven zouden komen. Zij dachten van niet. Pas na een minuut of drie begreep ik dat het niet over de aanslag ging, maar over Ajax. Op het zelfde moment las ik op mijn telefoon dat Manchester United een half miljoen aan de slachtoffers had gegeven. Dat is een uurtje loon van Pogba.

Ik vroeg aan de dames of ze een adresje wisten waar ik mijn tattoo kon laten verwijderen. Mijn tattoo met het Ajax-logo, de UEFA-beker, de datum 24 mei 2017 en de stad Stockholm. De dames vroegen waarom ik die had laten zetten. Bijgeloof. Op die manier dwing je het succes als supporter af. Had ik van Feyenoord-supporters geleerd.

Over Rotterdammers gesproken. Heeft u gelezen over die geradicaliseerde hockey-ouder die in het clubhuis van het Rotterdamse Leonidas een scheidsrechter met een stoel in elkaar heeft getrimd? Waarom? Omdat zijn dochter had verloren! Dan lijkt het mij terecht. Die scheids was natuurlijk een irritante thuisfluiter en door hem won Leonidas van stadgenoot Rotterdam. Vroeger zei je dan na de wedstrijd tegen zo’n scheids: „Hé blinde, was je je hond vergeten?” Maar dat is zo 2012. Tegenwoordig gaat meteen de beuk erin. Wie niet fluiten kan, moet maar voelen.

Een verloren hockeywedstrijd. Onderschat het niet. Als je als kind je oma verliest, is dat erg. En een van je ouders of je broertje of zusje verliezen is nog veel erger. Maar het verliezen van een potje hockey is ronduit ondraaglijk. Helemaal als het een derby is. Dan gaat het toch om de dorpseer.

De in elkaar geramde scheids weet niet hoeveel tijd die vader in dat team heeft gestoken. Jarenlang bracht de man zijn dochter vijf keer per week naar een tochtig sportcomplex om te trainen. Als baby kreeg ze al een schepje creatine in haar fles. Voor een gezonde spiermassa. De laatste jaren heeft hij de meiden als een heuse Van Gaal dagelijks toegesproken. Focus, focus en nog eens focus. Het trainerstoverwoord van deze eeuw. Het meisje moet de nieuwe Naomi van As worden. Een verse Ellen Hoog mag ook. Of een combinatie van deze twee wendbare hockeykanonnen. Het hele gezin leeft al jaren in het teken van dit talent. Tokio 2020. Daar wordt op gegokt. Olympisch goud. En dan met het spiksplinternieuwe regeringsvliegtuig naar huis. Met koning Willy aan de knuppel. Dus niet met die sneue losers-vlucht van Maupie Hendriks. Nee, goud! Dat zou het leven van deze papa redden. En als zo’n scheids dan zo belabberd fluit dat je oogappeltje met 2-1 verliest, dan gooi je de beuk erin.

Wat is er gebeurd dat het zelfs in de hockeyclubhuizen niet meer veilig is? Omdat er veel corpsballen rondlopen? Las vorige week in deze krant een stuk over deze rijkeluishooligans. De ouders van de Groningse Vindicatleden bellen iedere ochtend even met hun kind om te controleren of het nog leeft. Of niemand hem of haar op de sociëteit een hersenoedeem getrapt heeft.

Beetje weemoedig staar ik voor me uit. En kom maar tot één radeloze conclusie: het wordt tijd voor een oorlog. Een hele smerige oorlog.