Spel van gestaalde duikboten

Kanopolo

Foto Bastiaan Heus

t het leuker is als je de bal niet meer met je handen mag raken (voetbal), als je ook in de bergen gaat fietsen (wielrennen) of als er iemand meedoet die Roger Federer heet (tennis). Dan is een sport af. Het mooie van jonge sporten is dat je ze onder je handen kunt zien groeien. Zo zal er weleens bedacht zijn dat het mooi was om polo naar het water te verplaatsen. Schitterende hengsten die door schofthoog water springen, vijf tegen vijf in een reeks van druppelfonteinen.

Mooi, maar misschien toch wat onhandig – en minder prettig voor de dieren. In kano’s dan maar? Zo ontstond kanopolo, waarbij de bal met rake klappen in het doel werd gemept. Ook dit had zijn nadelen: er landde nogal eens een peddel op het hoofd van een tegenstander. Of van een medespeler. Hoe dan ook, er moest iets gebeuren.

Toen dacht iemand out of the box, of preciezer, out of the pool. Wat als we de doelen eens omhoog takelen? Slaan werd vervolgens gooien en de doelen werden wat kleiner gemaakt. Het resultaat is de sport waar de Nederlandse topper Roy Dekkers van Odysseus een groot deel van zijn tijd aan besteedt: hij traint al snel tegen de vijftien uur per week. Dit weekeinde treedt hij met het Nederlands team aan in Frankrijk. Al die arbeid levert mannen en vrouwen op die als gestaalde onderzeeboten door het water schieten in een woest mengsel van sporten dat afwisselend doet denken aan handbal, rolstoelbasketbal, rugby, waterpolo en ijshockey. Geweldig. De paarden kunnen rustig op stal blijven. Kanopolo is af – klaar om de wereld te veroveren.