Column

Scheefgroei en wantrouwen

Hoe bestaat het dat mensen geloven dat vaccineren autisme veroorzaakt terwijl dat al honderden malen is weerlegd?

Hoe bestaat het dat mensen geloven dat vaccineren autisme veroorzaakt terwijl dat al honderden malen is weerlegd? Donderdagochtend Radio 1. Wetenschapsjournalist Diederik Jekel zit met zijn handen in het haar. Waarom geloven we wetenschappers niet als het gaat over klimaatverandering? Waarom is iedereen bang voor E-nummers of voor genetische gemodificeerde gewassen, terwijl telkens weer is aangetoond dat die veilig zijn?

Overal waar ik kom praten over mijn boek, Ode aan de E-nummers, eindigt het gesprek met diezelfde vraag. Hoe krijgen we weer vertrouwen in de wetenschap? Het is een moeilijke vraag. Ik weet niet of ik de wetenschap zelf wel vertrouw namelijk. Bij een poging om de resultaten van een aantal invloedrijke psychologiestudies te herhalen bleek meer dan de helft door de mand te vallen. Éénderde van de grote prestigieuze kankerstudies kan niet gereproduceerd worden. De wetenschappelijke methode is de beste manier om vragen te beantwoorden. Maar de inrichting daarvan rammelt aan alle kanten. Het is eigenlijk een wonder dat het vertrouwen in de wetenschap nog zo hoog is: 73 procent volgens de laatste peiling. We hebben meer vertrouwen in wetenschap dan in onze regering, of in de Tweede Kamer, of in de journalistiek, of in de rechtspraak. Volgens mij gaat het naar omstandigheden uitstekend.

Ik denk dat de diagnose een vergissing is. De onderwerpen waar we de wetenschap wantrouwen, gaan eigenlijk niet over wetenschap maar het gaat over voedsel, of farma, of landbouw, of energie. Het is niet de wetenschap die we wantrouwen, maar de industrie. We wantrouwen de autoriteiten die de praktijken van die industrie moeten goedkeuren en we wantrouwen de overheden die hen regels moet voorschrijven. En waarom? Daar is wat mij betreft maar één antwoord op: macht. De kloof in de machtsverhoudingen tussen het bedrijfsleven en de burger wordt te groot.

Kijk maar: aan de ene kant heb je de arme weerloze mensen die anno 2017 werkelijk helemaal niets meer zelf kunnen. Kijk naar de half verlepte moestuintjes op je balkonnetje en je beseft dat je niet eens in staat bent één dag aan eten voor jezelf te telen. Je moet gevoed worden. Je kunt je zelf niet verdedigen, je kunt geen kleding maken, je kunt je privacy niet bewaken, de meeste van ons arriveren niet eens op ons werk zonder hulp van een miljardenindustrie. Vroeger kon je bij een buurman terecht als je auto kapot ging. Nu kan zelfs de garage niets voor je doen en moet je wachten op één of andere onbegrijpelijke software-update van een bedrijf aan de andere kant van de wereld. Kijk naar je televisie, je telefoon, je laptop, je e-mail. We hebben geen benul hoe ze in elkaar zitten.

We zijn volledig weerloos. Zonder internet zijn we kreupel, zonder elektriciteit verlamd. Mijn bezit is een virtueel getalletje op een scherm, de waarde ervan wordt bepaald door de maniakale geldscheppers van de Europese Centrale Bank. Het is ironisch: we zijn individualistischer dan ooit – niets is belangrijker dan jouw hyperpersoonlijke keuze waar te wonen, hoe te eten, hoe lief te hebben, hoe te sterven – maar tegelijkertijd stelt dat moderne individu helemaal niets meer voor. Hij leidt een leven in volstrekte afhankelijkheid. Het enige wat hij zelf kan is een beetje consumeren.

Aan de andere kant heb je de structuren waar we met zijn allen zo zwaar op leunen: de industrie, de instanties, de autoriteiten. Elk onderdeel is onderhevig aan schaalvergroting. De dreigende overnames van Unilever en AkzoNobel zijn twee in het oog springende voorbeelden, maar op elk ander niveau, de toeleveranciers van die bedrijven en hun klanten, vind je diezelfde overnamestrijd. Vroeger had je BigPharma, nu kun je dat woordje op elke sector plakken. Chemie, voedsel, biotech, energie, transport, bouw, data. Die laatste industrie is zelfs nooit kleinschalig geweest: Google, Amazon, Facebook werden als giganten geboren.

Ik wil Diederik Jekel en al die anderen die zich zorgen maken over wetenschap gerust stellen. Ik denk dat we juist dolblij mogen zijn met het misschien wel onterecht grote vertrouwen van het publiek in wetenschap. Pas als wetenschappers hun vingers branden aan vragen waar toevallig ook miljardenbelangen mee gemoeid zijn, komen ze knel te zitten in de uit het lood geslagen machtsverhoudingen tussen industrie en consument. Die scheefgroei is in mijn ogen de belangrijkste drijfkracht achter wantrouwen. En het einde daarvan is nog lang niet in zicht.

Rosanne Hertzberger is microbioloog