Column

Mini-Ariana

Lief nichtje,

Toen je twee weken geleden in Amsterdam was voor het concert van je idool Ariana Grande, hebben we elkaar niet gezien. Ik dacht: dat komt de volgende keer wel.

Wat heb ik je vaak zien veranderen. Allereerst van baby met schattige maar generieke babykenmerken zoals kleine teentjes tot wijsneuzerige peuter. En toen ik, weer iets later, eens mijn onbegrip over je kleuterfascinatie voor prinsessen liet blijken, zei je me dat het niet erg was dat ik je niet begreep. Ik was met stomheid geslagen. Kon het zijn dat je een reïncarnatie van Boeddha was? (Dat vraag ik me overigens vaker af bij kleine kinderen.) De laatste grootste verandering die je hebt ondergaan was die tot mini-Ariana Grande. Stijlvol lang haar, soms een paardenstaart, een guitige twinkeling in de ogen.

Goed, eerst wist ik niet dat je Ariana Grande nabootste, ik was in de Enzo Knol-fase blijven steken. Maar voor je laatste verjaardag, je negende alweer, vroeg je me om iets van Ariana. Ik ging op zoek. Uiteindelijk koos ik voor de meest kuise poster van La Grande, waar ze zowaar echte kleren aanhad. Het cadeau viel in de smaak; je riep wel drie keer ‘Oh my God’. Je verzameling Grande-parafernalia is sindsdien alleen maar gegroeid. Onlangs maakten we samen de inventaris op: ‘2 T-shirts, 1 trui, 2 petten, alle cd’s, allemaal van die haarbandjes, een soort van box met allemaal vip-dingen erin, lipstick, parfums, een neppe documentaire en twee tassen’. Je bleek een moderne jager-verzamelaar en ik was trots op je.

En toen deed zich onlangs de kans voor om Ari, zoals je haar liefkozend was gaan noemen, in het echt te zien, in Amsterdam. Je moeder ging met je mee, ik bleef thuis. ’s Nachts taxiede mijn vader jullie terug naar je geboortestad. Je hoofd gloeide na van wat je had gezien. Ari was in topvorm geweest. Als trouwe fan had je je Grande-konijnenoortjes op.

Soortgelijke oortjes zag ik deze week terug op de foto’s van de nasleep van de aanslag. Kinderen en ouders, in antishockfolie gewikkeld, een verdwaasde blik in de ogen, en die aangrijpende oortjes op hun hoofd, verkreukeld geraakt in het gewoel. Ik vind geluidsfragmenten van een doffe knal, gevolgd door het gegil van duizenden kinderen, ik vind bewegende beelden van panikerende mensen die zich naar uitgangen dringen, die over dranghekken klimmen, die anderen wegduwen. En steeds denk ik: het had net zo goed in Amsterdam kunnen gebeuren. Mogelijkerwijs zouden jij en ik elkaar dan nooit meer hebben gezien of gesproken. Geen nieuwe wijsheden meer, nooit meer cadeautjes.

Ik had je graag dezelfde luwte gegund als die waarin ik ben opgegroeid. Het ergste wat er bij een Spice Girls-concert kon gebeuren was dat ze ‘Wannabe’ niet zongen. Wijs nichtje van me, denk je dat onschuld terug te winnen is?

Ik had mijn best moeten doen je vorige week te zien. Dat spijt me. Er is niet altijd een volgende keer, en als hij komt, is hij niet vanzelfsprekend. Volgend jaar kun je voor je verjaardag twee concertkaartjes tegemoetzien. Als we gaan, dan samen.

Liefs,