Recensie

London Calling: onbekend talent zorgt voor frisse storm lawaai

Pop

De formule van het London Calling-festival, in Paradiso, Amsterdam, werkt nog steeds. Bands uit Amerika en Engeland bieden alarmkracht en jaren zeventig-pastiches.

Miya Folick

Het London Calling-festival, in Paradiso, Amsterdam, dat later dit jaar het 25-jarig jubileum viert, liet vrijdagavond zien dat de formule nog niet is uitgewerkt. Het publiek stroomt nog altijd toe, en de combinatie van totaal onbekend talent met iets bekendere namen, blijft prikkelen. Of het nu de in verpleegstersjurk geklede Miya Folick is, met haar mengsel van rock en pathos, of de jonge Britse band Palace, dat in de huid van bedaagde Amerikaanse country-rockers kruipt, en daar een mooi glazig gitaargeluid aan toevoegt - het programma biedt uitersten.

In de warme bovenzaal stuurde Mannequin Pussy, uit Philadelphia, een frisse storm lawaai door de ruimte. In gedisciplineerde erupties stootten de bandleden begeleid door loeiende gitaren hun geschreeuw uit, waarbij de spontane zangeres haar mond zo wijd mogelijk opensperde en tegelijk ingewikkelde yogaposities aannam. De provocatie in de groepsnaam en de woeste muziek, kreeg een nuancering door haar aantrekkelijke spontaniteit en het afgemeten spel.

Mannequin Pussy, Foto Scott Troyan

Zangeres Miya Folick en band, afkomstig uit Los Angeles, klonken bij vlagen indrukwekkend, dankzij Folicks stem die plotseling schakelde van laag en bedeesd naar hoog, schel en keihard. En al waren niet alle nummers even sterk, die alarmkracht, gecombineerd met haar sierlijke armbewegingen, was ongewoon en aantrekkelijk.

I Wanna Be Your Dog

Bij de Amerikaanse rockzanger Ron Gallo bleef de live-uitvoering achter bij zijn album Heavy Meta, met daarop een uitbundige jaren zeventig-pastiche. De tengere Gallo, met strak gecoiffeerd krullenkapsel dat bij elke sprong op zijn plaats bleef, en zijn twee muzikanten speelden met meppende kracht en kronkelende bromloopjes, maar klonken minder scherp. En de gitaarriff van I Wanna Be Your Dog (van The Stooges), schemerde iets te opzichtig door een van de nummers.

Dat Gallo aan het eind een knerpende solo speelde, waarbij een kleine reiskoffer als bottleneck diende, was dan weer wel heel eigenzinnig.