En dan komt het aan op de laatste etappe, de tijdrit

Zondag wacht de tijdrit. Een man-tegen-mangevecht in de straten van Milaan. De sterkste wielrenner zal zegevieren, niet degene met de beste ploeg.

Tom Dumoulin na de finish tijdens de twintigste etappe van de Ronde van Italie tussen Perdenone en Asiago. Foto Bas Czerwinski / ANP

Met die laatste tijdrit wil hij nog helemaal niet bezig zijn. Dat is voor later. Speculeren jullie journalisten er maar lustig op los, zegt Tom Dumoulin met een glimlach om zijn mond. Dan ga ik vannacht hopelijk lekker slapen. En dan zien we het allemaal morgen wel.

De voorlaatste horde is genomen, op weg naar wielerhistorie. In de laatste bergetappe heeft hij de schade weten te beperken. Besef je wel dat je de Giro kunt winnen, vraagt een verslaggever. Geen blik op de toekomst, alles in het hier en nu. Hij waagt zich er niet aan. Er wachten nog dertig kilometer, alleen op een fiets in gevecht met de tijd. De druk zal immens zijn.

Nu nog ligt de opluchting als een deken over hem heen, aan de streep in Asiago, einde etappe twintig. 53 seconden achter op Nairo Quintana, wat zijn nu 53 seconden? Minuutje. Daarvoor hoefde hij niet eens echt uit zijn slof te schieten, zei hij een paar dagen geleden nog tegen het Algemeen Dagblad. Een matige tijdrit zou al genoeg moeten zijn. Hier had hij vooraf toch voor getekend.

Vijftien tellen, schootsafstand

Hij bedankt Bauke Mollema, Bob Jungels en Adam Yates voor de bewezen diensten in de slotklim van zaterdag. Het drietal is daar onsterfelijk voor hem geworden, zegt hij. Dat is nog eens ruiterlijk. Dit keer sloot hij wel een verbond in de achtervolging op zijn belagers. Daardoor liep de schade maar vijftien tellen op. Schootsafstand heet dat, in het verhaal van een jager en zijn prooien – drie stuks moeten er zondag de nek worden omgedraaid. Een Colombiaan, een Siciliaan en een Fransman.

Maar wat moet hij er diep voor gaan. De genoemde concurrenten plus nog een Rus proberen welhaast wanhopig van hem af te komen. Op de Monte Grappa lukt het bijna, maar aan het vinkentouw komt hij weer terug, de meester in het rijden van een strak tempo, als in een tijdrit. “Dan breek ik eigenlijk nooit.”

Fysiek en mentaal is Tom Dumoulin een uitzonderlijke wielrenner. Een koel hoofd, een grote motor, maar die darmen

Een man-tegen-mangevecht

Daarna daalt een spervuur van aanvallen over hem heen, onderweg naar de top van de Foza, vlak voor de finish. Quintana en Nibali, Pinot en Zakarin, Pozzovivo er nog bij. Ze sluiten gelegenheidsallianties van zeer korte duur, gebruiken elkaar om een gat te slaan, maar dan? Ze moeten ook nog van elkaar af, er kan er maar één de beste zijn. Een welhaast schizofreen schouwspel. Topsport in optima forma.

Zondag zal het anders zijn. Een man-tegen-mangevecht in de straten van Milaan. Van tactiek is niet langer sprake. De sterkste wielrenner zal zegevieren, niet degene met de beste ploeg. Een eerlijke apotheose van een wonderlijke Giro.

Elf dagen geleden ging het zo, in de tijdrit naar Montefalco: Dumoulin won en pakte 2:07 minuten op Nibali, 2:19 op Zakarin, 2:42 op Pinot en 2:53 op Quintana. Toen was de tijdrit veertig kilometer, zondag tien minder. Het parcours is vlak, loopt zelfs iets af. Op het lijf van de Limburger geschreven. “Maar dat niveau ga ik zeker niet weer halen”, voorspelt hij. Hij heeft het over “het scherpe randje” dat nu ontbreekt. Maar dat zal toch bij iedereen zo zijn. Hij hoopt goede benen te hebben, hij hoopt rustig te blijven. En dan zien we het allemaal wel.