Column

Een generatie politici die de kunst van het pijn lijden verleerd heeft

Deze week: een formatie met een groot gebrek aan politieke grootsheid.

Ofwel: waarom een replay van de ‘kwartfinale tegen het verkeerde populisme’ gevaarlijk dichtbij is.

Een bekend nieuw gezicht op het Binnenhof, Thierry Baudet, mag graag betogen dat het bestuur in handen is van een partijkartel.

Een besloten systeem van politici die nieuwkomers buitensluiten met een onderlinge verdeling van baantjes en beleidskeuzes.

Het klinkt aantrekkelijk en bij momenten aannemelijk. Maar wie de laatste weken de kabinetsformatie volgde, kon moeilijk volhouden dat hier sprake was van veel onderling afgestemde gedragingen.

Je zag van alles bij die onderhandelaars – maar toch vooral onvermogen om iets met anderen tot stand te brengen.

Als dit een kartel is, kun je ook beweren dat het Leger des Heils een mantelorganisatie van de Hells Angels is.

Grappig genoeg hanteerden politieke routiniers tot voor kort een eigen codetaal voor de formatie. Het was de taal van het procesmanagement – ‘formeren is faseren’, ‘formeren is elimineren’. Alsof je met geduld en rationaliteit een vooraf beoogde uitkomst kunt bereiken.

En ik weet niet wat u ziet, maar voorlopig zie ik geen enkele uitkomst.

Ook zie ik, misschien door die referenties aan het procesmanagement, amper politici die hebben verinnerlijkt dat formeren toch vooral neerkomt op pijn lijden.

Want vergeet het faseren, vergeet het elimineren: effectief formeren is inleveren (van je programma) en incasseren (van kritiek daarop).

Het verontrustende is alleen dat je in niet één partij de overtuiging aantreft dat ze stappen in het eigen nadeel moeten zetten. De formatie staat stil omdat alle partijen stilstaan: veel grote woorden, helaas geen grootsheid.

Zoals de campagne al werd gekenmerkt door catenaccio, zo zien we dat nu in de formatie: willen winnen door niet te verliezen. Regeringsvorming op basis van Mourinho-voetbal: wachten op fouten van de tegenstander.

Helemaal onbegrijpelijk is het niet. Sinds het kabinet-Den Uyl (1973-1977) kende het land geen kabinet van meer dan drie partijen. Maar omdat de grote partijen kleiner werden, en de kleine groter, moet een meerderheidscoalitie nu uit minimaal vier partijen bestaan.

Een noviteit voor een hele generatie politici. Hun referentiekader is dat onderhandelingen met meer dan drie partijen zeldzaam zijn en mislukken – zie Paars-plus, 2010.

Dus het soort incasseringsvermogen dat deze keer vereist is, is nog nooit van hen of hun voorgangers gevraagd.

Dan is er de ontbrekende rol van het staatshoofd. Die is in 2012 met de beste bedoelingen geschrapt, zodat de Kamer zelf de informateur aanwijst, en zelf de opdracht formuleert.

Maar nu we hiermee voor de tweede keer ervaring opdoen, dringt één zwakte zich op: als de Kamer zelf verkenners en informateurs aanwijst, kiezen partijleiders voor politici uit de eigen nabijheid.

Kamp (2012) en Schippers (2017) waren hooggewaardeerde ministers uit Ruttes kabinetten; Wouter Bos (2012) was Samsoms politieke mentor.

Zulke informateurs zullen tijdens onderhandelingen doorgaans hun partijleider volgen. Terwijl informateurs die het staatshoofd benoemde – mensen als Hoekstra (CDA), Tjeenk Willink (PvdA), Korthals Altes (VVD) – vaker op grotere afstand van hun partijleiders stonden, en dus gemakkelijker een bemiddelende rol vervulden. Een catenaccio bevorderende systeemfout.

Daarbij kun je vragen hebben bij de rol van Edith Schippers deze week. Insiders wisten vorige week al dat zij, na de mislukking met GroenLinks, verlangde naar een aftocht. Zij zou alleen op haar post zijn gebleven op nadrukkelijk verzoek van Rutte.

Maar dinsdag, in het mislukte tweegesprek van Segers (CU) met Pechtold (D66) inzake Schippers’ ‘verkennende onderzoek’ naar VVD-CDA-D66-CU, voltrok zich onmiskenbaar een procesfout.

Pechtold wilde garanties van Segers inzake een reeks standpunten uit het CU-verkiezingsprogramma. Segers werd overvallen.

Betrokkenen vertelden me dat Segers en de informateur hier ook Pechtold op aanspraken, maar dat Pechtold daarop claimde dat hem vooraf de ruimte voor deze aanpak was geboden.

Zo kreeg één onderhandelaar van de informateur de kans een andere uit deze formatiepoging te praten – en dat kan nooit de bedoeling van een verkennend gesprek zijn.

Pechtold overviel er ook VVD en CDA mee. In een contact met Buma vóór Pechtolds gesprek met Segers, ’s middags, had Pechtold geen indicatie van zijn plan gegeven.

Dit nadat hij in het weekeinde al door Rutte was gebeld omdat D66-prominent Kajsa Ollongren in televisieoptredens de CU als onderhandelingspartner afwees. (Gevolg was dat een andere D66-prominent, Jan Terlouw, er in Buitenhof de rem op zette.)

Politiek-tactisch was het verzet van D66 tegen samenwerking met de CU wel te volgen: in een combinatie met VVD en CDA krijgt de partij te maken met drie oppositiepartijen op links en drie cultureel conservatievere partners in het kabinet. Een electorale zelfmoordpoging.

Maar de manier waarop Pechtold de CU eruit werkte, was nogal roekeloos: waarom, als constructieve partijen, niet begonnen aan onderhandelingen? En dan eventueel na een paar weken concluderen: dit gaat niet?

Nu werd een orthodox-christelijke partij, al tien jaar constructieve partner in allerlei akkoorden, afgepoeierd nog voordat inhoudelijke formatiegesprekken begonnen.

De schade is groot: als er nog een kabinet met VVD-CDA-D66 komt, is de CU vermoedelijk ook niet meer beschikbaar voor constructieve steun. Vijf dure zetels vanuit de oppositie naar de maan.

En dan: ik begrijp dat D66 het liberale geluid in medisch-ethische thema’s wil vertegenwoordigen, maar dat kan er, lijkt me, onmogelijk toe leiden dat je het gesprek met andersdenkenden niet eens wilt beginnen.

Er klopt iets niet als uitgerekend liberalen intolerantie met intolerantie beantwoorden.

Je hoorde de afgelopen zonnige dagen steeds meer Haagse insiders toegroeien naar een minderheidscoalitie, met wisselende gedoogpartners. Je kunt je wel voorstellen dat mensen zo gaan denken.

Alleen: het kost gezien deze formatie weinig inlevingsvermogen om te voorzien dat zo’n coalitie binnen een jaar omvalt.

Maar om nu nog een meerderheidskabinet te vormen zouden VVD en CDA enorme concessies aan GroenLinks of PvdA moeten doen om ze naar de onderhandelingstafel te lokken.

Ook voor Rutte en Buma geldt dat zij daar electoraal de ruimte niet voor hebben. Om een voorbeeld te noemen: Boukje Cuelenaere van het Tilburgse CentERdata, beheerder van het LISS-panel, bekeek op mijn verzoek hoe de VVD-kiezer van 2012 zich verhoudt tot die van 2017.

Wat blijkt? Rutte trok dit jaar minder laagopgeleide kiezers en minder kiezers met een laag inkomen dan vijf jaar terug. Zijn electoraat is nu dus minder ontvankelijk voor deals met links, terwijl de politieke constellatie om meer concessies aan links vraagt: ziedaar de politieke gevangenis waar, behalve de VVD, zo’n beetje alle partijen inzitten.

Twee maanden terug won Nederland, zei Rutte, de ‘Europese kwartfinale tegen het verkeerde populisme’. In allerlei gevestigde partijen, van GroenLinks tot en met het CDA, was er enorme tevredenheid over.

Al die partijen, niet één uitgezonderd, maar zeker D66 niet, kunnen er na deze mislukte formatiemaanden misschien mee ophouden anderen te verwijten dat zij onmogelijke verlangens hebben.

Partijleiders die nu nog denken dat zij kunnen meeformeren met alleen praatjes uit het procesmanagement, zonder inleveren en incasseren, werken eraan mee dat die kwartfinale tegen Baudet en Wilders binnenkort wordt overgespeeld.

Dan blazen zij niet alleen de formatie op, maar ook zichzelf: als generatie politiek leiders die de kunst van pijn lijden helaas volledig verleerd heeft.

In een eerdere versie stond de passage: ‘Betrokkenen vertelden me dat Segers hier ook de informateur op aansprak, maar dat Pechtold daarop claimde dat hem vooraf de ruimte voor deze aanpak was geboden.’ Dit was niet correct en is aangepast.