Dichter bij hun idolen komen ze niet

Formule 1

Voor de fans geen betere plek om dicht bij hun F1-coureurs te komen dan in de haven van Monaco. „Vorig jaar had ik 78 selfies.”

De McLaren-coureur Jenson Button, invaller voor Fernando Alonso, stelt de handtekeningenjagers in Monaco niet teleur. Foto Claude Paris/AP

Felipe Massa rijdt op een elektrische step over de gele drempels van de paddock in de haven van Monte Carlo. „Felipe! Felipe”, roept een kleine jongen met in zijn handen een notitieblok aan de andere kant van het hek. Massa reageert niet. De jongen trekt een sprintje om hem bij te houden en blijft intussen roepen. Een voorzichtige glimlach nu van de Braziliaan, maar hij stopt niet. De jongen loopt terug naar zijn plek.

De race in Monaco is speciaal in vele opzichten, geliefd en verguisd in al zijn eigenaardigheden. Nergens wordt het voor de coureurs in een racejaar uitdagender, nergens wordt het nauwer, nergens is de vangrail zo dichtbij. Nergens ademt een circuit zoveel verhalen, nergens hebben de bochten bekendere namen. En nergens komt het racegeweld van de Formule 1 zo dicht bij de gewone sterveling. Bij het verlaten van het station komt het snerpende geluid van de auto’s je tegemoet en als je geen kaartje hebt voor een van de tribunes, kun je een van de heuvels oplopen en toch wat zien. En je kunt naar de haven gaan, in de hoop een coureur tegen te komen.

De beperkte ruimte in Monaco, glamouroord vol hutjemutjehoogbouw, zorgt ervoor dat de paddock met de teamvertrekken in de vrij toegankelijke haven ligt. Nou is de paddock zelf niet toegankelijk, maar de gebieden er vlak buiten wel. Aan de ene kant een steiger, aan de andere een galerij met restaurants. Het vertrek van Red Bull ligt bovendien in een soort vagevuur, een enorm gebouw van twee verdiepingen met een terras en een zwembad, op een ponton in het water. Daar mag je als fan gewoon voor staan, alleen niet naar binnen.

Envelop met foto’s

De 24-jarige Calum uit Newcastle - zwart shirt met ‘44 Lewis Hamilton’, zwarte Hamilton-pet - had geluk, want Daniel Ricciardo kwam net uit het vertrek van Red Bull en nam geduldig de tijd voor wat foto’s en handtekeningen. „Shit shirt”, had de Australiër lachend tegen hem gezegd.

Al zeven jaar gaat hij naar Monaco voor de grand prix, het is de enige die hij bezoekt. Makkelijk en voor hem betaalbaar, want zijn moeder woont er. Hij is het type superfan en daarvoor is er geen grand prix geschikter dan die hier in Monaco. Uit zijn tas haalt hij een envelop met een stapel foto’s. Zijn vooral vorig jaar gemaakt, dat was een goed jaar geweest. 78 selfies, zegt hij. Hij begint achteraan. Kimi Raikkonen (Ferrari), zijn gezicht zo strak als alleen hij het kan krijgen. „Kostte me zes jaar, die foto”. Ricciardo, Niki Lauda, Max Verstappen - „ja, die is wel goed gelukt”. Ook een foto van Hamilton op een motor, helm op zijn hoofd, onderweg van het circuit, zijn duim omhoog. Thanks for the support, had hij eerder tegen Calum gezegd toen die - zoals altijd - zijn zwarte Hamilton-shirt droeg.

Dit jaar is de grand prix goed begonnen. Calum zegt dat hij op uitnodiging van Mercedes het vertrek in de paddock mocht bezoeken. Hij beheert op Twitter het account ‘FakeTotoWolff‘ en de échte Toto Wolff, teambaas van Mercedes, had hem vorig jaar min of meer beloofd dat hij een keer binnen mocht kijken. „Normaal kom je daar alleen binnen als je heel veel geld hebt. Het is weleens goed dat ook échte fan binnen kan komen”, zegt hij.

Woensdag had hij drie uur in de brandende zon gestaan bij het hek, tegenover datzelfde Mercedes-vertrek, wachtend op Hamilton. Met succes. „Zij stond er zelfs met een schilderij”, zegt Calum, wijzend op de 42-jarige Sabine, die uit de buurt van München komt. „Laat hem dat doek eens zien”. Ze rolt hem uit. Een afbeelding van Hamilton, mét tattoo. Hij heeft hem dus niet aangepakt. „Hij hoeft die echt niet mee naar huis te nemen, joh. Hij krijgt al zóveel dingen van fans, daar heeft-ie helemaal geen ruimte voor.” Wat erkenning is al goed.

Doorverkopen

Niet iedereen die uren op de steiger wacht, is volgens hen een echte fan. Calum wijst naar een groepje oudere mannen. „De Duitsers”, noemt hij ze. „Professionele handtekeningenjagers”, zegt Sabine. „Ze pakken de kans af van de echte fans om dichtbij te komen. Ze zijn ook roekeloos, duwen anderen gerust weg.” Calum: „Die nemen gerust een stapel van veertig foto’s mee om te laten signeren. En dan verkopen ze alles door. Het gaat ze om het geld. Ik doe het puur voor mijn eigen collectie.”

Ze merken dat het lastiger is geworden dichtbij te komen. „Steeds meer wordt afgesloten vanwege de veiligheid”, zegt Sabine. Calum begrijpt het, maar het wringt volgens hem met de wens van de Formule 1 om de sport dichter bij de fans te brengen. „Ik heb vertrouwen dat het beter wordt nu Bernie Ecclestone weg is als baas en Chase Carey is gekomen. Ook met Ross Brawn [oud-teambaas, nu sportief directeur] zal het beter worden voor fans.” Dan opeens ziet hij Brawn lopen. „Even een foto maken.”