Column

De overheid is terug, maar hoe dan?

Dit is een tijd van verschuivende inzichten. En dat is niet gek. Er is nogal wat gebeurd. De crisis spoelde als een vloedgolf over de westerse economieën en nu die golf zich terugtrekt zien we dat de economie misschien wel voorgoed veranderd is. Hoe precies weten we nog niet: we zien er pas de eerste contouren van.

Verschuivende inzichten zorgen voor verrassende gewaarwordingen. Een mooi voorbeeld was de bijtende verdediging door The Economist van een opmerking van de Britse linkse politicus Jeremy Corbyn. Het liberale Britse weekblad (sommigen zouden zeggen: neoliberale) is geen natuurlijke bondgenoot van Labour-leider Corbyn. Corbyn had Karl Marx een grote econoom genoemd, een prominente collega uit zijn partij had gezegd dat er veel te leren viel van Marx’ boek Das Kapital. Reden voor critici om hen als gekkies weg te zetten.

Voor de duidelijkheid: The Economist ziet weinig heil in veel van Labours plannen met het Verenigd Koninkrijk en op de ideeën van Marx valt ook van alles aan te merken (zijn oplossingen zijn erger dan de kwaal, aldus het blad). Maar toch had Labour volkomen gelijk volgens The Economist: politici van vandaag kunnen veel leren van Karl Marx. Sterker, Marx wordt met de dag relevanter.

Waarom? Kijk naar het Britse bedrijfsleven en je ziet veel van wat Marx bekritiseerde: een kapitalistische klasse die geen welvaart creëert maar profiteert van het werk van anderen. In 1980 verdienden de bazen van de 100 grootste beursgenoteerde bedrijven 25 keer meer dan een gewone werknemer, in 2016 was dat 130 keer. Andere klachten van Marx kan je ook ontwaren, aldus het blad: concentratie in het bedrijfsleven, een verzwakking van de positie van werknemers, superwinsten voor de rijken. Daar kan de overheid wat aan doen, aldus The Economist: voorkom monopolies, beteugel topbeloningen door aandeelhouders meer macht te geven, en doe iets aan de trend naar lossere dienstverbanden voor werknemers. Dit betoog is illustratief voor een breed nieuw inzicht: de overheid is terug in het Westen. Of het nou om Theresa May gaat, of Donald Trump, om VVD’er Henk Kamp of GroenLinkser Jesse Klaver: allemaal omarmen ze een grotere rol van de overheid in de economie.

De grote vraag voor de komende jaren is nu hóe die overheid terug is. Daarover gaat het politieke gevecht. En dat is een belangrijk gevecht. Want het kan zeer verschillende kanten op: de overheid kan weer veel meer zelf gaan doen en minder aan de markt overlaten (nationaliseren, een groter vangnet). De overheid kan zeer gericht proberen werknemers meer macht en bescherming te geven om de gevolgen van de globalisering en technologische veranderingen (denk aan Uber) te verzachten.

De overheid kan naast het eigen bedrijfsleven gaan staan en dat beschermen: dit is mijn nationale kampioen en die gaat jouw nationale kampioen knock-out slaan. De overheid kan kiezen voor het paaien van bedrijven: kom hier bedrijf, dan krijg je lage belastingen en weinig gezeur aan je hoofd!

In een tijd waarin de samenwerking tussen westerse landen onder druk staat door de Brexit en Trump is de kans op zo’n concurrentieslag tussen landen groot. Die route – mijn land én mijn bedrijven eerst – zou juist de problemen kunnen verergeren waarop Marx en The Economist wijzen. Het is naar mijn idee ook de makkelijkste route en daarom extra verleidelijk. Wie het kapitalisme wil verbeteren, vindt namelijk geen kant-en-klare oplossingen. De zogeheten ‘verliezers van de globalisering’ echt helpen is moeilijk.

De overheid is terug. Maar hopelijk niet op de verkeerde manier.