Crisis in Brabant dreigt strafrechter in te halen

Deze week lieten rechters in Brabant weten dat de strafrechtspraak er vast dreigt te lopen. Er moet een speciale ‘Ondermijningskamer’ komen voor de groeiende aantallen grote drugszaken. Het is één van de vele signalen uit crimineel crisisgebied Brabant; twee jaar geleden kondigde het Openbaar Ministerie in het zuiden al aan snelwegen in het strafrecht te willen zodat er meer lik op stuk kan worden gegeven. Maar kennelijk zijn die ‘fast lanes’ er niet gekomen, of meteen volgelopen.

Het OM was in Brabant de strafrechter al eerder gaan vermijden. Door in eigen beheer boetes of taakstraffen op te leggen. In samenwerking met de fiscus en andere overheden werd het verdachten bestuurlijk zo lastig mogelijk gemaakt. Met frequente controles op vergunningen, boekhouding, huurcontracten, verzekeringen, hypotheken – wat zorgde voor naheffingen, boetes, dwangsommen en dwangbesluiten.

Deze ‘integrale aanpak’, ook bekend als ‘de korte klap’, wordt intern als een succes beschouwd. Waarbij dan gemakshalve wordt genegeerd dat burgers die strafrechtelijk alleen nog maar verdacht zijn, door de overheid wel alvast op de korrel worden genomen. Wat kan resulteren in hinderen, opjagen en pesten. Dat zoiets niet past in een rechtsstaat, waar burgers juist bescherming tegen die overheid toekomt, wordt maar zelden opgemerkt.

Over Brabant is de onrust namelijk groot – en niet ten onrechte. De criminele winsten uit zowel de xtc – als de cannabisproductie worden op honderden miljoenen geschat, per jaar. Er zijn duizenden Brabanders werkzaam in de drugscriminaliteit. Meer dan de helft van alle xtc-afvaldumpingen in Nederland vindt in Brabant plaats.

Wat gebeurt er eigenlijk met een provincie waarin ongestraft honderden miljoenen aan illegaal, vrij te besteden geld wordt gekieperd? Wordt Brabant een Nederlands Sicilië, waar onder- en bovenwereld niet meer te onderscheiden zijn? Eerder deze maand kwam het blad Justitiële Verkenningen uit met een special over crimineel Brabant. Bij de presentatie hing die vraag als een donkere wolk boven het zaaltje met criminologen en beleidsambtenaren. Nee, de maffia heeft het daar nog niet overgenomen. Er is nog geen sprake van grootschalige investeringen met crimineel geld. Een kleine top wordt er schatrijk van, maar het gros van de daders houdt er ongeveer 10 mille per maand aan over. Daar wordt vooral privé breed van geleefd: auto’s, hoeren en champagne, vatte een van de sprekers samen. De enige economische sector die door structurele hulp aan criminaliteit als geheel door het gezag ‘problematisch’ wordt gevonden is de lokale autobranche.

Intussen liggen grootschalige corruptie en ondermijning om de hoek – en daarom was er ook brede frustratie over het vrijwel ontbreken van het strafrechtelijk gezag in de provincie. Door de lange duur van de zaken zijn de straffen nu vaak zó laag, dat er geen preventieve of afschrikkende werking meer vanuit gaat.

En daarna ben ik dus gaan dromen. Hebben (Brabantse) strafrechters niet ook een bestuurlijke verantwoordelijkheid? Zouden ze daar misschien ook minder lijdelijk kunnen worden en niet eens een poosje een ‘crisistarief’ kunnen hanteren? Voor mijn part een tijdelijk Brabants ‘schriktarief’ voor drugszaken, waardoor de rekening voor al die lokale criminele ondernemers omhoog gaat? Zou dat inmiddels niet zodanig met feiten over de criminele crisis in Brabant te motiveren zijn dat het in hoger beroep bij het Gerechtshof overeind blijft?

Een eigen ‘Ondermijningskamer’ is al een eerste stap op weg naar een eigen aanpak. Natuurlijk liggen de bezwaren voor de hand – rechtsongelijkheid ten opzichte van verdachten die één provincie verderop wonen. Het zet ook een premie op verhuizen: het waterbedeffect. Maar als de strafdruk kennelijk zo laag is geworden dat de strafrechter in Brabant op niemand meer indruk maakt, wat is er dan op tegen? Het is een lapmiddel, toegegeven. Maar het heeft een voordeel. De straffen komen weer van de onafhankelijke rechter – en niet van het bestuur.