Commentaar

Bescheiden kennis

We zijn de kinderen van enorme revoluties, al denken we soms dat wijzelf de echte revolutie zijn. Tussen 1870 en 1970 groeide de economie en de welvaart bijvoorbeeld heel veel sneller dan nu, zei de Amerikaans econoom Robert Gordon nu al weer een jaar geleden in deze krant. Die snelheid was het gevolg van wetenschappelijke, technische en maatschappelijke omwentelingen, die nu misschien schaarser zijn. We hebben al veel gehad: de negentiende eeuwse hygiëne-beweging, algemeen kiesrecht, het Bessemer-staal, de dieselmotor, de elektromotor, de quantummechanica (die de moderne elektronica mogelijk maakte), de evolutietheorie, de HBS, kindvriendelijk onderwijs, de ontdekking van het DNA, twéé relativiteitstheorieën, kunstmest, het containerschip – vergeet ik iets? En allemaal best oud.

Zo wacht de natuurkunde al sinds de jaren dertig op een nieuwe omwenteling. Niemand is er sindsdien in geslaagd een brug te slaan tussen de relativiteitstheorie en de quantummechanica, die de werkelijkheid op een fundamenteel andere manier beschrijven.

De knappe natuurkundige Carlo Rovelli staat met zijn theorie van de lusquantumgravitatie midden in de jacht op de oplossing die wellicht ooit een nieuwe revolutie zal vormen. In een interview met Margriet van der Heijden, verderop in deze bijlage, toont de welsprekende Italiaan zich zeer bewust van de maatschappelijke en culture context van de natuurkunde. Als Einstein zich niet had verdiept in filosofen als Ernst Mach en Arthur Schopenhauer, had hij zijn relativiteitstheorie waarschijnlijk niet bedacht, aldus Rovelli. En of iemand binnenkort een doorbraak forceert? Misschien moeten we gewoon geduld hebben. „Ideeën hebben tijd nodig om te ontstaan, rond te zoemen, op hun plek te vallen”, zegt de lenig denkende fysicus. „Echte wetenschap is bescheiden.”