Recensie

Alfa brengt ouderwets scheurijzer

De Stelvio (SUV) wordt pas een echte Alfa als je er hard in rijdt, schrijft .

De Alfa Stelvio is geen bejaarden- maar een actie-SUV, die muffe soortgenoten van de linkerbaan moet beuken. (Foto genomen bij Preuninger in Den Haag). Foto Peter de Krom

BMW, Ford, Hyundai, Kia, Mercedes, Nissan, Opel, Renault, Smart, Tesla en Volkswagen verkopen dit jaar allemaal elektrische auto’s. Audi, Skoda en zelfs Jaguar hebben beloofd in de nabije toekomst aan te haken. Volvo heeft aangekondigd geen nieuwe generatie diesels meer te ontwikkelen, stroom gaat voor. Het bewijs dat de verbrandingsmotor terminaal is, ligt op straat.

En Alfa Romeo? Dat komt met een middelgrote SUV, op diesel en benzine, vernoemd naar het haarspeldbochtenparadijs waar generaties Alfisten zichzelf rokend en brullend naar de zevende hemel trapten; de Stelvio-pas. Het gaat gewoon door waar het vorig jaar mee begon toen het de Giulia onthulde, het fuifnummer onder de lease-sedans; fossiele, stekkerloze scheurijzers verkopen.

De Stelvio verpakt de motoren en het dashboard van de Giulia in het postuur van Henry Keizer. Het déjà-vu bedriegt niet. Hier staat een met groeihormoon vetgemeste Alfa Giulietta, de afgedragen hatchback van het merk. Het mag een Italiaans designmirakel heten dat het zorgelijke BMI zijn coole looks en stamina niet aantast. Met 20-inch velgen, 280 pk turbo, achttraps automaat en vierwielaandrijving zit de strijdlust gebeiteld.

Alfa staat weer op de kaart in de geest van de vorige eeuw, toen Alfisten dachten dat hun feestgedruis voor eeuwig was. In die geest, hun droom van rokend rubber en verbrande olie, willen ze een voltooid verleden weer bewoonbaar maken, al is hun gouden kalf een stervend ras.

Charmant maar nietszeggend

Natuurlijk kan het merk die doodsstrijd niet winnen. Het roerende is dat het dat ook niet van plan lijkt, en waarom zou het ook, drama is opera, de ziel van de natie. Alfa’s wazige toezeggingen over hybride aandrijf-lijnen en plugin-concepten moet je zien als Italiaanse versierkunst, charmant maar nietszeggend. De Alfa-ontwikkelaar die ik bij de introductie spreek, doet vaag over de elektrificatie-plannen met het SUV-ding: jaja, we hebben het overwogen. Goeie kop, aardige vent, thuis negen Alfa’s op het erf – zeg maar niets meer. Alfa staat, kortom, volmaakt scheef in de tijd en gaat met opgeheven hoofd naar de verdommenis.

Uiteraard is de Stelvio geen bejaarden- maar een actie-SUV, die muffe soortgenoten van de linkerbaan moet beuken. Porsche Macan, Jaguar F-Pace en misschien de nieuwe Volvo XC60 zijn wat Alfa in hanentaal ‘de uitdagers’ noemt. Ruimte en terreincapaciteiten zijn principieel ondergeschikt aan het sprintvermogen.

Zandpaden en hellingproeven zijn dan ook niet in het introductietraject opgenomen. Men trakteert ons op een hellegang van bochten, leidt ons in bekoring over bergetappes die voor snelle sportwagens en echte Giulia’s zijn geschapen. Mijn kotsmisselijke bijrijder en ik komen met de schrik en de verrukking vrij.

Om de Stelvio op dit niveau te laten schitteren moesten de ingenieurs veel uit de kast halen. Ze moesten het hogere zwaartepunt van een SUV compenseren; demping, vering en stuurinrichting aanpassen aan het grotere volume en de hogere massa. En wel zo dat wij, wanneer dat allemaal gelukt was, zouden zeggen: wow, het rijdt bijna als een Giulia.

Bijna is een dodelijk woord. Bijna mooi, bijna goed. Het is de lege dop met de belofte van het halve ei. Alleen doordat de Giulia de lat zo hoog legt, is ook zijn vette schaduw een hele piet.

Gelukkig, want voor de bergruimte hoef je hem niet te bestellen. De ruimtewinst ten opzichte van de Giulia is klein bier. Voorin biedt de Stelvio iets meer bewegingsvrijheid en meer hoofdruimte, that’s it. De kofferbak vat met 525 liter maar 75 liter extra en van de achterbank zijn alleen de rugleuningen neerklapbaar; die vlakke laadvloer kan ik schudden. De visboer zal hem met een trekgewicht van 750 kilo laten staan en met een volgepakte Giulia kan een gezin ook twee weken kamperen in Italië.

De eerste kilometers komt hij wattig over en ik heb de oorzaak snel gevonden: ik rij te sloom. Dan voel je de viercilinder die aan de Giulia geen kind heeft met de 1.650 kilo vechten. De besturing, licht en direct als de Giulia, draait als een dolle schroef in de inerte massa. De Stelvio wordt pas een Alfa zodra je hem door het glazen plafond van zijn schijnbare fysieke grenzen hebt geramd. De DNA-knop voor de rij-instellingen moet in de D van Dynamic, de poot vol op het gas; dan spant zich het onderstel als een wild beest zijn spieren. Die aanklacht tegen de te ver naar achteren geplaatste stengel voor de richtingaanwijzer trek ik in, Alfa straft zichzelf al hard genoeg. Wat was het weer stompzinnig leuk, na ons de zondvloed.