Zo bouw je een chipbedrijf van 47 miljard dollar

Technologie

De overname van NXP is bijna rond. De grootste deal uit de geschiedenis van de chipindustrie is te danken aan de dwangmatige zuinigheid van topman Rick Clemmer. Zijn methode, in zes stappen.

Wafer met NXP-chips Marc Hijink

Donderdagochtend 27 oktober 2016, even voor tien uur, staan de onderhandelaars van Qualcomm en NXP Semiconductors N.V. klaar om hun handtekening te zetten onder een megadeal van 47 miljard dollar.

Voor de grootste overname uit de geschiedenis van de chipindustrie is dit de perfecte locatie: Times Square in New York, bij Skadden – zo’n chique advocatenkantoor waar de werknemers per limousine arriveren.

Maar waar blijft Rick Clemmer, de topman die NXP uit het slop trok?

Al is hij straks 428 miljoen dollar rijker, Clemmer blijft op de kleintjes letten. Hij nam de goedkoopste vlucht naar New York in een te krappe middle seat. Een hotel in New Jersey vond hij betaalbaarder dan Times Square, een trage taxirit voordeliger dan een auto met chauffeur.

Rick Clemmer stapt uit: snel naar binnen, een krabbel zetten. In de haast laat hij zijn portemonnee in de taxi liggen.

Typisch Rick, zegt Guido Dierick, de laatst overgebleven Nederlander in de NXP-top. Clemmer is de topman die, nadat zijn secretaresse een vlucht voor hem geboekt heeft, zelf op zoek gaat naar een goedkoper alternatief. Hij is de baas die een uur te laat komt bij een vergadering, omdat hij vertikt te betalen voor een navigatiesysteem bij zijn huurauto.

Clemmers dwangmatige zuinigheid lijkt moeilijk te rijmen met de vergoeding die de 66-jarige Texaan kan incasseren als hij zijn opties en aandelen in NXP verzilvert: zo’n 428 miljoen dollar – 381 miljoen euro. Een „idioot hoog bedrag”, zei minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem vorig jaar. Anderen zien het juist als bewijs van Clemmers succes. Wat is zijn recept?

  1. Stap in op het dieptepunt

    Clemmer moet zich, net als de rest van het NXP-management, met twee netto jaarsalarissen inkopen in het bedrijf. Hij doet dat op het gunstigste moment – in 2009, als NXP aan een zijden draadje hangt. Het bedrijf is nog maar een tiende waard van de 8,3 miljard euro waarvoor Philips zijn chipdivisie in 2006 verkocht.

    Het is een dubbeldip: na een financiële crisis en een terugval in de chipindustrie stevent het met schulden volgeladen bedrijf af op een faillissement. Op dit dieptepunt volgt Clemmer topman Frans van Houten op. „Met Clemmer kregen we de Messi, de Ronaldo van de chipindustrie in huis. Al heeft hij niet het lichaam van een atleet, hij is een topsporter die altijd wil winnen”, zegt Guido Dierick.

    Een schuldenruil in 2009 voorkomt dat NXP omvalt. Dat blijkt het keerpunt; de waarde van een NXP-aandeel stijgt in zeven jaar tijd van 2,20 dollar naar 110 dollar. Nooit verkoopt Clemmer opties om de belastingaanslag te compenseren – die betaalt hij uit eigen zak.

  2. Profiteer van de crisis

    Rijkdom an sich doet Rick Clemmer weinig. Geld is een graadmeter voor succes, een manier waarmee hij zich kan onderscheiden ten opzichte van zijn voormalige collega’s van Texas Instruments. Daar begon zijn carrière, en dat bedrijf wil hij voorbij streven.

    Eerst moet NXP eerst op de schop. De crisisstemming effent het pad voor radicale veranderingen. De voormalige Philips-tak heeft te veel activiteiten die niets opleveren. NXP sluit fabrieken en stoot onderdelen af waarin het geen marktleider kan worden. In Nederland krimpt NXP van 6.500 naar 2.300 medewerkers, exclusief 1.000 flexibele krachten.

  3. Concentreer je inspanningen

    Clemmer bouwt het bedrijf opnieuw op, op twee pijlers: chips voor veilige draadloze communicatie en chips voor de autoindustrie. Die laatste tak profiteert van de digitale technologiesprong in de vervoerssector. Zelfrijdende auto’s, meedenkende snelwegen, dataverkeer tussen voertuigen. NXP specialiseert zich in chips en sensoren die onder zware omstandigheden data kunnen verzamelen en verwerken. Betrouwbaarheid staat voorop in de autoindustrie. Voor de veiligheid van de bestuurder, maar vooral voor bedrijfsveiligheid: terugroepacties voor kapotte onderdelen zijn duur en kunnen een automaker nekken.

  4. Een NXP-tijdlijn, aan de hand van de (beurs)waarde van het bedrijf, voor de leesbaarheid opgeknipt in twee delen. Klik op de graphic voor een vergroting:

  5. Schrap de hobby’s

    Clemmer brengt NXP zakelijkheid bij; de centrale onderzoeksafdeling verdwijnt. Clara Otero, innovatiedirecteur bij NXP’s automotive-tak, begon twintig jaar geleden bij Philips als wetenschappelijk onderzoekster. „Toen was het open, fundamenteel onderzoek, nu werken we in opdracht van onze divisies. Elke project moet tot een product leiden.”

    Voor hobbyprojecten is geen ruimte meer. Is onderzoek nog leuk, met zo’n commerciële inslag? „Zeker”, zegt Otero, „binnen de automotive tak is genoeg afwisseling, we werken aan veel verschillende producten, van deep learning-systemen tot communicatietechniek en ik overleg nu met klanten.” De veranderingen bij NXP zijn wel erg hectisch, vindt Otero. „Elk jaar nieuwe collega’s, nieuwe teams en nieuwe bazen.”

  6. Sla toe zodra het kan

    In 2015 NXP koopt concurrent Freescale, de voormalige chipdivisie van Motorola. Opeens is NXP de vierde chipfabrikant ter wereld – en dus groter dan Texas Instruments. Het is Rick Clemmers meest triomfantelijke moment.

    Freescale, voortgekomen uit Motorola, is net als NXP gekocht door private equity. Het wordt alleen lang niet zo efficiënt bestuurd. NXP wil Freescale stroomlijnen en daarom probeert Clemmer een verlieslijdend onderdeel van de divisie Digital Networking in januari 2016 te slijten aan Qualcomm.

    Het blijft lang stil. Dan krijgt Rick Clemmer op 9 juni een telefoontje van Qualcomm: „We want something bigger.” Heel NXP, om precies te zijn.

    Qualcomm wil zich verbreden in chips voor de autoindustrie en het internet of things, apparaten die online gaan. NXP is een nog smakelijker overnameprooi geworden omdat de divisie Standard Products – geen kernactiviteit – is verkocht aan Chinese investeerders.

    Omgekeerd weet NXP dat de overnamegolf in de chipindustrie nog lang niet is afgelopen. En als er één bedrijf is waarmee het zich wil verbinden, dan is het Qualcomm. De chips van die fabrikant, nu in bijna alle telefoons, zijn krachtig genoeg om de komende generatie zelfrijdende auto’s enorme hoeveelheden data te laten verwerken.

    Op zondag 12 juni meldt Clemmer het bod aan de NXP-board. De deal volgt te vroeg op de Freescale-overname – te veel veranderingen in te korte tijd. Toch wordt het plan enthousiast begroet.

  7. Druk op de ketel

    Nog altijd borduurt NXP voort op diepgewortelde kennis uit de Philips-jaren. Hans Tuinhout begon 36 jaar geleden bij Philips Research, als fysicus. In zijn lab op de High Tech Campus test hij of chips voldoen aan de ontwerpen. Met grote nauwkeurigheid zet hij twee voelsprieten op een wafer vol chips en noteert de resultaten. „Na dertig jaar nog steeds leuk werk”, zegt hij.

    Maar NXP is al lang geen Nederlands bedrijf meer. In het management zit maar één Nederlander, een fractie van de 33.000 personeelsleden werkt in Nederland. Ook de werkdruk is on-Nederlands.

    Zeven jaar lang legt Rick Clemmer de lat hoger en hoger voor zijn medewerkers. Een goede maandomzet wordt beloond met de opmerking dat het volgende maand dus nog beter kan. ‘No good deed goes unpunished’ is Clemmers motto – een goede daad blijft niet onbestraft. En als de resultaten tegenvallen ontsteekt hij in grote woede. Nooit is er tijd om – op z’n Nederlands – even gas terug te nemen.

    Des te vreemder is dit laatste jaar. Door het bod van Qualcomm ligt de waarde van NXP vast, hoe het bedrijf ook presteert. Opeens is de druk van de ketel.

    De topman houdt voor de vorm nog zijn flatje in Eindhoven aan, tot de overname eind 2017 definitief is. Maar in feite woont Rick Clemmer al weer in Austin, Texas. Zijn werk zit erop.