Strijd tussen ongelijke grootheden

Ajax-Manchester United

Ajax was woensdag in de finale in Stockholm kansloos tegen het Manchester United van meestertacticus José Mourinho.

Matthijs de Ligt speelde maar weer eens alsof zijn geest en lichaam aangestuurd worden door een ouder wezen. Met zijn 17 jaar en 285 dagen was hij de jongste speler in een Europese bekerfinale ooit. Hij had het meegekregen voor de wedstrijd, want dat is „in deze wereld met social media” onontkoombaar. Tot slot van een seizoen met een bijna verticale leercurve leverde de centrale verdediger een vrijwel foutloze finale af – waar anderen bezweken.

Een half uur na het eindsignaal maakte hij in de catacomben van de Friends Arena in Stockholm de balans op van een kansloos verloren Europa League-finale. „In de 83ste minuut” drong bij hem het besef door dat het „’m niet ging worden”. Het stond toen al ruim een half uur 2-0 voor Manchester United, eigenlijk lukte niets bij Ajax. „Je houdt hoop, maar in de 83ste minuut weet je dat het heel moeilijk gaat worden. Over de hele wedstrijd hebben we maar één kans gecreëerd.”

Niet veel meer in ieder geval. Lessen werden geleerd, iedere Ajacied is weer wat wijzer. De Ligt ook. „Geweldig om tegen Marcus Rashford te spelen. Jong, talentvol, snel, vaardig, goed schot. Mooi om me met hem te meten, te zien hoe je ervoor staat. Het is een bevestiging dat ik op de goede weg ben”, sprak de eerstejaars A-junior die hij in feite nog altijd is. „Maar een finale speel je om te winnen.”

Bittere logica

De nederlaag tegen United, in een finale die voor Ajax de terugkeer na 21 jaar in een Europese eindstrijd markeerde, had iets onvermijdelijks. Bittere logica, kwestie van optellen en aftrekken. José Mourinho – Macchiavelli en Sun Tzu in één – laat zich in het geval van een finale niet piepelen door de Bosz Babes uit Amsterdam. Zijn United heeft, net als dat van zijn voorganger Louis van Gaal overigens, niets van de opwindende dynamiek uit de hoogtijdagen van Sir Alex Ferguson of, verder terug, de Busby Babes. Maar het is wel een ploeg met een surplus aan massa, lengte, power en tactische discipline. Doelpunten van Paul Pogba en Henrich Mchitarjan beslisten een finale om niet heel lang bij stil te staan.

Wie de Nederlandse inzending Ajax nu pas voor het eerst had zien spelen, zoals een groot deel van de kijkers wereldwijd die alleen inschakelen voor finales, zal zich Peter Bosz en zijn jongemannen niet lang blijven herinneren. Dolend over het veld in de Friends Arena, niet wetend wat te doen. Mat, angstig, oncomfortabel, onhandig.

Laat onverlet dat trainer Bosz zichzelf, Ajax, het Nederlands voetbal en misschien wel de sport in zijn totaliteit een dienst bewees met de vertaling van zijn voetbalvisie naar een succesvol elftal dat – afgezet tegen de obscene salariëring in de top van de voetbalpiramide – voor een appel en een ei bij elkaar is gehaald. Maar in de eindstrijd stuitte Bosz op United, de rijkste club ter wereld, onder leiding van een coach die van twaalf gehaalde finales alleen ooit twee bekerfinales verloor: de grote neutralisator Mourinho.

De Portugese pragmaticus versus de Apeldoornse aanvalstrainer pur sang. „Dit is een overwinning van pragmatisme”, vond Mourinho. De flanken, met name Ajax’ linkerzijde, werden op slot gezet, afgegrendeld. Het middenveld van United was volgepropt met lichamen waardoor Lasse Schöne, Hakim Ziyech en Davy Klaassen de lol in het voetbal negentig minuten lang ontnomen werd. Vooral de Deen Schöne, geschaduwd door de reusachtige Fellaini, kwam tot weinig zinnigs, tot niets gedenkwaardigs.

Zo glorieerde Mourinho, op de manier die van hem bekend is. „Er zijn veel dichters in het voetbal, maar dichters winnen niet veel titels”, zei hij. Alsof het romantische idee achter het Ajax-spelletje niet meer is dan naïviteit afkomstig uit een obscure artistieke stroming. Zoals weinig hem kan schelen als het gaat om de methode en amusementswaarde, knaagt het ook niet aan Mourinho dat een club met zes keer de omzet van Ajax zich uiteindelijk toelegt op het ontregelen van de tegenstander en het hanteren van de lange bal.

Het is voetbal, er zijn regels – maar over hoe je de bal van A naar B speelt staat alleen dat het niet met de hand mag. De legendarische Notthingham Forest-manager Brian Clough zou ooit eens gezegd hebben dat voetbal geen spel voor hoge ballen is, anders had God de wolken wel van gras gemaakt. Mourinho denkt daar anders over. „Als je [als Ajax] vooruit druk wil zetten, speel je [als Manchester United] niet kort over de grond”, sprak Mourinho na afloop voor de Engelse televisie. „Als je dominant bent in de lucht, speel je lange ballen.”

Alles was uitgedacht

Tijdens de warming-up drentelde hij wat over het veld, de handen losjes in de zakken van zijn pantalon. Mourinho zag eruit als iemand die precies wist wat er komen ging: victorie. Alles was al uitgedacht in zijn bovenkamer. Via het hoofd van Fellaini verder voetballen, zo werd Ajax als het ware overgeslagen. De ongenaakbare Belg, beste man van het veld, won vijftien luchtduels. Het was van meet af aan een strijd tussen ongelijke grootheden.

Kansloos dus. „Maar dat ligt altijd aan onszelf”, zei Bosz. „Het is 95 procent onszelf, 5 procent de tegenstander. Die 5 procent had ik voorspeld: in het begin zouden ze druk zetten, daarna terugplooien en met lange ballen op Fellaini. Dat wisten we, en daar zijn we ook niet door in de problemen gekomen.”

Dat het niet om aan te zien was, stak Bosz nog het meest. „Ik denk sowieso dat het een saaie wedstrijd was met amper kansen. Die eerste bal die erin gaat, komt nota bene uit een ingooi van ons”, sprak de coach onder wiens leiding Ajax veel van zijn oude kernwaarden herontdekte. „Maar vandaag was duidelijk dat we die oplossing niet voorhanden hadden.”

Het zat er niet in, deze 24 mei 2017 in Stockholm, precies 22 jaar nadat Patrick Kluivert een late 1-0 binnenprikte tegen AC Milan in de Champions League-finale en met de punt van zijn schoen de laatste Europese trofee voor Ajax in de wacht sleepte. Ajax is back, werd geschreven over de prestatie ruim twee decennia later. Met verinnerlijkte aanvalslust toonde de ploeg aan dat je kunt wedijveren met Europese subtoppers en zo zelfs een finale kunt bereiken. „Ik heb gezegd dat ze met de kop omhoog die medaille kunnen ophalen”, zei Bosz over het eremetaal voor de verliezer. „Want die hebben we gekregen voor de hele campagne. Daarin hebben we getoond dat we de ballen hadden om te durven voetballen.”