Schilder van koortsige droomwereld vol pikante vrouwen

Herman Gordijn 1932-2017

Herman Gordijn schiep een halfrealistische wereld, bevolkt door figuren die onder zijn handen ontstonden. Hun lelijkheid was geen bezwaar: „Het hele begrip mooi speelt voor mij niet.”

'Mooi'(2006) Herman Gordijn

Een ervaring in zijn jeugd was bepalend voor het werk van de donderdag overleden schilder en graficus Herman Gordijn. Als jongetje van een jaar of acht verdwaalde hij in zijn geboortestad Den Haag en kwam terecht in de hoerenbuurt. „Er zaten dames voor de ramen aan wie ik de weg heb gevraagd”, vertelde hij me eind vorig jaar. „Ik was heel erg onder de indruk van die vrouwen: ze waren vriendelijk, roken lekker en hadden prachtige gezichten met allemaal kleuren erop.” Als in een droom verscheen dat type vrouwen – hoerig en ordinair, maar ook opgewekt en moederlijk – begin jaren vijftig in Gordijns schilderijen en prenten.

Na zijn afstuderen aan de Haagse academie schilderde hij een tijdje landschappen en stillevens, maar tussen de bedrijven door tekende hij op kleine papiertjes Fellini-achtige fantasiefiguren, vrouwen maar ook mannen. Een vriendin die dat zag, moedigde hem aan werk te maken van die personages. Sindsdien bevolkten zij zijn oeuvre.

‘Hoer met cyclamen II’ (1988)
Herman Gordijn
‘Amstel’ (1996)
Herman Gordijn

Gordijn verhuisde van Den Haag naar Amsterdam, waar hij decors en kostuums ontwierp voor toneelgezelschappen, les gaf aan de Rietveldacademie en in opdracht portretten schilderde van onder anderen burgemeester Ivo Samkalden, actrice Charlotte Köhler en Koningin Beatrix. Dat deed hij allemaal om niet financieel afhankelijk te zijn van zijn vrije werk, zodat hij daarin kon doen wat hij wilde – en met wie.

Steeds weer doken ze op: opgedirkte, pikant geklede vrouwen met gecraqueleerde decolletés en hoofden waarin alles scheef en verkeerd geproportioneerd is. Gordijn werd regelmatig van vrouwenhaat beschuldigd, maar daar was geen sprake van: ook de mannen in zijn werk zijn vaak mooi van lelijkheid. Hij was gewoon niet in gangbare schoonheid geïnteresseerd. „Het hele begrip mooi speelt voor mij niet”, zei hij in 2005 in het radioprogramma Kunststof. „Het klassieke schoonheidsideaal is ook maar door mensen gemaakt.”

‘Zelfportret’ (mei 2017, iPad-tekening). Herman Gordijn

De figuren die hij tevoorschijn tekende en schilderde moesten tot de verbeelding spreken. Dat was het criterium. Ze moesten inzetbaar zijn in de koortsachtige, halfrealistische wereld die hij in de loop van zes decennia schiep. In die wereld laat een man met een paarse huid en een waanzinnige grimas ’s nachts bij een urinoir een glimp van zijn penis zien. Een enorme hoer heeft zich naast een bloempot met cyclamen in een vensterbank geposteerd. Drie dametjes met hoeden en handtassen lopen op de Dam te zeulen met een dood paard. Er drijven baby’s of babypoppen op hun rug in de Brouwersgracht.

In Herman Gordijns laatste schilderij, De Wallen, staat een forse naakte man op hoge hakken als een prostituee in een etalage. Hij wordt keurend bekeken door twee in het zwart geklede vrouwen – een verwijzing naar de streng-christelijke bevolking in de omgeving van Barneveld, waar Gordijn sinds 1984 woonde met zijn vriend, de onderwijskundige Joseph Kessels. Gordijn hield ook altijd een etage in Amsterdam aan, want dat was de stad die het dichtst in de buurt van zijn gedroomde wereld kwam. De stad waar hij exploreerde wat hij als kind in Den Haag had ontdekt.

Herman Gordijn in 1982 bij zijn schilderij van Koningin Beatrix. Foto Ton Schutz

Het afgelopen halfjaar kampte hij met gezondheidsproblemen, maar hij probeerde De Wallen af te krijgen voor zijn overzichtstentoonstelling in Museum MORE in Gorssel, die op 25 juni opent. Afgelopen zondag signeerde hij het schilderij Herman Gordijn, 2016–. Achter het streepje kan nog een jaar van voltooiing: hij had er best nog aan verder willen werken, maar voelde ook wel aan dat dat er niet meer van zou komen.