Column

Wat we na ‘Manchester’ van Machiavelli kunnen leren

Column We kennen de toekomst niet, niet alles is maakbaar; maar ook niet alles is noodlot, schrijft .

De slachting van onschuldige kinderen: sinds koning Herodes’ kindermoord geldt het als dieptepunt van barbarij. Iedereen hapt naar adem, bekropen door een gevoel van zinloosheid, van „nooit meer een stap buiten de deur” (Ronald Giphart in het AD). De aanslag in Manchester verscherpt het gevoel dat alles chaos is, dat we ons uit de wereld moeten terugtrekken. Gruweldaden geven complottheoretici, doemdenkers en ondergangsprofeten ruim baan.

Behalve de doem maakt in onzekere tijden ook de heilsverwachting een opmars. Frappant hoe de dag voor ‘Manchester’ de gezaghebbende oud-aartsbisschop van Canterbury, Rowan Williams, waarschuwde voor „messianistisch leiderschap” (The Guardian). Hij ziet dat een diepe desillusie in de politiek gepaard gaat met het romantische idee dat de juiste leider alles zal veranderen. Trump in Amerika, twitterend geweldenaar; de Britse premier Theresa May, met haar persoonsgerichte kiescampagne; of Emmanuel Macron – „De Heiland” kopte Die Zeit over de Fransman.

We kennen de toekomst niet

Heilsverwachting en Apocalyps zijn keerzijden van dezelfde medaille. Het draait om onze omgang met de tijd. In een belangrijk essay in de London Review of Books (18/5) fileert Brits politiek denker Alan Finlayson het ‘brexitisme’ als het verlies van het geloof in de kenbare toekomst. Natuurlijk, brexiteers spreken over vrijheid, soevereiniteit, democratie, volk – relevante thema’s.

Maar daaronder, zegt hij, ligt het gevoel: „We weten niet wat er gaat gebeuren”. Als je niet alles weet – over het klimaat, de economie of, zeg, de politieke route van Slovenië – weet je niets. Alles is open, onvoorspelbaar. Wie anders beweert, verraadt zich als progressieve leugenaar, als valsemunter in expertise. Finlayson spreekt van „antipolitieke politiek, georganiseerd rond rancune over voorbij verlies en scepsis over de beloofde toekomst”.

Brief aan mijn dochter: in 1977 was het veel gevaarlijker

Dat is heel wezenlijk, want oordeelskracht over de toekomst is de basis van alle moderne politiek. We doen of laten dingen om de toekomst van onze onschuldige kinderen beter, veiliger, eerlijker te maken. Vandaar de wetenschappen, economie en statistiek, opvoeding en cultuur; al die mentale en praktische pijlers van onze beschaving.

Wie het geloof in een greep op de toekomst verliest, glijdt niet terug naar de jaren dertig (zoals recent veel te horen is) maar naar de Middeleeuwen. Naar een wereld waar betekenis komt van God of Voorzienigheid, van Vrouwe Fortuna met haar grillige Rad, van onheilsprofeten predikend tegen de imminente catastrofe. Tóen de Antichrist, nu moslimhorden, klimaatramp, financiële meltdown – of wat het web verder biedt.

Bevrijdend inzicht

In de Renaissance waren het ‘denkende politici’ die in de chaos van hun tijd wél de kans zagen een politieke ruimte gestalte te geven. In een beroemde passage in De heerser (1513) schrijft Machiavelli dat „het lot de helft van onze zaken in handen heeft en de andere helft, of bijna, aan onszelf overlaat”. Niet alles is noodlot, niet alles maakbaar. Hij vergelijkt het lot met „een woeste rivier die in haar gramschap hele vlakten onder water zet, bomen ontwortelt en gebouwen omverwerpt”. Maar dat „betekent niet dat men in perioden van rust geen voorzorgsmaatregelen kan nemen door het aanleggen van beveiligde plaatsen en dijken, zodat het water, als het weer gaat wassen, ofwel door een kanaal kan afvloeien ofwel minder tomeloos en schadelijk zal zijn.” Een bevrijdend zinnetje, toen en nu.

Tegen ondermijners van onze toekomst, tegen bommenleggers en alt-right-moodswingmanipulatoren, en tegen messianisme moeten wij onze dijken blijven aanleggen en onderhouden, te beginnen onze democratische instellingen en de dragers van de openbaarheid.